Dagbesteding van dementerenden dreigt te verdwijnen
De dagbesteding voor dementerenden staat onder enorme druk. Vanaf 1 januari j.l. zijn dagactiviteiten voor mensen met dementie de verantwoordelijkheid van de gemeenten (WMO). Uit twee apart inventarisaties van Alzheimer Nederland en GGZ Nederland blijkt dat gemeenten tussen de 25 en 50 procent korten op dagbesteding, waardoor deze vorm van zorg aanzienlijk zal af nemen of – in het ergste geval – helemaal dreigt te verdwijnen.
Een zinvolle dagbesteding is volgens GGZ Nederland cruciaal om de ingezette koers van beddenafbouw te realiseren. Zorgaanbieders wijzen op het risico van verwaarlozing, terugval, toename crisisopname en toename veiligheidsrisico’s indien op lokaal niveau niet kan worden voldoen aan de zorgbehoefte van deze kwetsbare groep.
Volgens GGZ Nederland geven zorgaanbieders verder aan dat ze te maken hebben met veel verschillende eisen van gemeenten en dat leidt tot extra administratieve lasten en financiële risico’s. Het gaat om eisen op het gebied van kwaliteit, registratie, declaratie en verantwoording. Die veelheid komt de zorg niet ten goede.
Alzheimer Nederland komt tot vergelijkbare conclusies als GGZ Nederland. Volgens de inventarisatie van Alzheimer Nederland worden als gevolg van bezuinigingen op vervoer en personeel de professionals vervangen door vrijwilligers. Dit kan alleen als de vrijwilligers getraind zijn, want kennis van dementie is nodig om met dementerenden om te gaan. Vrijwilligers zijn niet altijd deskundig genoeg om met deze doelgroep om te gaan.
En wat zijn de concequenties voor de mantelzorgers van deze dementerenden? Inmiddels blijkt dat er Ook voor sommige mantelzorgers inmiddels al het één en ander is veranderd. Door de hogere eigen bijdrage op de dagbesteding of het wegvallen van de vergoeding voor het vervoer gaan in sommige gemeenten dementerenden minder vaak naar de dagbesteding. Dus weg is het ideaal om mantelzorgers te ontzorgen! Mantelzorgers zullen meer onder druk komen te staan als de dagbesteding wegvalt, met alle gevolgen van dien.
Alzheimer Nederland geeft aan dat ze zich zorgen maken over de bezuinigingen die gepland staan in de rest van het jaar. Zij zullen de veranderingen in de zorg scherp in de gaten houden. In een handvol gemeenten is inmiddels een positieve ontwikkeling gestart: plannen voor nieuwe laagdrempelige opvang waarbij mantelzorgers worden betrokken. Ook wordt meer samengewerkt met wijkteams en casemanagers, aldus Alzheimer Nederland.
bron: Nationale Zorggids/Alzheimer Nederland
Mijn gevoel zegt me het volgende inmiddels:
De overheid “wilt” dat we inzetten op mantelzorg en participatie maar ze leveren de verkeerde voorwaarden. Door bijvoorbeeld respijtzorg in 2 delen te financieren maken ze het voor gemeentes helemaal niet aantrekkelijk om mantelzorgers te ondersteunen. Immers respijtzorg in de thuissituatie (dus ook dagbesteding) moet worden betaald door de gemeente. Maar kan de mantelzorger het niet meer aan en wordt iemand opgenomen in een 24 uurs setting, dan betalen de verzekeringen dat.
Tja, waarom zou je dan respijtzorg leveren? Volgende week donderdag ga ik hierover praten op PurPLus, radio programma van Purmerend
Daar komt nog iets bij: veel gemeenten zijn ‘vergeten’ respijtzorg in te kopen. Amsterdam bijvoorbeeld heeft geen contracten gesloten met zorgaanbieders voor kortdurende logeeropvang van iemand met bijvoorbeeld dementie, Parkinson of een andere aandoening. Dat betekent dat een overbelaste mantelzorger die er hoognodig even tussenuit moet om de zorg te kunnen blijven volhouden, hiervoor niet op de gemeente kan terugvallen. En dat is niet de afspraak. Met iedere dag dat een mantelzorger langer kan zorgen wordt, in het geval van intensieve zorg voor bijvoorbeeld een ouder met gevorderde dementie, een dag verpleeghuiszorg uitgespaard. Ofwel 210 euro (recent onderzoek universiteit Twente). Als overheidspartijen écht willen samenwerken, bewijst een simpele rekensom dat het (gedeeltelijk of helemaal) vergoeden van respijtzorg een slimme zet is.