Het verhaal van mijn ouders – deel 1

image

Het dagboek van Ramona, 21 april 2014.

Twee jaar geleden vroeg ik aan mijn vader of het geen goed idee was om huishoudelijke hulp in te schakelen. Dit was volgens hem niet nodig. Ik wilde die hulp in huis eigenlijk ook als sociale controle, omdat ik merkte dat mijn moeder licht dementerend was. Ze was vergeetachtig en soms ook angstig .

Destijds heb ik ook de huisarts gevraagd of hij iets kon betekenen. Een test voor moeder bijvoorbeeld, die mijn vader ervan zou overtuigen dat hulp niet verkeerd was. Maar op al mijn mailtjes in die twee jaar kreeg ik als antwoord, dat als mijn ouders zelf niet wilden, de huisarts ook niks kon doen.

Papieren aangevraagd bij het zorgloket. Mijn vader wilde niet en riep: “Ik ben er nu klaar mee, ik wil niemand vreemds over de vloer!” Wij kinderen waren ook niet echt welkom meer en hij verzon steeds smoesjes: “We zijn niet lekker.” of “We moeten weg.”

Vieze vaat

De enkele keer dat ik ze zag, zag ik dat mijn moeder steeds dementer werd. En onverzorgder. En magerder. Ook mijn vader zag er onverzorgd uit en zijn vieze kleren hingen om zijn lijf. De laatste keer dat ik op bezoek was, 6 februari van dit jaar, heb ik foto’s gemaakt van hun zeer vervuilde flat met het idee dat ik er na mijn vakantie, twee weken later, echt werk van ging maken want dit kon zo niet. In de koelkast stond niks te eten of te drinken, alleen vieze vaat in de koelkast.

Op vakantie kreeg ik een mail van de huisarts, de medicijnen werden niet aangenomen. Ik heb toen een van mijn broers ingeseind en kreeg twee dagen later bericht terug. De medicijnen waren afgeleverd en de huisarts was op huisbezoek geweest. Hij had niks alarmerends gezien, zei hij.

Achter de ambulance

Toen ik terug in Nederland was, heb ik een afspraak afgedwongen met de huisarts, de thuiszorg en mijn ouders. We zouden een week later bijeen komen. Deze afspraak hebben we niet na kunnen komen, want mijn vader is de volgende dag gevallen – en wel zo dat hij opgenomen moest worden in het ziekenhuis. Mijn oudste broer is met mijn moeder achter de ambulance naar het ziekenhuis gereden. Ik ben die avond naar mijn moeder gegaan want zij kon niet alleen blijven. Ook de volgende dag ben ik daar gebleven.

De huisarts riep: “Neem maar vakantie op, want je moeder kan niet alleen blijven.” Pardon? Er moest echt andere hulp bij komen, dus we wilden een spoedindicatie voor opname in een verpleeghuis. Ik heb thuiszorg geregeld die medicijnen kwam geven en er was ook crisisopvang.

Meteen weer weg

Op naar het verpleeghuis, met het koffertje en mijn oudste broer. We kwamen eerst in het verkeerde huis. We moesten bij de hoofdvestiging zijn, maar daar wilde ma de auto niet uit, ook niet toen ik wat artsen gehaald had. Jonge lui zonder doktersjassen, in gewone kleding. Nee hoor, ze kwam niet mee, ze kroop steeds verder weg.

Wij hebben nog een rondje gereden en kwamen toen weer terug. En inderdaad, ze was het vergeten, stapte uit en ging mee naar binnen. Tijdens het gesprek bij intake bleek het een ‘open indicatie’ te zijn, dus mijn moeder mocht zo weer weggaan. Wat ze ook meteen wilde. Dus wij hebben haar weer meegenomen naar huis en een bezoekje aan pa gebracht in het ziekenhuis. Mijn jongste broer kwam die nacht bij haar slapen.

80 sinaasappels

Ik ben de volgende ochtend weer naar moeder gegaan. We zouden die dag waarschijnlijk een ‘gesloten indicatie’ krijgen voor ma. In de middag ging de bel, een psychiater en psychiatrisch verpleger voor de deur. Wat volgde was een gesprek met mijn moeder en op aandringen van mij even een rondje door de flat om te laten zien hoe vervuild mijn ouders leefden. Ook de koelkast heb ik laten zien, met daarin 20 kuipjes halvarine, allemaal aangebroken voor 1 boterham, en 80 sinaasappels. Dat was een duidelijke reden voor gesloten opname.

