
Onze wereld met meneer Alzheimer: Vastigheden en onverwachte zaken
Het gaat heel wisselend met mam. Als ik bij haar op bezoek ga, dan is het iedere keer weer afwachten hoe ze gaat reageren. De momenten dat we een gesprek voeren zijn zo goed als over. Mam praat wel maar haar wereld is zo anders dan die van ons. Zij leeft echt in haar eigen wereld en hecht erg aan alle vastigheden die het wonen in een woonzorgcentrum haar bieden. De meiden en dames van de zorg moeten ook iedere dag manoeuvreren om het de bewoonsters van afdeling Waterkant naar de zin te maken. En daarbij is ook niet gezegd dat wat gisteren wel goed werkte, vandaag weer werkt. Niets is zo wispelturig als het gevoel van iemand met dementie.
Het is maandagmiddag rond een uur of 2 als ik de buurtkamer binnenstap. De televisie staat aan, een oude revue van André van Duijn. Moeders zit samen met een medebewoonster naar het scherm te kijken. Ik zie haar lachen om die rare man op de tv. Ik loop naar mam toe en geef haar een dikke kus en een knuffel. Ze reageert terug door mijn hand te pakken. Ik pak een stoel en schuif gezellig naast haar. ‘Gezellig, André van Duin met Corry van Gorp en Frans van Dusschoten, leuk he mam?’ Mam reageert met een lach. Samen kijken we naar een sketch waarbij André en Corry met de trein mee gaan en hij zijn kaartje kwijt is. Frans is kaartjescontroleur en moet het kaartje zien. Corry heeft haar kaartje in haar tasje, maar André is zijn kaartje kwijt. Ik haal met mam een herinnering op, want vroeger gingen wij met de trein van Den Helder naar Rotterdam en altijd als ik zelf mijn kaartje bij me had, dan was ik het kwijt… Mam kijkt me aan en ik zie haar graven in haar geheugen in de hoop dat het juiste laatje open gaat. Helaas blijft het laatje dicht maar dat maakt niet uit. Ik geef haar een dikke knuffel en sla mijn arm om haar heen, gewoon genieten van het samenzijn. En zo kijken we samen verder naar de rare kapriolen van Van Duin en consorten.
Eén van de verzorgenden vraagt of ik misschien de koffie kan inschenken want ze moet een andere bewoonster helpen. Geen probleem, juist daarom ben ik er. Hier helpen geeft mij ook voldoening, iets doen voor de bewoners is altijd fijn. Een andere bewoonster komt ook naar de buurtkamer en met zijn viertjes drinken we een bakkie koffie met een overheerlijk koekje. We praten wat en ik schenk nog een tweede bakkie in. Voor mam pak ik een sapje, want dat gaat er beter in dan de koffie. Ik sta op het punt om naar huis te gaan als er een mevrouw van Goudenhart binnen komt. Ze is op zoek naar mevrouw G. Mam kijkt haar aan en kijkt naar mij, want ze ziet aan mij wel dat zij mevrouw G. moet zijn.
De mevrouw is de ergotherapeut en zij is door de huisarts gevraagd om eens te kijken hoe het met moeders gaat met zitten en liggen. Mam heeft een soort doorlig- en -zitplek op haar billen die soms lijkt te herstellen maar toch nooit helemaal weg gaat. Oké, daar gaat mijn planning voor de namiddag, maar mam alleen laten met deze voor haar onbekende mevrouw die haar vast van alles gaat vragen, is ook geen optie. Hoe zo mantelzorg daar kies je voor?
Ik pak mams rollator en we schuifelen naar mams appartement met de ergotherapeut in ons kielzog. Mam is gelijk helemaal van de leg, want wat moet zij nu toch doen in die kamer en waar moet ze gaan zitten en wie is die vreemde mevrouw? Ik zie de spanning en onrust bij haar opbouwen en dirigeer haar langzaam naar de bank waar ze totaal niet op haar gemak gaat zitten. De ergotherapeut begint haar vragenvuur en ik vraag me echt af of deze mevrouw weet hoe de wereld voor iemand met Alzheimer en vasculaire dementie er uit ziet. Hoe bedreigend dit vragenvuur kan zijn. Maar goed, er moet toch gekeken worden hoe mam zit en ligt, dus we zetten maar even door.
Mam moet laten zien hoe ze op haar bed gaat liggen en hoe ze ligt. Ze heeft een lucht gevuld matras en dat is dus erg onstabiel, een soort van niet gestabiliseerd waterbed. Het valt niet mee om op bed te gaan liggen mede doordat mam niet naar bed wil. Ze ligt overdag nooit op bed. Met wat overredingskracht lukt het om haar op het bed te laten zitten en ze laat goed zien hoe ze op bed gaat liggen. Als de ergotherapeut vervolgens met haar wil oefenen hoe ze zich op bed kan draaien, zodat ze niet aldoor op haar rug ligt, is haar limiet bereikt. Ze sluit zich af, voor de ergotherapeut en voor mij. Einde oefening, ze mag weer uit bed maar haar geslotenheid is ondoordringbaar. Ze wil niets meer. Zelfs als de ergotherapeut, als we weer op de bank zitten, wijst naar de foto van mams met haar twee kinderen, komt er geen reactie. Ik praat nog even met de ergotherapeut en dan neemt ze afscheid. Mam snapt helemaal niet wat er nou allemaal is gebeurd en wil ook niets meer.
Ik loop naar de buurtkamer waar ik de evv-er van mam tref. Zij is erg verbaasd als ze hoort dat de ergotherapeut nu al geweest is, want dat was pas die ochtend voorgesteld door de huisarts. Normaliter duurt het dan even voordat er daadwerkelijk iemand komt, maar nu was het dus echt allemaal supersnel gegaan. Ik meld nog dat mam behoorlijk verward is van alles en neem afscheid van de evv-er en ook van mams.
Als ik tegen 5 uur thuis binnenstap, moet ook ik eerst even bijkomen en stoom afblazen. Ik had mam moeten beschermen maar ja, er moet ook gekeken worden hoe doorligplekken voorkomen en verminderd kunnen worden. Als ik later die dag het zorgdossier bekijk, lees ik dat mam gelukkig in de avond weer is bijgedraaid en gezellig in de buurtkamer aanwezig was. Haar vertrouwde omgeving met de vertrouwde gezichten hebben voor deze keer weer gewonnen.
Comments (0)