
Mama’s Kiwi! #alzheimer
Vandaag was het lachen met Alzheimer. Wellicht denk je nu, “Hoe kan ze nu lachen om Alzheimer”? Daar ga ik dus nu over schrijven. In de tijd dat mama nog zelfstandig woonde belde ik haar dagelijks. Het gebeurde eens dat ik haar aan de telefoon had en dat de bel ging. Het was de maaltijdservice om die tijd en ze zei dat ze even de telefoon zou neerleggen om open te doen. Zo gezegd zo gedaan en ik hoorde haar op de achtergrond praten met de bezorger. Ik kon ook horen dat ze de bezorger weer uit liet en weer in de huiskamer kwam. Daar gebeurde het, ze riep, ‘Dyez, kun je even roepen? Ik weet niet meer waar ik de telefoon heb neergelegd!’ Ietwat verbaasd begon ik te roepen en te gillen, maar ze bleef zeggen, ‘Waar heb ik dat ding (de telefoon dus) nu toch gelaten?’ Inmiddels zat ik me suf te gillen, maar ze had me niet op de speaker en ze kon de telefoon niet vinden. Nu ben ik een beeld-denker en ik zag het voor me hoe ze liep te zoeken. Ik schoot in de lach en al vlug zat ik in tranen van het lachen. Ik heb neergelegd en belde opnieuw. Ze nam vlug aan en zei, ‘Ach ja, ik had je op het aanrecht neergelegd!’ Ik lachte hardop en mama lachte net zo hard mee. Even later zei ze, ‘Nou, zo zullen er straks wel vaker van die gekke dingen gebeuren!’ Ja erg nuchter en realistisch, maar dit was dan ook nog in de beginfase.
Nu ben ik zelf altijd de chaoot en onhandige in de familie geweest. Mama had zich destijds rot zitten lachen bij de films van Bridget Jones, want ze had mij er erg duidelijk in herkend. Ze kreeg door haar ziekte dus zelf dit soort dingen vaker, maar als ik daarbij was begon ze zelf als eerste te lachen. We grapten ook wel dat nu pas echt uit kwam van wie ik dat had. Natuurlijk kwam het vaker voor. Het werd ook wel eens pijnlijk, want het feit is daar, Alzheimer is afscheid nemen. Het besef ook dat mama dit zelf absoluut niet leuk zou vinden 10 jaar geleden maakt het ook hard. Ze heeft zich vaak geschaamd als ik weer eens een blunder sloeg waar ze naast stond. Pas achteraf kon ze er om lachen.
Ze is inmiddels al ruim anderhalf jaar opgenomen in het verzorgingshuis en mama is erg vlug achteruit gegaan. Wat ook gebeurde is dat ze vaak boos en verdrietig is. Ze heeft een periode gehad dat ze probeerde een bewoner te slaan als er niet gebeurde wat zij wilde. Daar schrok ik enorm van en dat brak mijn hart ook om heel eerlijk te zijn. Slaan is nooit een optie geweest bij haar namelijk. Ik vertelde het mijn tante Josje. Die was even stil en verontschuldigde zich voor ze ging lachen. Ze zei, ‘Dyez ik sta er net even verder vanaf en natuurlijk mag het niet, maar het idee dat zij uit wil halen kan ik niet rijmen, het klinkt me te komisch in de oren. Dat past absoluut niet bij haar!’ Dat gaf me lucht, want inderdaad 10 jaar geleden was dit ondenkbaar! De keer erop dat ik er was was mama ook boos. Nu stond ik naast haar en ze leek naar me uit te gaan halen. Van schrik schoot ik in de lach en daar schrok zij van. Eigenlijk heb ik het daarna niet meer gehoord, dus het zal nu goed zijn.
Iets anders dat mama heeft is dat ze spullen van anderen meeneemt. Met de regelmaat vind ik een appel op haar kamer. Die breng ik weer terug naar de fruitschaal. Toch pakt ze ook dingen van anderen. Zo vond ik eens een foto met daarop wildvreemde mensen voor me en ook voor haar. Ik vroeg van wie die foto was, zij vond hem gewoon erg leuk. Ze neemt ook sloffen van anderen mee, kleding, boekjes en foto’s. Ze neemt het echt mee, stelen is het niet, want daar moest ze niets van hebben. Ze heeft een zus die kleptomaan is en die moest ze daarom niet. Wat ik bij mama wel kan rijmen, mama is altijd erg van opruimen geweest. Dus liggen er dingen op de grond, of op een bed of net anders op een kastje dan zal ze dat meenemen. Vervolgens loopt ze er doelloos mee rond, want waar moet het naartoe dan? Het kan op de meest gekke plaatsen weer tevoorschijn komen, want ze legt het zo maar ergens neer dan. Vaak ook op haar kamer.
Vandaag kwam ik en ze kwam eraan lopen met een hemd en een steunkous. Beide niet van haar. Ik bekeek het en zei dat ik het aan de verpleging zou geven. Dat liet ze ook toe. Vervolgens moesten we naar de fruitschaal. Nee ze wilde geen fruit. Er lag echter een kiwi naast en die lag haar duidelijk in de weg. Ik pakte de kiwi en zei dat we die zouden laten liggen. Ze vond het prima en we gingen in de huiskamer zitten om koffie te drinken. Even later wees ze me op haar broekzak. Daar zat een bal in zo vanaf de buitenkant te zien, of een ei. Ik vroeg of het een ei was en ze zei, ‘Dat is het. Precies!’ Lachend keek ik haar aan en zei, ‘Word je kippig, of is het onder moeders vleugels?’ Ze knikte lachend. Later wees ze me er nog eens op en ik voelde. Het was geen ei. De verpleegster zei dat het wellicht een kiwi zou zijn. Mama begon naar me te lachen.
Anderhalf uur later, we zaten bij de Hema zoals altijd. Ze was aan het klooien met haar broek en opeens haalde ze de kiwi uit haar broekzak en legde hem op tafel. In gedachte hoorde ik tante Josje lachen en zeggen dat dit zo niet bij mama paste. Meteen kon ik het relativeren en moest ik harder lachen. Leuke bijkomstigheid, ik lach veel en graag. Dit is nu in mijn voordeel, want het ontspant mama enorm! Daar zaten we dan bij de Hema, moeder en dochter in tranen van het lachen om een kiwi! Ze had er dus de hele tijd mee in haar broekzak gezeten, dat kon toch niet prettig zijn geweest?! Ik deed de kiwi in mijn tas en zou hem later weer op de fruitschaal neerleggen. Lachend keek ik mama aan en zei, ‘Wat een prachtige herinnering heb je zo gemaakt voor me. Iedere keer als ik voortaan een kiwi zie denk ik aan jou!’
Dat laatste kwam eerder uit dan gedacht. Eenmaal in de trein zocht ik iets in mijn tas en daar was de kiwi! Ik kon er niets aan doen, ik heb keihard zitten lachen. Mama en ik zijn door een kiwi weer extra aan elkaar verbonden!
Comments (0)