Ik voelde me zo triest, maar het kon niet anders. De psychiater deed twee telefoontjes en we konden gaan. Maar het moest wel die dag gebeuren, anders verliep de indicatie en zouden we opnieuw aan moeten vragen.

Schreeuwen en schelden

Broer en ik hebben meteen moeders koffertje weer gepakt en vertrokken naar hetzelfde verpleeghuis. Ma ging mee en ook mee naar binnen. Maar bij de receptie wisten ze daar van niks en hadden ze geen aanmelding.

Ik was des duivels. “Bel de huisarts,” riep ik. “Tja, die neemt niet op om 17.00,” zei de receptionist. Waarop ik: “Nee, als je niet probeert, niet!” Mijn moeder werd ondertussen steeds helderder – en boos. Ze begon te schreeuwen. Mijn broer belde de huisarts, die gelukkig wél opnam, en het balletje ging rollen. We hebben zo’n twintig (!) minuten met een schreeuwende moeder bij de receptie gestaan voor we binnen werden gelaten, vreselijk.

De intake-mevrouw sloot zich helemaal af voor mijn moeder, die mij stond uit te schelden en zei: “Jullie staan voor schut dat ik hier niet blijf, ik niet!”

Na 2 uur zijn we weggegaan, zonder een moeder die eigenlijk niet wilde blijven – maar in onze ogen moest.

Toen ik de volgende ochtend naar het ziekenhuis belde om naar toestand van mijn vader te informeren, kreeg ik het antwoord: “Uw vader is een oude, vieze, verwaarloosde man!” Ik heb nooit geweten welke verpleegster dat zomaar dacht te mogen zeggen tegen mij, maar het later wel aangekaart in het ziekenhuis.

Beter van niet

Een week zijn we niet op bezoek geweest bij mijn moeder, het was beter van niet, zeiden ze. Ook zijn we niet bij de rechtszaak geweest waar de vaststelling van de BOPZ is geweest. Na een week zijn we bij ma op bezoek geweest en ze was niet echt boos meer, maar wilde wel naar haar man.

Mijn vader heeft twee weken in het ziekenhuis gelegen. Ik heb de foto’s bij het zorggesprek gebruikt, om te laten zien dat hij niet voor zichzelf kon zorgen en ook niet voor het huis. Getuige de inhoud koelkast en hoe zijn lijf eruit zag. Er is een geriatrische test afgenomen maar daarvan werd na de uitslag gezegd: “Je vader is te intelligent voor deze test en we moeten een andere aanvragen. Dit duurt drie weken.”

Ik vroeg om een brief met daarin officieel vastgelegd dat mijn vader geen auto meer mocht rijden. Ik kreeg een A4tje met de tekst “de heer R….. wordt geadviseerd geen auto te rijden”. Geen briefhoofd, geen handtekening, niks. Ik zeg: “Jullie zeggen zelf dat mijn vader intelligent is! Dit ga ik hem niet geven, hij lacht me vierkant uit!”

Zes bananendozen

Er was dus geen reden tot opname, alleen een indicatie voor thuiszorg. De thuiszorg die een paar keer voor mijn moeder geweest was, wilde niet in de flat werken als de GGD niet gecontroleerd had op ongedierte. Het kostte een week voor die tijd hadden. In de tussenliggende periode hebben we pa in een zorghotel ondergebracht.

Ik ben toen al wat gaan ruimen, en heb onder andere zes bananendozen gevuld met medicijnen. Ik kwam ook briefjes van de apotheek tegen dat er geen medicijnen aangenomen werden. Dat incident tijdens mijn vakantie was dus niet de eerste keer geweest. Ook hoorde ik van de buren en de pedicure dat zij het afgelopen jaar ook met de huisarts gebeld hadden om te melden dat het niet goed ging met die oudjes. En ik kwam erachter dat het Leger des Heils met een ploeg de flat schoongemaakt heeft.

