skip to Main Content
Onze Wereld Met Meneer Alzheimer – Afscheid Nemen

Onze wereld met meneer Alzheimer – Afscheid nemen

Mams komt uit een gezin van acht kinderen, waarvan er nog drie in leven zijn. Mams heeft nog één broer van 81 jaar die helaas ook de ziekte van Alzheimer heeft en één zus van 85 die haar samen met haar man tot voorkort bijna elke woensdag kwam bezoeken. Rond de kerst werd haar zus ziek en kon ze niet meer komen.

Mam vond dat wel een soort van jammer, maar maakte in haar hoofd haar eigen verhaal. Zus kwam niet meer omdat ze ruzie hadden. Zus kwam niet meer omdat ze geen zin meer had om te komen. Zus kwam niet meer omdat ze met een andere familie dingen ging doen.

Ondertussen probeerden wij haar te vertellen dat haar zus ziek was, maar dat wilde er echt niet in. Mams zus voelde zich erg rot dat zij niet meer bij mams op bezoek kon, haar kleine zusje, daar moest ze toch zeker naar toe. Maar helaas, het ging echt niet meer. Een paar weken geleden werd ze opgenomen in het ziekenhuis en we gingen er toch echt vanuit dat ze daar weer uit zou komen. Ze kwam vast weer gauw bij haar zusje op bezoek, maar wat zou het anders lopen.

Mijn man en ik gingen bij tante op bezoek en hoopten dat ze weer gauw thuis zou komen en dat het allemaal goed zou komen. Hoe naïef waren we toen. Mam informeerden we regelmatig, wat zeer wisselende reacties opleverden. Soms was ze heel meelevend, maar vaker gaf ze een sneer dat haar zus gewoon niet wilde komen. Het was lastig voor mijn tante dat ze niet meer kon komen. Wij gaven regelmatig aan dat mam het niet wist of iemand wel of niet was geweest, maar zij wist wel dat ze niet meer ging en dat deed haar pijn.

Afgelopen zaterdag werden we door mijn oom gebeld, het ging niet goed en mijn tante wilde mij zien. Samen met mijn man naar het ziekenhuis. Daar samen met oom en een nicht wachten op de uitslag van een scan en een gesprek met de behandelend arts. Hoe lastig is het om antwoord te geven op de vraag van mijn tante, ‘Wat vonden wij dat ze moest doen?’ Wat zeg je dan… hoe moeilijk is dat. Het moet haar keuze zijn, wil ze nog vechten dan moet ze doorgaan, maar is ze het strijden moe, dan moet ze ook kunnen zeggen dat het genoeg is. Het was zo moeilijk en bracht mij weer terug naar juni 2005 toen mijn vader in de Daniel den Hoedkliniek lag en er palliatieve sedatie werd ingezet om hem een comfortabel einde te geven. Alles kwam weer terug, iedere vezel herinnerde zich die 11e juni…

Tanta besloot nog te willen vechten, maar ze had nog één wens, ze wilde haar zus nog zien. En oh, wat had ik op dat moment graag willen toveren, even meneer Alzheimer in zijn hok stoppen en mams in de auto zetten en naar het ziekenhuis rijden. Mam is immers al enige tijd het verzorgingshuis niet meer uit geweest, in de auto was de laatste keer geen prettig iets, ze vroeg elke 5 minuten of we er al waren en waar we dan ook al weer heen gingen.

Maar voor mijn tante wilde ik wel alles op alles zetten om haar allerliefste wens te realiseren. Op de terugreis al contact gezocht met de EVV-er van mam en tot de conclusie gekomen dat we het maar gewoon zouden proberen.

Zondagmorgen ben ik eerst langs het huis gegaan om eens te peilen hoe mams bui was. Toen ik haar vertelde dat haar zus in het ziekenhuis lag, reageerde ze verrast; ‘Ligt ze nog steeds in het ziekenhuis?’ ‘Ja en ze wil je heel graag zien. Zullen we op bezoek gaan, dan halen we je vanmiddag na het eten op en gaan we naar het ziekenhuis.’ Of het allemaal aankomt en of ze snapt wat dat inhoudt, dat blijft gissen maar ze reageert positief. Hindernis 1 hebben we genomen.

Ik ga naar huis om ook te eten en bel mijn oom om het goede nieuws te brengen. Helaas heeft hij voor ons geen goed bericht. De toestand van mijn tante gaat achteruit, de behandeling slaat niet aan en in overleg met de arts wordt de behandeling gestaakt. Ze krijgt meer pijnstilling en ook slaapmiddel. We mogen gelijk naar het ziekenhuis komen en ik neem contact op met de buurtkamer van mam. We komen haar eerder halen en dat is goed.

