Het verhaal van mijn ouders – deel 2
Het dagboek van Ramona, 9 mei 2014.
Er komt wat schot in de “zaak” van mijn ouders. Even een terugblik naar de laatste drie weken. Ik heb voor mijn moeder, die nu dus een eigen permanente kamer heeft, wat persoonlijke spulletjes meegenomen en neergezet. Nou, dat heeft weinig zin. Het kleine spul, fotolijstjes en beeldjes, is allemaal verdwenen. Ze heeft het verstopt: in haar handtas of tussen haar kleren of bij mijn vader op de kamer.
Nog steeds zijn mijn ouders net twee zwervers die de hele dag in het verpleeghuis sjokken tussen het restaurant, de afdeling van ma, de afdeling pa en vice versa. Mijn vader vindt het nog steeds behoorlijk bureaucratisch dat ze niet in één kamer mogen slapen. Als ik zeg, “Jullie slapen al twintig jaar niet meer in dezelfde kamer,” antwoordt hij: “Ja, maar je moeder is bang.” “Nee pa, jij maakt haar onrustig. Toen jij hier nog niet was en ma drie weken hier alleen was, ging het best redelijk. Je moet ook een beetje proberen je rust te vinden! Ma klaagt over zere knieën omdat jullie de hele dag op sjouw zijn.”
Als ik iets wil regelen voor de was, zegt hij, “Ach laat toch, voor die paar dagen dat we hier nog zijn.” Dan kan ik weer uitleggen dat ma hier voorgoed kan blijven en hij met een juiste indicatie ook. Maar dat als de indicatie niet toereikend is voor verzorg- of verpleeghuis, hij gewoon weer naar huis gaat en ma hier blijft. Het wil er nog steeds niet bij hem in.
Pillen in de WC
Afgelopen maandag ben ik even op zijn kamer om wat kleding uit te zoeken, als ik in de badkamer wat pillen in de wc pot zie drijven. Ik geef dit door aan iemand van personeel en zij zal zorgen dat het bij de juiste persoon komt.
Drie dagen later bel ik met de afdeling om te vragen of er een notitie van gemaakt is. Ik krijg te horen dat er her en der meer verstopte medicijnen verstopt zijn gevonden. Ik zeg “Noteren, want dat kunnen we meepikken bij vaststelling van mijn vaders indicatie!”
En de ZZP indicatie dan?
Ik maak een afspraak met deze VVE voor a.s. zondag want dan moet ze werken, zodat we wat kunnen praten. “Je vader is wel erg zorgmijdend,” krijg ik te horen. “Ja, nogal,” zeg ik, “Ken je de zijn geschiedenis?” “Nee, niet echt,” zegt ze. OK. We spreken af voor de zondag. Dan krijg ik die middag van haar mail dat het CIZ een toetsing gaat doen voor BOPZ , aanstaande maandag al. En ze nodigt me uit om daar bij te zijn. Ik denk: “BOPZ? En de ZZP indicatie dan?”
Dus ik bel het frontoffice voor opheldering. “Ja hoor,” zegt de dame, “De uitslag van de geriatrische test, waar we zo met smacht op zaten te wachten, die is binnen. Daar hebt u toch bericht over gehad?” “Nou, dus niet!” zeg ik, “Ik weet van niks!” Slordigheid ten top weer. Maar goed, er is inmiddels een ZZP5 aangevraagd voor mijn vader en die BOPZ toetsing van het CIZ is schijnbaar standaard.
Warm houden
De medewerkster zegt dat ze probeert om er maandag ook bij te zijn. Ook geeft ze aan, contact te hebben gehad met een collega van een andere zorginstelling in de buurt. Daar is mogelijk plaats voor mijn ouders. Ik zeg: “Ja, maar is er ook een combinatie mogelijk? Voor ma BOPZ en voor pa verpleging zonder BOPZ?” “Ja, waarschijnlijk wel.” Ik zeg: “Mooi, warm houden dat adres.”
Zelf vind ik dat mijn vader nu nog niet (hoewel hij hard achteruit sukkelt) voor BOPZ in aanmerking komt, maar wel veel zorg en controle nodig heeft. Ik weet niet wat die toetsing inhoudt en of ik mijn zegje daar mag doen. Ik zal het zondag nog eens vragen aan de EVVer , misschien dat die mij daarmee kan helpen. We wachten weer af…
Comments (0)