Pa kon dus komen. Ik heb alles gewassen wat er te wassen viel en veel spullen verwijderd. Ik ben verschillende keren letterlijk over mijn nek gegaan van wat ik achter gesloten deuren tegen kwam. Ook van de vele aanmaningen ben ik erg geschrokken. Zo bleek mijn vaders auto, die ik zolang gebruikte, niet verzekerd !

Crisisslaapkamer

Pa kwam thuis. Ik was er ook en had afspraken met thuiszorg en het zorgloket voor huishoudelijke hulp gemaakt. Pa begon alweer tegen stribbelen: “Zoveel uur poetsen in de week?” “Ja, Pa! Ook voor het wassen en strijken.” De volgende dag was ik er ook en vroeg me af hoelang het goed zou gaan. Zo heeft hij de tweede dag de hele dag zijn bril lopen zoeken. En de derde dag ging het dus fout.

Hij is gevallen, er was geen alarm, dat was niet nodig volgens de huisarts. Pa werd in de ochtend gevonden. Hij had niks gebroken, dus het ziekenhuis wilde hem niet. Dan naar de crisisopvang! Mijn vader kwam bij mijn moeder op de crisisslaapkamer. Ma, die na drie weken daar te zijn, al aardig meedraaide op de afdeling, raakte meteen van slag. Ze liep de hele dag achter de rolstoel van pa, die zelf om de vijf minuten naar de wc wilde.

De crisisslaapkamer moest weer vrijgemaakt worden, voor de volgende. Mijn moeder heeft een permanente kamer gekregen. En ook mijn vader kreeg een mega grote kamer, een verdieping hoger. Dat was op de revalidatieafdeling. Hij had een eigen douche en wc.

Doodsbang

Grote onrust bij mijn ouders. Ze wilden bij elkaar op één kamer. Ze mogen overdag alles samen doen en sjouwen de hele dag heen en weer. Mijn moeder laadt steeds kleren op vaders rollator (een rolstoel hoeft intussen niet meer) en loopt heen en weer tussen de afdelingen. Wat is dat toch? Thuis sliepen ze ook al jaren in aparte slaapkamers.

Maar mijn moeder is doodsbang om alleen te zijn en paranoide. Ze roept allerlei dingen, zoals “Ik wordt mishandeld,” en “Ze halen hem steeds weg,” “Ik wil weg met jullie mee,” en zo meer. Mijn vader dreunt dan steeds het zelfde deuntje: “Je zit hier namens een rechterlijke macht, dus je mag niet weg.” Het woord dementie kent hij niet, ik krijg het hem niet uitgelegd. Moeder is dwars en obstinaat. Mijn vader is zelf ook dementerend, maar hij is heel intelligent. Hij heeft nu twee geriatrische tests ondergaan waar hij dan van zegt: “Wat een lachertje” Ze vragen 1+1 en wie is de koning van Nederland?”

Ik wil niet opgesloten

Mijn vader heeft nu een ZZPVV09b voor drie maanden. Moeder heeft de indicatie ZZP05 BOPZ. Begin maart hoopten we om een gecombineerde instelling voor hen allebei te vinden. Open of gesloten. Maar als pa geen blijvende indicatie krijgt, wordt dat moeilijk.

Ook op een wachtlijst voor aanleunwoning komen is moeilijk. Misschien kan hij meeliften op de indicatie van ma, maar dan komt hij ook op gesloten afdeling. Ik weet niet of hij dat aankan, de hele dag mijn moeder om zich heen. Ik vindt nu al dat hij er erg slecht uit ziet. Vorige week vroeg ik hem ernaar en hij zei: “Nee, ik wil niet opgesloten.” Maar nu wil hij haar weer wél bij zich, de hele dag. Ik vind het heel moeilijk en hoop snel met wat mensen te spreken die mij hierbij kunnen helpen. Mensen die mijn ouders nu meemaken, in het verpleeghuis.

Schipperen

Ik heb ook een baan, dus dat is schipperen. Ik moet een 50 minuten rijden om naar het verpleeghuis te komen en er zitten maar 24 uur in een dag.

Het is een heel verhaal geworden, maar het is ook complex – en steeds komt die film naar boven. Ik vind het zo jammer dat ik niet twee jaar geleden wat harder gedramd heb om mijn vader te overtuigen. En de huisarts vind ik nalatig. Hij had bij deze signalen toch écht over het woordje privacy heen mogen stappen, vind ik .

Comments (0)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top