Mam zit al op me te wachten maar lijkt totaal vergeten wat we gaan doen. Op mijn ‘We gaan naar het ziekenhuis.’ reageert ze heel fel. Ze gaat niet naar een ziekenhuis, ze blijft thuis. Foute opmerking… het is zo manoeuvreren op een dun lijntje. ‘We gaan naar je zus’ valt beter en we lopen langzaam richting de uitgang. Mam herkent haar appartement en wil daar heen. ‘Nee mam, we gaan met de auto.’ Paniek in haar ogen, ze weet het niet meer. Een verzorgende helpt even mee en we staan buiten. Ik zie weer de paniek in haar ogen. Mijn man staat bij de auto en het lukt ons om haar op de voorstoel te krijgen, nu haar benen er nog in. Hoe doe je dat? Hoe leg je uit dat iemand moet draaien en haar benen mee moet nemen? De verzorgende vraagt vanaf het terras of we hulp nodig hebben en komt ons helpen. Mam geeft nogmaals aan dat ze nu toch echt naar huis moet. Gelukkig weet de verzorgende haar rustig te krijgen en met een handigheidje (een persoon pakt haar benen en een ander zit op de rijdersstoel en ondersteund haar rug terwijl ze draait) krijgen we mams in de auto. Ze zit, we gaan rijden. Hindernis 2 is dus ook genomen.

Na een rustige rit van een kleine 40 minuten zijn we bij het ziekenhuis. Hindernis 3: mam uit de auto krijgen en in de rolstoel. Met wat hulp van een omstander lukt ook dat en kunnen we het koele ziekenhuis in. Mam vraagt steeds wat we gaan doen en als ik antwoord dat we naar haar zus gaan, reageert ze weer geprikkeld. ik hoop zo dat dat zo anders gaat.

En dan staan we voor de deur waarachter haar zus ligt. Tante is niet meer bij, ik rij de rolstoel naast het bed. Mijn nicht neemt mams hand en geeft haar een kus. Mam lijkt haar te herkennen, maar geeft al vrij snel aan dat ze weg wil. Ik ga bij haar zitten en met nicht samen praten we wat over tante. Mam kijkt naar haar zus maar er is geen enkele herkenning. We zeggen tegen mijn tante dat haar zus er is en het lijkt of haar ademhaling wat veranderd. Maar waarschijnlijk willen wij dat zien. We blijven een minuut of 10 in de kamer, mam is wisselend gestemd, verdrietig, huilend maar dan weer bozig. We nemen afscheid. Mijn oom bedankt dat we zijn geweest en ik geef mijn tante nog een dikke kus en neem afscheid van haar.

Op de weg naar huis is mam stil. Ze vraagt een enkele keer waar we heen gaan. ‘Naar huis mam, we brengen je weer thuis.’

We brengen mam naar de buurtkamer waar de dames net aan de thee zitten. We drinken gezellig een bakje mee en praten wat. Mam rept met geen woord over haar ‘uitje’. Het lijkt allemaal al weer weg. Ik overleg met de EVV-er die gelukkig dienst heeft en ze belooft ons op de hoogte te houden.

En dan krijg ik bericht vanuit het ziekenhuis, veel eerder dan voorzien. Tante is rustig ingeslapen. Ik meld het bij de EVV-er die aangeeft dat mams nog steeds niets heeft gezegd over haar bezoek aan het ziekenhuis. Ik vraag of ze nog niets willen zeggen want dat wil ik doen als ik de rouwkaart heb, wellicht komt er dan iets binnen bij mam.

Het leven is soms zo dubbel, een zus wilde nog zo graag hier blijven, de andere wil al heel lang niet meer leven. Ik weet het, het is goed dat wij dat niet uitmaken. Maar het voelt zo oneerlijk…

 

Mantelzorger voor onze moeder die na haar herseninfarct in 2010 problemen kreeg met haar geheugen. Pas in 2016 kreeg zij de diagnose vasculaire dementie/ziekte van Alzheimer. Sinds 2017 woont zij in een kleinschalig woonzorgcentrum bij mij op het dorp.

Angelique Bangert

Mantelzorger voor onze moeder die na haar herseninfarct in 2010 problemen kreeg met haar geheugen. Pas in 2016 kreeg zij de diagnose vasculaire dementie/ziekte van Alzheimer. Sinds 2017 woont zij in een kleinschalig woonzorgcentrum bij mij op het dorp.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X