Foto © Claudia Otten

Het kan niet langer, ik ben finaal op

Gisteren was een absolute ramp dag. Naar aanleiding van de gebeurtenissen afgelopen vrijdag hadden mijn vrouw en ik besproken weer eens aan de alarmbel te trekken. Dat het zo niet langer kan en dat ik echt finaal op ben. Gisteren was de psycholoog van het fact team op bezoek bij ons en hebben wij dit bespreekbaar gemaakt. Duidelijk en eerlijk verhaal. Dat er bij mij iets is veranderd, niet zo zeer bij mijn vrouw. Die blijft wel het zelfde, wat zwaar genoeg is overigens. Dat de situatie met mijn vrouw zwaar genoeg is kreeg ik nadat de psycholoog weg was op een presenteerblaadje. De verwijten, beschuldigingen, ik deed er niet genoeg aan en zette mijn vrouw volgens haar met de rug tegen de muur om naar de zorginstelling te gaan. En zo gebeurde er nog wat voorvallen welke elkaar in snel tempo volgende. Uiteindelijk ben ik in een verwarde toestand naar het tuinhuisje gegaan. In de loop van de late avond bleek mijn vrouw weer wat bij zinne te komen en liet mij dit telefonisch weten. Spijt, excuses en lieve woorden in overvloed. We hebben afgesproken vandaag weer vrolijk verder te gaan. Wat moet ik anders zo met het zicht op een oplossing, maar nog op zich laat wachten. Vandaag zal er tussen het team van het fact en de zorginstelling contact zijn om nog eens te bespreken of er heel misschien iets mogelijk Ik hoop met grote vrees.
Zojuist compleet opgebrand aangekomen in het tuinhuisje waar ik nog steeds verblijf. Vandaag had ik een aantal afspraken waardoor ik mijn vrouw overdag niet kon ophalen. Heel lief, maar te ambitieus, had mijn vrouw aangeboden boodschappen te doen en te koken. We zouden dan samen thuis eten. Na het boodschappen doen kwam mijn vrouw afgepeigerd thuis. Scootmobiel weer ingepakt en op de lader. Hulp werd vriendelijk afgewezen. Op de helft van de trap kreeg mijn vrouw de tas met boodschappen niet verder dus toch maar snel galant zijn. Tijdens het koken bemerkte ik dat mijn vrouw geen controle en overzicht heeft. Kooktijden, het gasstel aansteken, niet zien dat de vlam niet brand…. Zonder mijn vrouw te kwetsen en haar de kans gunnen dit te laten slagen greep ik hier en daar in of hielp stiekem een beetje. Dit was zo ontzettend confronterend en verdrietig. Maar dit is niet veilig. Morgen heb ik voor mijzelf een gesprek met de sociaal psychiatrisch verpleegkundige. Ik moet het echt hebben over hoe het met mij gaat. Al een poos geef ik bij verschillende behandelaars en instanties aan dat ik niet meer kan. Maar nu is het echt op. Op=Op.

"Ik ben mantelzorger, een trotse mantelzorger."

Dit bericht heeft 3 reacties

  1. het gaat er niet om ik of ik
    het is dat ons leven weinig zin heeft als wie we liefhebben ons moeten missen
    wij hebben zo nodig als zij ons om nog te leven met een beetje zelfwaardering
    het is een perfecte match om in tijden van egoisme er in kleine dingen voor elkaar te zijn
    genieten van elkaar, denken aan die tijden van verliefdheid, zaligheid: toen wisten we toch dat we oud zouden worden, ziek, minder in van alles. Maar meer in levenswijsheid.
    We moeten stoppen met zelfbeklag en blij zijn dat we voor elkaar kunnen zorgen.
    Voor mij is het normaal dat familie voor el kaar zorgt: toen ik klein was is onze ‘tante steffe’ bij ons komen wonen. We woonden in een heel klein huisje, zij was een beetje dement (weet ik nu), en kon niet meer alleen wonen. Ik was toen 6, broer 7, zus 11. Mijn mama kon dat arrangeren (het was de tante van mijn pa) alsof het voor o ns een feest was. Ik zie nog voor me hoe tante Steffen ons altijd met haar ‘stok’ bij de nek nam en ons dicht haalde om een kus te geven.
    Het was dan ook heel normaal dat jaren later mijn papa door mijn mama verzorgd werd tijdens zijn kankersterfperiode die 2 jaar geduurd heeft: saamen met mijn zus enbroer hebben wij mama geholpen om het zo aangenaam mogelijk te houden voor een man die zoveel courage had en aftakelde dag per dag.
    Mantelzorg als woord bestond niet, liefde wel.
    Nadien is mijn zus plots overleden aan hartstilstand.
    Toen mijn ma een herseninfarct; plus darmen die geinfecteerd waren;.
    Ondanks dat we 2x gezegd werden dat ze zou sterven hebben we er haar doorgehaaald.Na 1 jaar kliniek terug in haar huis en het was voor ons normaal dat we met ons werk toch erin slaagden om haar een eigen leven in haar huis te geven/ rolstoel, stoma, maar: we waren er voor elkaar. Mijn broer en ik zorgden dat ze thuis kon wonen, baas was over haar leven: dat is wat telt, hoe krammilikig ook: baas blijven over wat ik ben en wil.

