
Het sociale spook
Toen ik nog voor mijn vader zorgde kreeg ik elke maand een uitnodiging voor een ‘inloopmoment voor mantelzorgers’.
Ik kreeg likes op Facebook als ik een foto plaatste van mijn zorgtaak met een ‘kijk mij eens leuk zorgen’ filter eroverheen.
Ik kreeg een appje van de casemanager: “Hoe gaat het met je vader?” om vervolgens meer documenten op te vragen.
Ik kreeg een automatische e-mail van de gemeente: “Wist u dat u niet alleen bent?”
En toch…
Ik zat soms aan mijn eigen keukentafel met een to do lijst van hier tot Tokyo en het voelde alsof ik niet meer bestond.
Niet als mens, in elk geval. Meer als een soort doorgeefluik van zorg, administratie en planningen.
Een spook dat zorgt. Zichtbaar voor anderen zolang alles maar draait. Onzichtbaar zodra het schuurt.
Zogenaamd sociaal verbonden.
Mantelzorgers hebben lijntjes met de huisarts, de wijkverpleging, het ziekenhuis, de Wmo-consulent, de apotheek, de zorgverzekeraar, het indicatiebureau, het PGB-loket en soms ook nog met een werkgever of opdrachtgever die roept dat ze ‘meedenken’.
Maar wie ziet jou?
Niet als mantelzorger. Als mens.
Niet als onderdeel van een systeem. Maar als iemand die ook behoefte heeft aan aandacht, gezelschap, aan een gesprek dat níet over zorg gaat.
Eenzaamheid bij mantelzorgers is een raar soort eenzaamheid.
Je staat midden in het leven van iemand anders, maar raakt langzaam los van je eigen.
Je bent nooit écht alleen, maar wel vaak alleen met je gevoel.
Je zegt “gaat wel hoor”, want niemand heeft tijd voor een eerlijk antwoord. Je glimlacht op commando. Je functioneert. Je draait.
Je sociale leven kan ook onbewust een factor zijn in de eenzaamheid die mantelzorgers ervaren. Vrienden en familieleden willen vaak helpen, maar begrijpen niet altijd wat er speelt. Ze zien de zorg die je verleent en willen misschien iets voor je doen, maar vergeten te vragen naar hoe het écht met je gaat, buiten de zorg om.
Soms worden gesprekken snel teruggebracht tot ‘hoe gaat het met je vader of moeder?’ zonder aandacht voor jou als persoon. Bekenden sturen misschien een berichtje met de vraag of je tijd hebt om iets samen te doen, maar het wordt snel weer uitgesteld, omdat het niet past in je zorgschema.
Zo blijft de mantelzorger vaak achter in zijn of haar eigen bubbel van zorg, met weinig ruimte voor persoonlijke connectie en sociale vervulling. Maar intussen word je steeds vager – voor anderen én voor jezelf.
En dan krijg je een uitnodiging.
“Kom naar ons mantelzorgcafé, deze maand met thema: balans houden!”
De koffie is lauw. De stoelen staan in een kring. Je krijgt een groepsgesprek en moet een oefening doen.
Er wordt geknikt. Je hoort herkenning. Je lacht mee.
Maar binnenin jou blijft het stil. De eenzaamheid is niet verdwenen.
Alleen even op pauze gezet.
Mantelzorgers hebben geen nieuwsbriefjes nodig.
Zij hebben geen praatgroepen nodig waarin niemand écht praat.
We hebben contact nodig dat raakt en niet uit een boekje komt. Tijd nodig die geen invulveld is.
Oprechte vragen. Onverwachte aandacht. Échte nabijheid.
Want soms is het spook dat je inmiddels geworden bent nog maar moeilijk terug te roepen.
Wees er voor de mantelzorger in je omgeving. Niet als project, maar als mens.
Kijk niet alleen naar de zorg die zij leveren.
Maar naar wat zij zelf missen. Vaak zonder het hardop te zeggen.
O wat is dit herkenbaar. Mensen en instanties die iets goeds willen, dat vanuit een ivoren torentje of managementboek doen en vervolgens de plank volledig mis slaan. En dan verontwaardigd zijn omdat je ondankbaar bent. Het enige wat je wil is gewoon gehoord en gezien worden zoals je bent … zoals je bent geworden maar niet wilt zijn …