Geen gekibbel tijdens het kerstdiner

Stel je een gekwelde mantelzorger voor — we noemen haar even Hanna — die een kerstdiner serveert aan haar bejaarde moeder die bij haar woont, en haar twee oudere broers en hun families die ergens anders wonen en vanmiddag zijn gearriveerd. De tafel is mooi gedekt en het eten is heerlijk, maar Hanna is chagrijnig. “Ik ben weer degene die al het werk doet,” denkt ze bij zichzelf. “Net zoals ik altijd in mijn eentje voor mamma zorg.”

Het is waar. Haar broers zitten daar gewoon terwijl zij met schalen van en naar de keuken loopt, soep serveert en vlees snijdt. Als ze eindelijk ook bij hen aan tafel zit kan ze haar frustratie niet meer verbergen. “Waarom schep jij mamma niet eens op, voor de verandering” zegt ze met een scherpe ondertoon tegen haar oudste broer. Iedereen aan tafel verstijft. Ze begrijpen allemaal dat Hanna het over de zorg in zijn algemeenheid heeft, niet alleen over deze maaltijd. Mamma voelt zich ongemakkelijk en kijkt de andere kant op. De broer staat plotseling hardhandig op en smijt een plak rosbief op zijn moeders bord. Een zware stilte hangt rond de tafel.

Misschien is dit een heimelijke droom van elke mantelzorger, om hun broers en zussen en andere familieleden die geen enkele steun bieden en hun afwezigheid altijd goedpraten, daar tijdens de aardappelpuree mee te confronteren. Het geeft waarschijnlijk een goed gevoel om hen te vernederen terwijl ze lekker zitten te eten. Het zou echter nog beter voelen als die familieleden vrijwillig van hun stoel kwamen en meehielpen, als bedankje voor wat de mantelzorger 364 dagen per jaar voor hun moeder doet.

In het geval van Hanna brengt herrie schoppen risico’s met zich mee. In het minst erge geval creeert het een tweedeling in de familie tijdens de feestdagen, in een tijd waar samenzijn meestal voorop staat. In het ergste geval kan het juist de familieleden die het meest in staat zijn om te helpen, en waarvan de mantelzorger hoopt dat ze over de brug komen, meer vervreemden. Als rechtstreekse confrontatie echt zou werken, dan hoefden mantelzorgers alleen maar om hulp te vragen en zou een legertje aan hulpvaardige mensen meteen op de stoep staan. Helaas zorgt zelfs de feeststemming van de kerstdagen meestal niet voor zoveel goeie wil.

Wat zouden mantelzorgers tijdens het kerstdiner dan wel en niet moeten zeggen om de vrede te bewaren en tegelijkertijd om meer hulp te vragen?

Zeg niet: “Waarom help je me niet vaker met mamma?” Een grondbeginsel van gezinstherapie is dat “jij” uitspraken (“jij behandelt me niet goed” bijvoorbeeld) altijd een beschuldigende klank hebben en meestal een afweerreactie of een hoop verontschuldigingen uitlokken. Er zijn maar weinig koppige broers die positief reageren en daadwerkelijk actie ondernemen. De vraag op zich is eigenlijk ook een te breed verzoek. Vragen om hulp moeten specifiek zijn, en afgestemd op de beschikbaarheid en mogelijkheden van de broer of zus.

Zeg wel: “Ik zou het erg waarderen als je me met mamma wilt helpen tijdens het eten.” Dit soort “Ik” uitspraken komen bij anderen vaak neutraler over. Als het een duidelijk omschreven en beperkt verzoek is, zullen mensen daar gemakkelijker mee instemmen. Wie durft er nou nee te zeggen tegen iemand die de hele dag in de keuken heeft staan zwoegen!

Zeg niet: “Ik kan soms echt niet meer tegen het feit dat mamma constant zorg vereist.” Veel familieleden die niet behulpzaam zijn, rechtvaardigen hun gebrek aan betrokkenheid bij de zorg door de tekortkomingen van hun ouder(s) te ontkennen. In plaats van te geloven wat je zegt en te accepteren dat mamma zorg nodig heeft, zullen ze je waarschijnlijk bekritiseren en zeggen dat je overdrijft en een klager bent.

Zeg wel: “Welke veranderingen zijn jou opgevallen in de manier waarop mamma loopt, praat en denkt sinds de laatste keer dat je hier was?” Het is beter om een beroep te doen op hun eigen indrukken en gevoel om hen duidelijk te maken dat hun ouder achteruitgaat. Zelfs als die broer of zus ontkent dat er dingen veranderd zijn, zal hij of zij daarna toch meer letten op de manier waarop de ouder functioneert, en het uiteindelijk in de gaten krijgen.

Zeg niet: “Je moet vaker op bezoek komen.” Zoals velen van ons kunnen beamen is schuldgevoel een sterk motivatiemiddel. Het kan aan de andere kant ook erg nare gevoelens opwekken. Zelfs als de broers wel voor de volgende feestdag op bezoek komen, dan doen ze dat waarschijnlijk schoorvoetend, bang dat ze weer een preek krijgen waardoor ze zich weer schuldig voelen. Uiteindelijk komen ze dan met bepaalde excuses om helemaal niet meer te komen.

Zeg wel: “Het was echt leuk je zien.” Voor broers en zussen die niet helpen bij de zorg, is het belangrijk om er toch een bevredigende ervaring van te maken. Een harmonieus diner met veel gelach en zonder bitterheid is een grote stap in de goeie richting. Als de tafel is afgeruimd en de jassen worden gepakt, laat hen dan weten dat jij en mamma het echt fijn vonden om hen te zien, en het oprecht zouden waarderen als ze een meer integraal deel van jullie leven zouden uitmaken.

http://www.aarp.org

is vertaalster, musicus en werkt als taalcoach voor Rosetta Stone. Ze woont en werkt in Florida, in de Verenigde Staten.

Comments (0)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top