
Emily…
Voor Mantelzorgelijk volg ik verschillende pagina’s op Facebook, waaronder ‘Dementie Vandaag’. Daar is een warme groep mensen actief, die elkaar met raad en daad bijstaan in hun dagelijkse confrontatie met de gevolgen van dementie bij een dierbare. In de ene bijdrage gaat het over de emoties van mantelzorgers vlak na de diagnose van hun dierbare. Veel mensen schrijven over hun verdriet en frustratie tijdens de gestage achteruitgang. Vaak lees ik ook over mooie momenten, liefde en zelfs berusting, met name in de eindfase van de ziekte.
Als ik bij ‘Dementie Vandaag’ ben, heb ik altijd het idee dat ik ’te gast’ ben. Het gaat me aan, ik voel me betrokken, maar de posts die ik lees gaan (nog) niet over mij. Ik heb weliswaar meerdere vriendinnen die voor ouders met deze ziekte zorgen, maar in ik in mijn directe familie heeft op dit moment niemand te maken met een vorm van dementie. (Ik weet dat dit morgen kan veranderen.)
En juist daardoor, door dat sluimerende gevoel van ‘dit gaat niet echt over mij’, raak ik van de week helemaal van slag door een post in deze fijne groep. Mijn oog valt, volkomen onverwacht op deze plek, op een kleurig kinderpopje van Lamaze.
Dit staat erbij:
“Dit schattige popje heb ik aan mijn moeder gegeven. Ze is in haar laatste fase en kijkt dwars door je heen af en toe.
Toen ik haar dit popje gaf, zei ze heel spontaan Ah wat lief! Het is van Lamaze. Het is stralend qua kleur en geluid.
Het jurkje van het popje kraakt en knispert. Heel belevingsgericht materiaal. Een echte aanrader!”
Hemeltjelief. Dat is Emily, het popje van mijn dochter. Ik heb het die die ochtend in een doosje op zolder gezet.
Ik was aan het opruimen geweest en had achterin de kinderkast wat achtergebleven spulletjes uit mijn kleuters eerste jaar gevonden: een favoriet mutsje, een bijtring – en dit knisperpopje, dat lange tijd favoriet was bij mijn kleine nieuwsgierige meisje.
Toen ze zes maanden was, dus. En met negen maanden speelde ze er ook nog wel eens mee. Toen mijn baby een dreumes werd, was ze er klaar mee. Toen kon ze lopen (nou ja, waggelen) en brabbelen en werd haar wereld steeds groter. Ze kon niet wachten om overal op en in te klimmen. Ze wilde de wereld ontdekken. En ze speelde veel liever met haar houten boerderijdieren dan met de knisperpop.
In de eindfase van dementie, en ergens weet ik dat best, ga je in veel opzichten terug naar je allereerste levensfase. Je wereld word zo klein als die van een baby. En je reageert op dezelfde (positieve) manier op prikkels als een kindje van een paar maanden oud.
Ik loop naar zolder en laat het popje nog eens door mijn handen gaan. Emily ziet er vrolijk uit, met haar ronde ogen en bolle wangetjes. Haar jurkje knispert uitnodigend. Dit popje wil helemaal niet op zolder – Emily is klaar voor de volgende ronde, op de afdeling voor ouderen met dementie in de laatste fase. De cirkel van het leven.
Comments (0)