Trede voor trede – Gastblog van Krista Okma

Ik maak de trap schoon. Trede voor trede. Met aandacht. Haal er eerst een schuursponsje over. Het is mijn trap. Onze trap. In ons huis. Nu nog wel. ‘Raar he?’ roep ik naar de woonkamer. Waar mijn man net de stofzuiger uit zet. We kochten het huis toen ik zwanger was van Kate.

Waren we op slag verliefd? Nee. Maar het huis had genoeg kamers voor ons allemaal. Voor iedereen in ons gezin en voor die kleine pinda, waarvan we inmiddels al wisten dat het een meisje zou worden. Het had geen tuin en lag ook nog eens aan een drukke weg. Twee criteria die al snel van tafel werden geveegd. We hadden genoeg om naar uit te kijken. Een huis was maar een huis. We zouden de zonnige dagen op het strand doorbrengen. De drukte omarmen, en vrolijk zwaaien naar iedereen die aan ons grote woonkamer raam voorbij zou komen. En bovendien het huis gewoon goed tegen buitengeluid isoleren. De toekomst lachte ons tegemoet, en wij lachten stralend terug.

trapIk neem de trede af met een natte lap. Het huis isoleren was al snel gelukt. Het zwaaien naar alle voorbijgangers ook. Die dagen op het strand gingen ook nog wel. In het begin. Tot Kate groter en groter werd. Wel in haar lijf, maar niet in haar hoofd. Ze niet meer in de MaxiCosi paste, maar ook nog niet rechtop in een kinderzitje kon zitten. Laat staan op een strandkleedje in het mulle zand.

Er kwam een grote mat, om het rollen op te oefenen. Een aangepaste kinderstoel, met extra zitsteun. Een sta-orthese, om te zorgen dat haar botten goed zouden blijven groeien. Een trippelstoel, waarmee ze zich door de kamer kon bewegen. De woonkamer werd voller en voller, en het huis al snel te klein. Bovendien werd duidelijk dat Kate misschien wel nooit op haar eigen voetjes op deze trap omhoog zou lopen.

Met een theedoek wrijf ik de trede nog even droog. We wonen al twee jaar aan de overkant. In het nieuwe huis. Groter, met traplift en zonder drempels. Zodat Kate haar rolstoel overal kan komen. ‘Ik word er triest van,’ antwoordt mijn man vanaf beneden. ‘We hadden zoveel mooie verwachtingen. Wat hebben we nu nog om naar uit te kijken?’ Ik slik. Krijg een brok in mijn keel. Hij heeft gelijk. We zijn van de trap gevallen. Onze stairway to heaven.

‘Het is toch niet alleen maar negatief?’ vraag ik weifelend. Inmiddels staan we toch echt wel weer een paar treetjes hoger dan toen. In de tijd van het slechte nieuws. Alles in mij heeft zich verzet zich om onderaan die trap te blijven liggen. Ik wilde omhoog. En dat wil ik nog steeds. Al is het kruipend. In de kamer blijft het stil. Hij zet de stofzuiger weer aan, zonder nog antwoord te geven.

Ik kijk naar het eindresultaat. De trap is witter dan wit. Niet dat het uitmaakt. Nog even en dan komen de nieuwe bewoners. Met al hun spulletjes. Is het huis weer vies, voordat ze er ook maar één nacht in hebben geslapen. Maar voor nu is het nog even mijn trap. Onze trap. In ons huis.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top