skip to Main Content

Met de mantel der liefde (afscheid) – Gastblog van Guus Kroon

Vorige week las je op Mantelzorgelijk het eerste deel van de herinneringen van Guus aan zijn ouders. Ze woonden nog thuis – al veranderde hun leven snel. Vandaag het tweede en laatste deel van zijn gastblogserie ‘Met de mantel der liefde’.

Mijn moeder kookte altijd voor het gezin in het kleine keukentje, maar toen zij steeds vergeetachtiger werd, kostte het haar telkens meer moeite. Ook had ze er geen zin meer in, maar deed het uit plichtsbesef. Haar hele leven, vanaf dat ze als meisje van 12 van school gekomen was, tot het eind van haar leven, heeft ze haar plicht gedaan.

In de zomer van 2009 viel ze ’s nachts van de trap en brak twee rugwervels. Pas na een week werden er foto’s genomen en kreeg ze een corset. Dapper sloeg ze zich door deze moeilijke fase heen. In het ziekenhuis klaagde ze over “een man die uit het plafond kwam en steeds naar haar zat te loeren”. De verpleegster suste het met de mededeling dat het een delier was en dat dit vaker voorkwam in een dergelijke situatie.

Eenmaal thuis ging ze verder achteruit, lichamelijk en soms ook geestelijk. In augustus 2010 zei ze, over hun 60-jarig huwelijk in 2011: “Ik hoop dat ik het nog haal.” In de keuken trof ik haar een keer huilend aan, waarbij ze mij vertelde: “Ik ben zo bang dat ik dement word!” Bij een concert van Crescendo op het pleintje bij de PC Hooftschool was ze helemaal verward en had geen idee van de muziek. Ze vermagerde zienderogen en maakte zelf grapjes over haar gekrompen lengte als wij op bezoek kwamen. Het Sinterklaasfeest in 2010 was nog een laatste keer gezellig samen. Ma droeg een Ome Ko-muts en was in een beste stemming. Ook Pa genoot.

De huisarts kwam steeds vaker op bezoek. Ik regelde de contacten, verzorgde de tien verschillende medicijnen voor mijn moeder door ze in weekdoosjes te stoppen, zorgde voor een aangepast toilet en douche, onderhield de contacten met de huishoudelijke hulp, regelde twee rolstoelen, die door mijn ouders in eerste instantie geweigerd werden, probeerde samen met mijn broers mijn ouders te bewegen om zich in te schrijven voor een plaats in Florisberg, wat ze ook heel lang tegen hielden, en kookte om beurten voor hen. Ik haalde de boodschappen voor drie personen (mijn jongste broer woonde ook weer bij hen in) en deed de tuin, de (af-)was en alles was nodig was.

Eten bij Hansw

In mei 2011 maakte mijn moeder nog een lijstje voor de viering van haar 60e trouwdag en vertelde mij hoe ze het wilde vieren en wie er moest komen helpen. Kort daarop ging het helemaal mis. Ze herkende mijn vader niet meer en begon te spreken over “die andere mannen die allemaal bij haar in bed lagen.” Haar hallucinaties maakten het leven voor mijn vader onmogelijk, want hij begreep het niet en kon het ook niet accepteren. Ze werd boos en verdrietig omdat wij niet zagen wat zij zag en vroeg ronduit: “Ik ben toch niet gek?”

Ze werd ter observatie opgenomen in het ziekenhuis, waarna de diagnose “dementie” werd vastgesteld. Ze onderging het gelaten. Ondertussen raakte mijn vader ook steeds meer in de war. Mijn jongste broer was in januari onder begeleiding in Weesp gaan wonen, nadat hevige ruzies de situatie ondraaglijk hadden gemaakt.

De zomer van 2011 werd gekenmerkt door de aftakeling van mijn moeder, de daarmee gepaard gaande spanningen tussen mijn ouders en de steeds toenemende zorgen voor ons, mantelzorgers. We wandelden nog een keer met de rolstoelen, dik ingepakt tegen de kou, terwijl de zon scheen. Mijn vader werd vaak boos en kreeg het een keer helemaal benauwd zodat de dokter moest komen. Mijn moeder zag het met lede ogen aan en zei tegen mij: “Op een dag vind je hem.”

Maar het liep anders. Zij had zoveel zorg nodig dat het ouderlijk bed naar de kamer werd verplaatst en de verpleging in en uit liep. Kort voor haar trouwdag werd ze niet wakker en de gewaarschuwde arts bereidde ons op het ergste voor. Toch kwam ze weer bij, maar was niet meer in staat om zelf uit bed te komen. Ze lag in een ziekenhuisbed in de kamer toen de wethouder op 15 augustus hen kwam feliciteren met de 60e trouwdag maar we konden niet echt vaststellen of ze het begreep.

Uiteindelijk werd de toestand onhoudbaar en moest ze naar een verpleegtehuis in Hilversum. Daar dreigde ze uit te drogen, zodat wij probeerden haar met een theelepeltje vocht toe te dienen. Ze overleed om 03.15 uur in de nacht van 26 augustus met twee van haar zoons aan haar zijde.

