
De grootste leugen over mantelzorg?
We noemen mantelzorg vrijwillig. Het staat in beleidsstukken, op websites van gemeenten, in folders van zorgorganisaties en zelfs in de wet. Mantelzorg wordt omschreven als zorg die vrijwillig wordt verleend aan een naaste.
Maar hoe vrijwillig is mantelzorg eigenlijk nog?
Vrijwilligheid veronderstelt een keuze. Je kiest ergens bewust voor en je kunt ook besluiten om het níét te doen, zonder dat daar ingrijpende gevolgen aan verbonden zijn. Juist daar begint het te wringen.
Welke keuze heeft een dochter die ziet dat haar moeder zichzelf niet meer kan wassen? Welke keuze heeft een partner wanneer de thuiszorg door personeelstekorten steeds minder kan betekenen? Welke keuze heeft een ouder van een ernstig ziek kind? En welke keuze heeft een broer, zus of buurman wanneer er simpelweg niemand anders is die de zorg kan overnemen?
Natuurlijk kun je zeggen: “Je hoeft het niet te doen.” Maar weten we niet allemaal dat de werkelijkheid veel ingewikkelder is? Want als jij het niet doet, wie doet het dan wel?
Voor veel mantelzorgers is dat geen theoretische vraag, maar de dagelijkse realiteit. Het woord vrijwillig suggereert een vrije keuze, terwijl veel mantelzorgers vooral een diepe verantwoordelijkheid ervaren. Die verantwoordelijkheid komt voort uit liefde, loyaliteit, familiebanden, plichtsgevoel of simpelweg het ontbreken van een alternatief. Niet omdat iemand ooit bewust besloot mantelzorger te willen worden.
Niemand wordt ’s ochtends wakker met het plan om mantelzorger te worden. Het leven overkomt je. Een ziekte. Een ongeluk. Een beperking. Dementie. En vanaf dat moment verandert niet alleen het leven van degene die zorg nodig heeft, maar ook dat van de mensen eromheen.
Tegelijkertijd staat de professionele zorg steeds verder onder druk. Personeelstekorten nemen toe, wachtlijsten worden langer en steeds meer zorgtaken verschuiven naar huis. Dat is voor een deel onvermijdelijk. Maar daardoor ontstaat ook een ongemakkelijke werkelijkheid: ons zorgsysteem leunt steeds zwaarder op mantelzorgers.
Niet omdat zij daar bewust voor hebben gekozen.
Maar omdat er vaak niemand anders meer is.
En toch blijven we spreken over vrijwillige mantelzorg.
Misschien is dat wel precies het probleem. Woorden doen ertoe. Ze bepalen hoe we naar een maatschappelijke werkelijkheid kijken. Zolang mantelzorg als vrijwillig wordt omschreven, blijft de indruk bestaan dat mensen altijd een reële keuze hebben. Dat zij ook zouden kunnen besluiten om het niet te doen.
Maar hoeveel mantelzorgers ervaren die keuze werkelijk?
We prijzen mantelzorgers om hun liefde en betrokkenheid. We noemen hen onmisbaar. We bedanken hen met mooie woorden, een mantelzorgwaardering of een bos bloemen. Dat is oprecht en waardevol. Maar tegelijkertijd bouwen we een samenleving die er steeds meer vanuit gaat dat mantelzorgers de gaten opvullen wanneer de professionele zorg tekortschiet.
Dat is geen waardering.
Dat is afhankelijkheid.
En afhankelijkheid die we blijven omschrijven als vrijwilligheid is misschien wel de meest comfortabele leugen die we onszelf vertellen. Niet omdat mantelzorgers niet vanuit liefde zorgen, maar omdat liefde en keuzevrijheid niet hetzelfde zijn.
Misschien wordt het tijd om daar eerlijker over te zijn.
Niet tegenover mantelzorgers.
Maar tegenover onszelf.
Comments (0)