Gelezen: De nieuwe WMO – feiten en fabels

Sinds 1 januari is de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning in werking. De WMO raakt natuurlijk ook de mantelzorgers – er komt nu meer zorg op hun schouders dan voorheen. De Telegraaf heeft een aantal fabels en feiten omtrent de Wmo op een rijtje gezet, die wij graag met jullie delen. Handig voor jezelf, maar met name als je weer eens aan anderen moet uitleggen, wat er nu eigenlijk veranderd is.

Fabel: Kinderen, buren en vrienden moeten verplicht mantelzorg verlenen

Feit: De Wmo stelt dat niet verplicht. Hoewel gemeenten mogen onderzoeken of het sociale netwerk iemand kan helpen en eventueel rekening kan houden met deze hulp, kunnen ze dat niet verplichten. Wanneer de gemeente een gesprek heeft met een klant, dient ook te worden gevraagd of de mantelzorger hulp nodig heeft bij zijn taken.

Fabel: Met een hoog inkomen of eigen vermogen krijg ik geen ondersteuning

Feit: Wie ouder is dan 18, betaalt wel een eigen bijdrage voor ondersteuning die thuis wordt gekregen. De hoogte is afhankelijk van het eigen inkomen, vermogen, leeftijd en gezinssamenstelling. Voor hulp aan kinderen en jongeren geldt geen eigen bijdrage. Wel is een ouderbijdrage mogelijk.

Het CAK, het Centraal Administratie Kantoor, berekent hoeveel per 4 weken moet worden bijgedragen aan de ondersteuning. Dat gebeurt op basis van de gegevens over het inkomen, leeftijd en huishouden. Zijn de kosten van de zorg of hulp lager dan de maximale periodebijdrage? Dan is de rekening ook lager. Er wordt nooit meer betaalt dan de maximale periodebijdrage.

Ontvangt u verpleging of verzorging thuis via uw zorgverzekeraar? Dan betaalt u geen eigen bijdrage.

Fabel: Als de gemeente geen geld meer heeft, vervalt de ondersteuning

Feit: Gemeenten moeten ondersteuning bieden als iemand zichzelf niet kan redden of met hulp van zijn netwerk niet kan meedoen aan de samenleving. Gemeenten zijn verplicht om dit te doen, ook als het geld op is.

Fabel: Gemeenten mogen het persoonsgebonden budget (pgb) afpakken

Feit: Gemeenten dienen na het onderzoek over wat iemand aan zorg nodig heeft, een voorziening op maat aan te bieden. Dit kan een aanpassing van de woning zijn of dagbesteding.

Wie voor zo’n voorziening in aanmerking komt, kan keizen voor een persoonsgebonden budget. Deze wordt onder twee voorwaarden verstrekt. Zo moet de persoon die het pgb krijgt, dit goed kunnen beheren. En het geld moet aan goede ondersteuning worden uitgegeven.

Soms is zelf ingekochte zorg duurder dan zorg in natura. Ook in dat geval mogen gemeenten geen pgb weigeren. De gemeente moet minimaal het bedrag geven dat zorg in natura zou kosten. De meerkosten betaalt u dan zelf.

Het pgb wordt niet meer op uw eigen rekening gestort. De Sociale verzekeringsbank krijgt het geld en betaalt uw hulpverleners. U bepaalt wel zelf wie uw hulpverleners zijn en hoeveel uur hulp u bij wie inkoopt.

Fabel: Mensen moeten vertrekken uit het verzorgingshuis en weer zelfstandig wonen

Feit: Wie al in een verzorgingshuis woont, mag hier blijven. Bewoners van verzorgingshuizen mogen niet worden gedwongen om weer zelfstandig te gaan wonen. Het kan wel voorkomen dat mensen moeten verhuizen omdat het gebouw te oud is of er te weinig mensen wonen. Vanaf 2015 worden de eisen voor wonen in een instelling wel strenger. Deze eisen gelden echter voor de nieuwe bewoners.

is journalist, netwerkbouwer, trainer en vertaler. Zij werkt in Nederland en Duitsland op het gebied van media, politiek en zorg.

Comments (0)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top