Mijn vader was ontroostbaar en kon niet op zichzelf blijven wonen.

We moesten vader opnieuw op de wachtlijst laten zetten bij Florisberg. Samen hadden ze bovenaan de lijst gestaan, vanwege mijn moeder, maar mijn vader had een lage indicatie. Kort voor de kerst, 2011, hoorden we dat hij toch in Muiderberg terecht kon.

De verhuizing in januari 2012 was een enorme klus; eerst het huis in Florisberg opknappen en inrichten, dan Pa daar heen krijgen, spanningen onderling, het huis in de Vondelstraat leegmaken, na 54 jaar, enzovoort, enzovoort. Mijn vader wilde niet wennen en kon ook niet wennen. Hij huilde steeds maar: “Ik ben alles kwijt, ik ben alles kwijt.” Zijn vrouw, zijn huis, zijn gezondheid, zijn vrijheid, zijn geheugen, zijn waardigheid.

Hij woonde daar nog ruim anderhalf jaar. Ik belde hem elke avond, vaak meerdere keren, regelde een extra telefoon, kocht vissen en vogeltjes voor hem, bezocht hem gemiddeld drie keer per week en onderhield het contact met de leiding en de verzorging, deed extra boodschappen, maakte extra schoon, at een hapje mee, ging met hem wandelen in de rolstoel, bracht kranten en cadeautjes, bloemen en foto’s voor hem mee en was in feite nog dag en nacht met hem bezig. Altijd mijn mobiel bij de hand, altijd als eerste bellen wanneer ik thuis kwam, laat uit school, vergadering of niet, op vakantie of in Muiden, overleggen met mijn broers, bemiddelend als er weer eens ruzie was, verjaardagen vierend, met Sinterklaas, Kerst, Vlaggetjesdag, Koninginnedag, Dodenherdenking, Spieringfestival, Swing op de Brink, Wandeldriedaagse, enzovoort, haalden we hem op en gingen wandelen door Muiden of Muiderberg.

Met Pa voor de brugw

In het najaar van 2012 moest hij opgenomen worden in het ziekenhuis met darmklachten. Hij was erg afgevallen en woog nog maar 60 kilo. We zagen het somber in, maar hij herstelde en kwam terug in Florisberg. In de zomer van 2013 ging het bergafwaarts met hem. Hij at slecht, huilde veel, viel een paar keer. Op een avond nam ik zoals gewoonlijk afscheid en wachtte nog even op de parkeerplaats tot hij voor het raam verscheen om te zwaaien, maar hij kwam niet. Ik ging terug en vond hem met zijn hoofd in een plas bloed. Hij was gevallen, had zijn hoofd tegen de bank gestoten en lag om hulp roepend op zijn zij. Met de verpleging samen hebben we hem overeind gekregen en verzorgd. Kort daarna maakten we met de rolstoel onze laatste wandeling, naar de bank bij het strand, bovenaan de trap.

Hij genoot van het uitzicht en het buiten zijn en vertelde weer over zijn jonge jaren, toen hij triomfen vierde op het voetbalveld, over zijn diensttijd in Indië, en over Van Houten.
Ik stond voor de klas toen ik gebeld werd dat het slecht ging met mijn vader. Een beroerte. Ik haastte me naar Muiderberg en vond hem zittend in bed terwijl hij een bordje pap at. Zijn linkerarm hing slap langs zijn lichaam, maar hij was goed te spreken. In de daarop volgende dagen verslechterde zijn toestand. Ik bleef bij hem slapen en waken en nam op zondagmorgen afscheid van hem.

Die middag overleed hij, omstreeks 16.00 uur. Mijn broers waren de hele middag bij hem geweest, maar waren net op dat moment even een luchtje scheppen. De aanwezigheid van vele familieleden en vrienden bij de begrafenis vanuit de voetbalkantine gaf ons troost. Na twee jaar waren ze weer samen, onze lieve ouders. De zorgen om hen vergeten we snel, de herinnering aan de mooie dagen blijven bestaan en al het andere bedekken we met de mantel der liefde.

Schoolfoto Guus 2012 Ik ben Guus Kroon, op 22 april 1956 geboren in Muiden. Onderwijzer van beroep. Ik woon in Muiden en werk in Diemen. Ik ben samen met mijn broers, schoonzussen en oom en tante, vijf jaar lang mantelzorger geweest voor mijn ouders. Meer info op www.guuskroon.nl en facebook guuskroon.

is journalist, netwerkbouwer, trainer en vertaler. Zij werkt in Nederland en Duitsland op het gebied van media, politiek en zorg.

Barbara Mounier

is journalist, netwerkbouwer, trainer en vertaler. Zij werkt in Nederland en Duitsland op het gebied van media, politiek en zorg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Teken de petitieOverheid, praat MET mantelzorgers en NIET OVER mantelzorgers
Tekenen
Back To Top
X