Zorgen voor je vader: ‘Jaap en de tijd (2)’

André Beerda02Mijn vader heeft kort op elkaar drie zware epileptische aanvallen gehad. Zo zwaar dat een patiënt dat normaal gesproken niet overleeft. Tot nu toe herstelt mijn vader vrij snel na een zware aanval wel weer iets, maar dat gebeurt nu niet meteen. Het blijft spannend. Is het zover dat mijn vader ‘de tijd uitgaat’, zoals ze in Twente zeggen? Zijn tijd is in ieder geval nog nooit zo dichtbij gekomen.

Net als hij zich na een paar dagen eindelijk toch iets lijkt te herstellen, gaat het weer verkeerd. Enorme hoestbuien, alsof hij erin blijft. Mijn moeder vertrouwt het niet. De huisarts komt langs. Er dreigt een longontsteking. En dat kan fataal zijn voor iemand met zo’n verzwakte afweer. De enige remedie is een paardenmiddel: de zoveelste antibioticakuur. En dan hopen dat die aanslaat.

De zware aanvallen, de afweer die tot bijna nul is gereduceerd en nu weer die longontsteking. Het eist veel van mijn vader. Is het niet teveel? Moeten we hem niet gewoon de tijd uit laten gaan? Pijn bestrijden waar nodig en kalmeringsmiddelen geven maar niet meer het gevecht aangaan met een antibiotica-invasie. De huisarts stelt mijn moeder de vraag die hij moet stellen: wilt u dit nog wel? Mijn moeder denkt al dagen aan niets anders. Hoe moet ze voor hem bepalen wat er moet gebeuren?

Ze wil hem nog niet kwijt, de man met wie ze 55 jaar is getrouwd, haar eerste grote liefde. Met wie ze nog steeds liefdevolle momenten van herkenning heeft, van bij elkaar horen. Een blik, een lach, of zelfs een teken van irritatie. En als hij de zware aanvallen, de ontstekingen of de hoestbuien weer heeft doorstaan, weet hij ook niet meer wat hij heeft doorgemaakt. Da’s dan weer het voordeel van die verrotte Alzheimer. En dan zijn er soms weer van die miraculeuze momenten van helderheid, waarbij hij als het ware voor even gereset is. Hij brabbelt dan honderduit, zegt soms even een (korte) volzin, lacht, lijkt weer even plezier te hebben. Voor de volle vijf procent, zullen we maar zeggen. Maar iets is ook iets. Bovendien, hij hoest nog met zoveel kracht dat dit ironisch genoeg ook iets zegt over hoe relatief sterk hij nog is.

De antibiotica lijken hun werk te doen, Jaap heeft het weer gered. Voor het eerst in een week durft mijn moeder weer alleen met hem te zijn. Op zondag komt mijn zus. Om op mijn vader te passen. Ze gaat er even lekker een paar uur tussenuit. Lekker lunchen met een vriendin. Voor haar verjaardag. Ze is die dag 79 geworden, bouwjaar 1937. Net als mijn vader, wiens tijd nog niet gekomen is. Mijn moeder straalt als de zon op die fraaie lenteachtige dag in januari, ze heeft nog nooit zo’n fijn verjaardagskado gehad.

André Beerda is freelance journalist en communicatie-deskundige. Hij werkte voor o.m. Man Bijt Hond, Netwerk en Altijd Wat. Maar hij is vooral de zoon van Jaap, die al zeker 9 jaar Alzheimer heeft. En van Fenny, die zo goed voor Jaap zorgt dat hij nog steeds thuis kan wonen. Over hoe bijzonder die alledaagse zorg kan zijn, gaat dit blog.

Comments (0)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top