Onze wereld met meneer Alzheimer: Schoonzoon is niet welkom

Mam zit samen met haar vriend op de bank in haar appartement. Als ze de deur open ziet gaan, kijkt ze wat verstoord onze kant op. Samen met mijn mam loop ik naar binnen. De vriend van mijn moeder, 86 jaar en hij komt bijna elke week bij haar op bezoek, staat op om ons te begroeten. Ik zie dat mams boos opkijkt en loop gelijk naar haar toe. Op mijn ‘Hoi lieverd’ reageert ze nauwelijks, ze blijft maar naar mijn man kijken. Dan zegt ze ‘Hij niet’. Ik zeg haar dat dat mijn man is, maar daarop komt geen positieve reactie. ‘Dat moet jij weten, maar hij is een lul.’ Ik probeer mijn verbazing te onderdrukken maar dat lukt niet. Als ik mam zeg dat ik dat niet leuk vind om te horen, haalt ze haar schouders op. Onvoorstelbaar, zo ken ik mijn moeder niet.

Ik begroet haar vriend en begin de schone was op te ruimen. Vanuit de slaapkamer kijk ik hoe ze naar mijn man kijkt en zie dat haar blik bozig blijft. Ik had al vaker van mijn man gehoord dat mams negatief op hem reageerde, maar nu ik het zelf meemaak, schrik ik er toch van. Dit lijkt zo niet op mijn moeder.

Als de was in de kast ligt, drinken we een bakkie koffie en de heren raken in gesprek. Ik zie dat mam zich afzondert, ze kan er geen touw meer aan vast knopen, deels herkenbaar want de heren praten over scheepvaart en vrachtwagens, geen onderwerp waar mam en ik verstand van hebben. Ik zet mijn stoel bij haar neer en laat op mijn telefoon wat foto’s zien van het uitje naar de Efteling dat mijn man en ik afgelopen zaterdag met onze dochter en schoonzoon hebben gemaakt. Ze lijkt het niet te zien, of eigenlijk, ze wil het niet zien. Ze kijkt steeds weg, naar mijn man. Alsof ze weg moet, alsof hij weg moet.

De verzorgenden brengen de warme maaltijd op de kamer. Twee dienbladen met voor mams en haar vriend een bord met aardappels, sperzieboontjes en een stukje rundvlees. En natuurlijk een schaaltje chocoladevla. Het ruikt heerlijk.

Maar dan begint eigenlijk het echte werk pas, mams van de bank naar de tafel krijgen zodat ze kunnen gaan eten. Ik sta bij mams en vraag haar of ze meekomt naar de tafel. Mijn man komt er ook bijstaan, zodat we mams met zijn tweetjes kunnen helpen. Ze schiet gelijk in het verweer. ‘Ik hoef niet, ben gisteren al geweest.’ Op mijn ‘Mam, je moet toch eten.’ blijft ze stokstijf op de bank zitten. Pas als mijn man wat afstand neemt, lijkt ze wat meegaander en schuift ze langzaam wat rechterop. Maar zodra hij weer een stap in haar richting zet, zet ze zich weer schrap. Met wat geduld en aandringen lukt het om mam overeind te krijgen en we schuifelen naar de eettafel. Haar vriend heeft ondertussen het stukje vlees al klein gesneden en de stoel van de tafel geschoven. Het kost wat moeite maar dan zit mam op de stoel. We schuiven de tafel naar haar toe en haar vriend geeft haar snel een hap eten. Ze kauwt tevreden en lijkt het nu toch weer goed te vinden.

We nemen afscheid en terwijl we naar huis lopen, zeg ik tegen mijn man dat ik haar eigenlijk nog nooit zo heb gezien. Zo anders, zo niet mijn moeder. Mijn man moet er om lachen als ik hem vertel dat zijn schoonmoeder hem een lul vindt. Hij kan er gelukkig om lachen, maar ik begrijp nu wel waarom hij de laatste weken steeds vaker zegt dat hij voor mams vriend gaat en niet meer voor mijn moeder. Ook hij kent mijn moeder zo niet. Dit soort termen past gewoon niet bij haar, de verdomde ziekte maakt dat ze zich zo uitdrukt. Dat ze bij mijn man ineens de associatie heeft van weg moeten, hem in ieder geval niet in haar buurt wil.

Ik heb vandaag weer een beetje meer respect gekregen voor haar vriend, die op zijn 86e en met een steeds meer haperende gezondheid, elke week vanuit de grote stad met de trein naar ons dorp komt. Van deur tot deur toch minimaal 1 uur reizen en dat praktisch elke week. Hij is er meestal rond half 11 en stapt om half 4 de deur weer uit. Petje af!

 

 

Mantelzorger voor onze moeder die na haar herseninfarct in 2010 problemen kreeg met haar geheugen. Pas in 2016 kreeg zij de diagnose vasculaire dementie/ziekte van Alzheimer. Sinds 2017 woont zij in een kleinschalig woonzorgcentrum bij mij op het dorp.

Comments (0)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top