Daan Vrolijk Zorgenkind

Daan vrolijk zorgenkind: Geen recht op een kind

Vorig weekend las ik een artikel in de Volkskrant: “Ouders die vanwege hun verslaving, psychische problematiek of leefsituatie niet in staat zijn tot verantwoord ouderschap, moeten worden verplicht tijdelijk voorbehoedsmiddelen te gebruiken. Dat vindt de Rotterdamse jeugd- en zorgwethouder Hugo de Jonge (CDA).” Ik vond dat een stoere uitspraak van deze man, wetend dat hij kon rekenen op modder. Inderdaad. Verbijsterd las ik heftige reacties op dit artikel. Over het falen van Jeugdzorg tot “bemoei je er niet mee” en “mensen hebben recht op een kind.” Vooral met dat laatste had ik grote moeite. Hoezo recht op een kind. Waar is het recht VAN een kind? Als moeder van een verstandelijk gehandicapt kind heb ik recht van spreken. Ik moet er niet aan denken dat mijn zoon vader zou worden. Deze wethouder heeft gewoon een punt. Als mensen niet voor zichzelf kunnen zorgen kunnen zij dat namelijk ook niet voor kinderen. Hulpverlening kan die tekortkomingen nooit volledig afdekken. Deze discussie doet mij denken aan een televisiedocumentaire die ik ooit zag over een licht verstandelijk gehandicapt stel. Met tranen in mijn ogen keek ik naar een baby, overgeleverd aan mensen die zonder hulp niet in staat waren om voor zichzelf te zorgen. Laat staan voor een kind. “Maar dat wilden ze zo graag.” Er was vierentwintig uurs hulp en toezicht. Dat betekende in de praktijk dat er dagelijks iemand enkele uren kwam om de ouders te begeleiden. Het overige deel van de dag plus de nacht was de baby alleen met zijn ouders. Niets ten nadele van deze hulpverleners, zij deden hun uiterste best. Maar de baby belandde al snel in het ziekenhuis met ernstige uitdrogingsverschijnselen. Zijn ouders hadden een paar voedingen overgeslagen. “Oh ja, vergeten om boodschappen te doen“ was hun reactie. Dat kon ik hen niet kwalijk nemen. Ze hadden het denkniveau van een kind en overzagen de gevolgen niet. Hadden geen idee van hun verantwoordelijkheid. Hun zoontje herstelde en kwam weer thuis. Daar stond inmiddels een reservevoorraad met flesjes kant en klare voeding “voor het geval de ouders opnieuw zouden vergeten om babyvoeding te kopen.” Twee dagen later was deze reservevoorraad op. De ouders vonden die kant en klare flesjes veel makkelijker dan het aanmaken van melkpoeder. Ik zag twee grote kinderen met een kind. Pappen en nathouden was het, wachten op het moment dat uithuisplaatsing onontkoombaar zou zijn. Met een akelig gevoel van onmacht zat ik op de bank te kijken. Mijn handen meer dan vol aan Daan, een tweede kind vonden Paul en ik toen niet eens verantwoord. Toch had ik deze baby in huis willen nemen omdat ik het niet kon aanzien. Natuurlijk ligt het ethisch en juridisch gevoelig, maar wij zijn het aan kinderen verplicht om leed te voorkomen dat er niet had hoeven zijn. Mits zorgvuldig en objectief beoordeeld moet verplichte anticonceptie kunnen bij ‘onmachtige ouders’. Het wordt tijd dat wij onze verantwoordelijkheid nemen.

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

X