
Niemand ziet wat jij draagt
Ze zit aan de keukentafel, terwijl het huis voor even stil is en alleen het zachte tikken van de klok de ruimte vult.
Het is zo’n zeldzaam moment waarop er niets direct van haar gevraagd wordt. Geen vragen, geen afspraken, geen dingen die acuut geregeld moeten worden. En toch voelt het niet als rust.
Want in haar hoofd gaat het door.
Ze denkt aan morgen, aan wat er nog moet gebeuren, aan wat ze misschien vergeten is. Of de medicatie nog op tijd is besteld. Of het vandaag eigenlijk wel goed ging, of dat ze iets gemist heeft. Het zijn geen grote gedachten, maar juist die constante stroom van kleine afwegingen die nooit ophoudt.
Ze neemt een slok van haar thee en merkt dat die lauw is geworden. Dat gebeurt haar vaker. Dat ze er wel zit, maar er niet helemaal is.
Ze zorgt inmiddels al een tijd. Voor iemand van wie ze houdt, iemand die haar nodig heeft. En dat doet ze vanzelfsprekend, zonder voorwaarden, zonder dat ze zich ooit heeft afgevraagd of ze het wel zou doen.
Maar ergens onderweg is er iets veranderd.
Wat ooit voelde als samen zorgen, als iets wat je draagt met anderen, voelt steeds vaker als iets wat op haar schouders alleen terechtkomt. Niet omdat er niemand is, want die zijn er wel. Familie, bekenden, soms een professional die langskomt.
Maar zij zijn er niet op de momenten dat het er echt toe doet.
Niet op dat ene uur in de nacht waarin alles zwaarder aanvoelt. Niet bij de opeenstapeling van kleine keuzes die niemand ziet, maar die wel gemaakt moeten worden. Niet bij de twijfel die zich soms stil aandient: doe ik dit wel goed, had ik iets anders moeten doen?
Die vragen blijven bij haar.
Net als de verantwoordelijkheid. De zorg. De beslissingen die niemand van haar overneemt.
En misschien nog wel het meest: de stilte eromheen.
Af en toe zegt iemand tegen haar dat ze ook goed voor zichzelf moet zorgen. Ze knikt dan, omdat ze weet dat het waar is. Maar ook omdat ze niet goed weet wat ze daarmee moet.
Want waar begin je met zorgen voor jezelf, als alles al gevuld is met zorgen voor een ander?
Het is niet zo dat ze geen mensen om zich heen heeft. Wat ze mist, is iemand die het echt ziet. Niet alleen wat ze doet, maar wat het met haar doet.
Iemand die begrijpt dat de zwaarte niet alleen zit in de uren, maar in alles wat daaronder ligt. In het voortdurend alert zijn, het vooruitdenken, het nooit helemaal los kunnen laten, zelfs niet als het even stil is.
Ze staat op, spoelt haar kopje om en blijft nog even bij het aanrecht staan. Buiten gaat het leven gewoon door.
Morgen ook weer.
En zij ook.
Omdat stoppen geen optie is. Omdat zorgen niet ophoudt. Omdat er iemand op haar rekent.
Maar ook omdat er nergens echt een plek is waar die zorg even wordt overgenomen.
En dus draagt ze het.
Elke dag opnieuw.
Vaak zonder dat iemand ziet hoe alleen dat soms kan voelen.
Zo’n herkenbaar stuk!
Met verschil voor mij dat ik geen enkele steun heb van anderen, op 1 iemand na die mij ieder geval niet begrijpt….
Bedankt voor goed verwoorden 😊
Zo herkenbaar. Ik heb 2 goede, lieve kennissen die mijn demente partner goed kennen. Met hen kan ik er altijd over praten. Maar zij wonen in Drenthe en Noord Holland en ik in Zuid Holland. Ik en mijn partner hebben al 50 jaar een latrelatie dus ieder eigen appartement. Hij met veel thuiszorg. In theorie weet je dat het steeds erger wordt. Maar hoe dat dan voelt en waar je tegen aan loopt, daar kun je je geen voorstelling van maken. Ik voel me nu echt alleen en de zorg wordt me bijna teveel. Het is gewoon afgrijselijk. Eigenlijk kan ik niet meer aan. Maar toch moet ik door. M’n eigen tijd vult zich met bijkomen en slapen en te moe zijn om voor m’n eigen huishouden te doen. Leuke dingen? Wat dan?