
Ken je dat? #mantelzorgtaken
Het gevoel dat je eigenlijk nog veel meer moet doen. Dat de dag veel te snel voorbij is en de agenda te vol staat. Maar dat je je ondanks je inzet steeds schuldig voelt, omdat het niet genoeg is. Dat gevoel dus.
Je bent druk met werk, met het gezin en ook nog als mantelzorger, dochter, schoondochter en nichtje. Wanneer de rol van mantelzorger is gestart, is soms niet meer te achterhalen, zeker als je voor mensen zorgt die ouder zijn. Soms sluipt het erin, soms ineens als gevolg van een meestal dramatische gebeurtenis. En dan op een dag merk je, dat je vanuit je dochter rol een andere krijgt, meer die van zorgende. Van nichtje ben je ineens eerste contactpersoon. En al die mantelzorgtaken worden soms wel eens veel, niet omdat je het niet wil, maar gewoon omdat het er teveel zijn. Maar ik kan mensen niet in de steek laten, dus wring je je in alle bochten om toch alle ballen hoog te houden.
Mijn ouders pasten altijd in nood op onze kinderen, nooit kwam een vraag niet uit. Was één van mijn jongens ineens ziek, één telefoontje vroeg in de ochtend en het was, breng ze maar. Mijn ouders stonden altijd klaar, ik heb dan ook altijd geleerd dat het heel normaal is om voor een ander klaar te staan. Toen mijn vader, nu ruim twintig jaar geleden, voor de eerste keer flink ziek werd, merkte ik al iets van die verandering. Mijn moeder reed liever geen auto, was sowieso niet haar hobby, dus iedere dag gingen mijn zus of ik mee naar het ziekenhuis. Eerst drie weken intensive care, daarna nog enkele weken op een gewone afdeling. Geen probleem je doet het met liefde en ik wilde ook bij mijn vader zijn. Mijn vader was toen pas 67.
Zeven jaar later werd hij weer erg ziek. Hele spannende weken volgden en na ruim 6 weken intensive care en een hele boel weken op een gewone afdeling, kwam hij gelukkig weer thuis. Hij was een fantastische opa voor zijn kleinkinderen en ook vader. Dat heeft hij daarna nog een paar mooie jaren mogen doen, terwijl hij ook nog als organist dirigent voor een groot koor stond. Tot hij plots overleed, nu tien jaar geleden. Hij was toen 79, driemaal was helaas geen scheepsrecht. Deze keer knapte hij niet meer op.
Op dat moment ontstond een andere situatie, je komt dan ineens in echt een heel andere fase. Niet alleen miste ik mijn vader, mijn moeder kon het alleen zijn niet goed aan. Ze is nooit meer echt gelukkig geworden. Ik denk dat dit ook komt door haar verleden. Mijn moeder had vijftien broers en zussen, het was altijd een gezellige boel en een hoop drukte. Ze woonde nooit alleen, trouwde vanuit huis. Toen mijn vader overleed voelde ze zich eenzaam, een gevoel waar je ook weinig aan kunt doen. Ook al was ze de hele dag op stap geweest, het moment dat ze thuiskwam, voelde ze zich alleen. En dat maakt het soms moeilijk, want je kunt het leven niet overnemen. Ik probeerde het me ook wel voor te stellen en zag dan mijn moeder voor me als jongste van nu bijna 87 jaar van zestien kinderen.
De laatste jaren heeft ze de een na de ander weg zien vallen. Er zijn nu nog twee levende broers. Één van 88 met kinderen in Afrika, waar ik al twaalf jaar voor zorg en één van 89 zonder vrouw of kinderen. Deze tweede broer was nog heel zelfstandig, tot zijn CVA drie maanden geleden. Ook voor hem ben ik gaan zorgen, aangezien mijn moeder zijn eerste contactpersoon was. Dat ging dus niet. En dan heb ik nog mijn schoonvader van 89, zeer actief, midden in het leven, maar ook hij voelt zich soms eenzaam, kan zijn gras niet meer maaien en heeft soms net wat ondersteuning nodig.
Mantelzorgtaken, een bepaalt moment krijgt iedereen er in meer of mindere mate mee te maken. Een mooie en ook liefdevolle taak, maar ook een taak die soms zo ontzettend kan knellen en waarbij je toch vaak het gevoel hebt dat je best nog wat meer zou moeten doen.
Comments (0)