    Ik laat nu vlug een hiaat passeren: mijn broer sterft heel plots en tenslotte komt mama bij mij wonen, ondertussen met geamputeerde tenen.
    Ik werk halftijds, mijn man voltijds.
    Samen met CM verpleegsters lukt het om mama bij ons te houden.
    Meer dan 7 jaar heeft ze bij ons gewoond, met tussenstippen van amputaties tenen, en uiteindelijk 2 benen. Wij ondertussen op pensioen, dus datlukt.
    Wat ik zeer duidelijk wil zeggen: ik heb dit als een van de mooiste periodes van mijn leven ervaren, hoe we voor elkaar zorgden, samen leefden, de hond, de poes, de koeien… Zelf zou ik kunnen zeggen: ik heb geen piano kunnen spelen, ik heb niet verder kunnen werken aan mijn schilderijen… Maar dit valt in het niets als ik denk aan de diepe mentale ervaringen rond l even en het einde daarvan: dat is een cadeau zoals mijn moeder en ik samen naar dat einde geleefd hebben.
    Nu nog een grote sprong: ik heb ondertussen 2 kankers overleefd, zit te wachten op uitslag van de derde. Mijnman plots : terminale kanker, uitgezaaid zo eenbeetje overal.
    Na bestralingen, chemo, nu: ziekhuisbed, wc stoel, rollater, rolstoel.. Moe, ik zie mijn man halveren in gewicht… Zelf zit ik met beter behandelbare kanker (bestralingen, geen chemo)

    Wat ik wil zeggen nu vooral aan ‘mantelzorgers’:
    wat is er nu zo erg om voor elkaar te zorgen? Wat is dat wat we zouden opofferen als we de kans krijgen om voor elkaar te zorgen, te vechten om goede dagen te hebben: om nog mee te tellen en te doen wat we belangrijk vinden.
    Akkoord,kleine dingen voor wat nu belangrijk lijkt in deze egocentrische tijden.
    Maar zeer diepe, warme dankbare ervaringen die niemand meer van je afneemt zeer intense stappen naar het levenseinde, veel intenser dat de zeer gewaardeerde verliefdheids ervaringen waar je graag nog eens over spreekt.
    Voor mij: mantelzorg is geen opoffering, het is een dankbare kans om samen een leven vol te beleven.

  2. Dag Eric,
    Ik ben benieuwd of het gesprek met de SPV-er iets in gang heeft gezet. Als je nu gewoon met een opbeurend woordje weer naar huis wordt gestuurd, zou ik dat echt heel erg vinden. Want je zit er totaal doorheen.
    Ik leef met je mee en hoop dat er snel iets gebeurt. Want je bent in de eerste plaats een mens en geen machine die ingezet kan worden tot ie versleten is.

  3. Beste Annie,

    Wat fijn dat je met zoveel liefde en zingeving voor je moeder kunt zorgen, naast de zorgen om je eigen gezondheid en die van je partner.
    Toch heb ik moeite met je reactie op de blog van Eric.
    Elke mantelzorgsituatie is anders. En elke mantelzorger is anders. Naar mijn mening is het onmogelijk om in zijn algemeenheid iets te zeggen over mantelzorgers die het zwaar hebben. Als Eric zijn situatie als zwaar ervaart, dan is het zwaar voor hem. Hoe dan ook. Ik zou nooit, maar dan ook nooit, Eric is als een egocentrische individualist willen neerzetten. Hij probeert het beste voor zijn vrouw te doen, maar heeft zijn grenzen, zoals ieder mens. En die grenzen zijn bij hem al aardig opgerekt.
    Alle overbelaste mantelzorgers (ca. 400.000) egocentrisch noemen en ze omschrijven als mensen met te weinig liefde voor hun naasten vind ik onacceptabel.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top