skip to Main Content
Foto © Claudia Otten

Het begon toen mijn vrouw en ik nog jonge mensen waren

Gisteren keek ik naar een programma waarin een lied was te horen. Ik was gegrepen door de zanger maar ook door de tekst van het lied.
Met wat wijzigingen geeft het heel mooi en zeker ook pijnlijk aan hoe ik mij voel op dit moment na 30 jaar mantelzorg. Het begon toen mijn vrouw en ik nog jonge mensen waren. Toen kon ik nog over de hekken springen, nu loop ik indien mogelijk er omheen:
————
Ik wil niet meer opstaan in het donker
Ik wil mij zijn maar dan jonger
Eeuwenlang was ik sterker
Maar opeens gaat het zo vlug
En ik wil terug, ik moet terug
Ik wil uit lachen en uit daten
En uit pannenkoeken eten
En alle tijd vergeten
Dus overal te laat
‘K weet dat het bestaat, want het bestaat
Je weet niet half hoe het me gek maakt
Dat ieder nieuw gebrek maakt
Dat ik zo maar van het pad raak
Waar ik ooit op stond
Op vaste grond, op vaste grond
Als ik kijk naar de eeuwigheid
Hoe klein is dan mijn tijd
‘T is maar èèn dag en dan is ie kwijt
God is het zoveel wat ik vraag?
Geef me gisteren in ruil voor vandaag
In m’n hart, m’n dom dom hart
Ook al deed ik het verkeerd
Ik wil mijn fouten nog een keer
Omdat ik honger heb naar meer
Ik heb nog niet genoeg geleerd
Het meeste niet
Het meeste niet
Nu met alles wat ik weet
Nog 1 keer pannenkoeken eten
Zeggen wat mij heeft gespeten
Alle tranen van verdriet
Dat verdriet en wat niet
Als ik kijk naar de eeuwigheid
Hoe klein is dan mijn tijd
‘T is maar èèn dag en dan is ie kwijt
God is het zoveel wat ik vraag?
Geef me gisteren in ruil voor vandaag
God is het zoveel wat ik vraag?
Geef me gisteren in ruil voor vandaag
(bewerkte lyrics “Niet voor het laatst” Rob de Nijs)

Eric Wirken

"Ik ben mantelzorger, een trotse mantelzorger."

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X