Hij heeft zijn plek gevonden

Papa is zo blij met zijn dagbesteding. En wil me zo graag betrekken. Hij heeft me al wel 20 keer gevraagd of ik dan misschien een keer kan komen kijken. “Want je zult wel benieuwd zijn”. En dat ben ik ook. Maar ik verheug me niet vandaag. Maar ik heb het afgesproken. En wat je afspreekt…
Als ik aankom en me voorstel zeggen ‘de dames die er de leiding hebben’, ” O, dus dat bedoelde hij. Hij had het er over dat de baas zou komen”. “Nou, dat had ie dan mooi goed”, grap ik.
“Je vader zit in de tweede huiskamer. We helpen eerst even deze meneer”, zeggen ‘de dames van de leiding’.
In de gang zit een meneer die niet meer goed weet waar hij is, maar niet op de dagbehandeling thuis hoort…
In de gang staat een zestal mensen die even fijn naar buiten gaan. Ik haal diep adem.
Papa zit aan een tafel in een lichte ruimte met veel te moderne meubels.
Als hij me ziet lichten zijn ogen op. Hij is blij me te zien.
Er blijkt toch een ‘dame van de leiding’ met me mee gelopen te zijn die zegt : “Je zei al dat je dacht dat er iemand zou komen.” De je is papa.
Je en ik krijgen een kopje koffie. En papa vraagt of ik mama heb gesproken? Want dat het vanmorgen weer niet goed ging. Dat hij weer wat verkeerd had gedaan.
Ik vraag of hij dacht dat ze mee zou komen? “Ja, eigenlijk wel”, zegt hij. Ik leg uit dat dit sowieso de bedoeling niet was. Dat dit niets te maken heeft met wat er vanmorgen is gebeurd. En dat het soms nou eenmaal gebeurt. Ruzietjes. Dat je dat niet wilt. Maar dat het toch gebeurt. Dat hij het niet verkeerd heeft gedaan. Dat het komt door zijn hoofd. Dat dat in de war is. Hij knikt.
En vertelt over dat ze gisteren (dinsdag/dus eergister) zo fijn buiten hadden gezeten allemaal. En dat hij helpt met afdrogen. Dat hij dat gevraagd heeft, hoor. Want hij wil zich niet opdringen. En dat het hier niet tegengevallen is. “Het zijn stuk voor stuk aardige mensen. We lachen ook hoor. Ze zeggen wel eens gekke dingen. Ik ook hoor”.
De mensen van fijn naar buiten komen terug. De ruimte vult zich met geluid. Veel geluid. Een aantal zijgt neer op de stoelen voor het raam. Een aantal gaan aan de andere tafel zitten. En gaan samen met ‘een dame van de leiding’ een spelletje triominos doen.
Papa en ik zitten nog een poosje aan tafel. Hij vraagt nog een paar keer “jij hebt mama zeker al wel gesproken?” Het zit hem dwars… De ‘ruzie’ van vanmorgen.
Ik vraag of hij me een rondleiding wil geven. Dat ik zo graag wil zien waar hij muziek maakt. Dat wil hij wel.
In de ruimte waar gehobbiet kan worden (ik zie sjoelbakken, biljart, legpuzzels, figuurzaagspullen) staan voor het raam twee hometrainers.
Ik klim erop. “O, ik had niet in de gaten gehad dat die er ook waren”. Ik help papa op de andere. Ben even benauwd dat hij er af glijdt, maar nee. Hij zit. En trapt. Ik maak een filmpje met mijn telefoon. Voor mama. “Die gelooft haar ogen niet”. En papa trapt extra zijn best.
Hij laat me tot slot de ruimte zien waar hij het liefste is. In de rustruimte staat een pick-up. En een kast met platen. Zijn domein. Hij mag dat beheren. En hij vindt het geweldig. En, zo zegt ‘een dame van de leiding’ “iedereen is er blij mee. Want anders gebeurt het niet”.
En zo heeft papa hier een belangrijke taak. Een waardevolle rol. Voelt hij zich gewaardeerd. En kan hij doen wat hij graag doet. Zonder dat een ander zich ermee bemoeit.
Hij heeft zijn plek gevonden.
Ik ben blij voor hem. Maar ik moet nog even wennen…

Comments (0)