Mevrouw Vogel krijgt een kaart met kerst

‘Weet je wat ik het meeste mis aan de kerst? Mevrouw Vogel kijkt mij met grote ogen aan
‘De kerstkaarten. Meer nog dan bezoekjes van familie. Ik kreeg altijd van die mooie kaarten van vriendinnen, velen zijn al overleden. Ik kreeg altijd kaarten van dorpsgenoten. Van collega’s. Van de ouders van kinderen.
Toen ik nog echt iemand was. De lerares van een dorpsschooltje. Dat was wat hoor in die tijd’.
Mevrouw Vogel gaat zitten op het toilet, terwijl ik haar help haar broek te ontknopen.
‘De kinderen maakten altijd zulke mooie kerstkaarten. Het was mij zoveel meer waard dan de envelop met geld van de directeur’.
Ze begint te plassen.
‘Het leven trekt zo snel aan je voorbij. Ik zou er alles voor over hebben om nog één keer met mijn kinderen om tafel te zitten. Toen ze nog klein waren. De mooiste tijd van mijn leven. Toen ze met hun plakhandjes een kus tegen je aandrukten. Die armpjes om je heen.
Mevrouw Vogel slaakt een diepe zucht.
En pakt dan mijn hand even vast. ‘Als je eens wist hoe erg ik dit vind, dat jij mij moet helpen op het toilet. Ik schaam mij’
Ik geef haar een kus.
‘Ik kan u zo goed begrijpen Mevrouw Vogel, dat u zich schaamt. Maar vertel alsjeblieft verder, ik wil uw verhaal horen’.
‘Het was niet makkelijk. Mijn man sloeg. Niet vaak. Maar hij deed het. En niemand wist het. Ik hield het altijd verborgen voor mijn kinderen. Ik heb fouten gemaakt in mijn leven. Net als mijn moeder. En haar moeder. We hebben geen geluk gekend in de liefde. We lieten de goede. En kozen de verkeerde. En dit heeft ons allemaal gevormd.
En dan waren het de kleine dingen in het leven die je lieten inzien wat écht belangrijk is.
Zoals zo’n kaartje met kerst. Met lieve woorden. Dat gevoel dat je kreeg dat er mensen aan je dachten. Je lief hadden. En blij waren dat je er was’.
Ze knijpt zachtjes in mijn hand.
‘Ik ben klaar’.
‘Goed Houd mij maar vast’
Voorzichtig trek ik haar broek omhoog. Samen lopen we naar de wastafel. Mevrouw Vogel kijkt in de spiegel. En ik kijk mee. Een moedeloze blik kijkt mij aan. Mevrouw Vogel heeft mooi wit haar. Bijzonder met haar 88 jaar.
‘Denk je dat ik nog lang zal leven? Jij ziet veel oude mensen’.
Ik zal u in ieder geval heel erg missen. Als u er niet meer zou zijn. Ik sla een arm om haar heen.
Met haar hand strijkt ze over de groeven in haar gezicht. ‘Het is zo snel gegaan’.
Voorzichtig was ik haar handen onder de kraan.
Dan pakt ze mij vast. ‘Beloof dat je geniet van het leven. Doe je dat?’
Heel eerlijk mevrouw Vogel. Niet genoeg. Ik ben vaak te zorgelijk. Met 3 kleine kinderen. Mijn moeder waar ik zo gek op ben en nog lang niet wil en kan missen. Hoe ze mij helpt met mijn kinderen. Daar ben ik heel dankbaar voor. Net als mijn broers.
Mevrouw Vogel pakt mijn gezicht vast.
Dat is het belangrijkste wat er is. Familie’.
‘Beloof mij dat je gelooft in je eigen kracht. Want die is groot. Dat zie ik in je ogen. Je hebt de kracht anderen gelukkig te maken. Zoals je mij vaak gelukkig maakt. Al is het maar voor even. Die korte bezoekjes, daar leef ik voor’.
Ik voel een traan over mijn gezicht rollen. Mevrouw Vogel strijkt hem weg.
‘Niet huilen’.
Ik kan zo weinig betekenen voor u. Er is zo weinig tijd. Ik zou zoveel meer willen doen voor u. Ik zou…’
‘Het is goed meisje. Je brengt zoveel zonder dat je het weet. Geloof mij’.
Ik kijk in de spiegel.
Mevrouw Vogel?
‘Ja kindje’
‘Ik heb nog iets voor u’
‘Echt?’
‘Ja, een kleinigheidje. Het is niet veel maar het komt uit mijn hart’.
Met mevrouw Vogel aan mijn arm schuifelen we naar de huiskamer.
‘Wilt u dat envelopje en pakketje eens pakken uit mijn tas daar?’
Ze kijkt mij met grote ogen aan. Voorzichtig verschijnt er een lach op haar gezicht.
‘Pak maar uit’
Al trillend scheurt ze het envelopje open en haalt de kaart eruit. Dan slaat ze haar handen voor haar ogen.
‘Voor mij?’. Ze leest het voor
‘Lieve Geertje. Ik kom nu al een jaar bij u en u bent niet meer uit mijn leven weg te denken. Ik wil u bedanken voor uw lekkere koekjes en het kopje thee dat u altijd met zoveel liefde voor mij maakt. De momentjes samen op de bank en hoe u mij altijd uitzwaait op de gang.
Geertje, in het pakje zit een kaars. Het is voor u. Steekt u het kaarsje aan met kerst? En laat de vlam branden, ook in uw hart. Of u nu 20 of 88 bent. De vlam zit daar. Ik zie u snel weer. Kijk er nu al naar uit.
Ps. De kaars is gemaakt door mijn zoon Ira. Ik heb hem over u verteld. Lieve kus Sarah. Uw psycholoog en vriendin.
Ze pakt mijn hand vast. Samen zitten we op de bank. Met een brok in onze keel.
Lieve mensen. Lieve mantelzorger. Lieve zorgverlener. Jullie laten de vlam in het hart van jullie cliënten en naasten branden. Op zoveel ontelbare momenten.
Veel liefs ouderenpsycholoog Sarah Blom

Het is mijn missie als ouderenpsycholoog om de 'binnenwereld' van de mens met dementie, de naaste en zorgprofessional te onthullen. Zodat we met meer begrip en kennis eindeloos véél voor hen kunnen betekenen. Achter het gedrag gaat een rijke belevingswereld schuil. Als we haar kennen, worden de mogelijkheden immens. Door middel van muziek, theater en psychologie neem ik u mee in deze bijzondere wereld. Voor meer info: www.dementieintheater.nl

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top