
Zorgen voor je partner: Ja, ik ben er nog.
Toen ik gisteren thuiskwam met de boodschappen, was jij er al; daar had ik niet op gerekend, meestal kom je pas begin van de middag thuis, en jij had niet verwacht dat ik er niet zou zijn.
Er brandt licht op de overloop, zie ik van beneden; je bent dus boven geweest.
Om te kijken of ik mijn spullen soms had gepakt?
Ik denk het wel, want dat is je grootste angst.
Nee, in zo’n korte tijd kan ik mijn boeltje niet bij elkaar pakken, en ik zou ook niet zomaar zonder mijn spullen vertrekken; dan moet de situatie wel erg slecht geworden zijn.
Niet dat het nu goed is, maar de situatie is nog beheersbaar.
Je bent vriendelijker gestemd, en dat bevestigt mijn vermoeden dat je bang was dat ik weg zou zijn.
Ik vraag je er niet naar.
Ik kijk de kat uit de boom.
Je vraagt hoe we nu verder gaan, of we nog verder gaan.
Rustig zeg ik dat de afspraak om het nog aan te kijken, staat tot het eind van het jaar, en we hebben dus nog wat dagen te gaan.
Ik weet niet wat het is, dat ik tegen jou niet hard kan zijn, maar ook ben ik iemand die zich aan haar woord houd, hoe moeilijk het ook is.
Eerlijk gezegd zie ik het heel somber in, want de heftige aanvaringen blijven komen, blijven ontstaan, hoe ik ook mijn best doe om uit die gevarenzone te blijven.
Pas geleden zei jij dat jij op jouw manier ook je best doet, en ik geloof je, maar zoals ook met praktische zaken, werkt het in jouw hoofd contra, en speel daar maar eens op in.
Een onmogelijke opgave.
Je bent net weer de deur uit gegaan, voor je vrijwilligerswerk, en op de valreep vraag ik je of je gisteren (inderdaad) had gevreesd dat ik weg was gegaan.
“Ja”, zeg je, “er ging van alles door mij heen”.
Nu vraag ik mij af waar je nog meer aan had gedacht.
Zelfmoord misschien? (Al zou ik dat nooit doen; weleens gewenst dat ik “hier” niet was.)
Moet ik straks nog even vragen.
Ik heb weer even een paar uurtjes rust.
Jij bent aan het werk bij het Leger des Heils, waar je sinds een aantal weken terecht kunt om een helpende hand te bieden.
Dagbesteding viel af; gevoelsmatig en financieel.
Zo blij dat er toch mensen zijn die het met je willen proberen, op aanvraag van de coördinator vrijwilligerswerk van het Sociaal Wijkteam.
Je moest er wel erg wennen aan de “heilige” sfeer.
Jouw achtergrond is er één van de grote vloeken en de intimidatie.
Hier wordt nog geen grapje gemaakt.
Ze hebben al geprobeerd om je “in te lijven”, maar die ambitie heb je niet.
Je bent van de straat, of beter gezegd, van huis weg; mooi dat het “Leger” zich over jou wil ontfermen.
Zo ook over jouw jongste zoon, die in de jongerenopvang zit, nadat hij eerst hier wegliep en daarna bij zijn oudste broer vertrok.
Vader en zoon, allebei bij het “Leger”.
Zou de Majoor dat weten?
Jij praat er in ieder geval niet over; te pijnlijk.
Comments (0)