
ZZPers de achterdeur uit, mantelzorgers de voordeur in…
Per 1 juli 2025 stopt zorginstelling Aafje met het inzetten van zzp’ers in de zorg, uit vrees voor boetes vanwege de strengere handhaving van de Wet DBA. Volgens dit wetsvoorstel – dat vanaf januari 2026 echt wordt gehandhaafd – mag een zzp’er alleen nog werken als deze aantoonbaar zelfstandig is. Aafje kiest daarom voor duurdere uitzendkrachten. Maar opvallend: in de overgangsperiode vraagt de organisatie nadrukkelijk aan familieleden/mantelzorgers om (tijdelijk) bij te springen.
Bron: ZZPnieuws.nl – “Zorginstelling Aafje stopt met inzet zzp’ers in aanloop naar handhaving Wet DBA” (4 juli 2025)
Maar wat als dat ’tijdelijk’ straks blijvend blijkt?
Wat is er aan de hand?
De Wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) is bedoeld om schijnzelfstandigheid tegen te gaan. De Belastingdienst kan vanaf 2026 streng gaan handhaven: als een zzp’er eigenlijk werkt als werknemer (met vaste werktijden, onder hiërarchisch toezicht, zonder eigen risico), dan kan zowel de opdrachtgever als de zzp’er een naheffing of boete krijgen.
Zorginstellingen willen dat risico vermijden. Aafje, een grote organisatie in Rotterdam, besloot daarom alvast te stoppen met zelfstandigen, ook al zijn het er zo’n 150. Uitzendkrachten worden ingeschakeld – duurder, maar juridisch ‘veiliger’.
En wie vult dan het gat?
De zorgsector kampt al met tekorten. In de zomer is dat probleem extra nijpend. Vandaar dat Aafje in deze overgangsperiode – tussen het afscheid van de zzp’er en de komst van vervanging – een beroep doet op mantelzorgers en familieleden om bij te springen.
Op zich niets nieuws. Mantelzorgers springen al jaren in als de formele zorg tekortschiet. Uit vrije wil, of omdat ze bang zijn dat hun dierbare tekort komt. Maar nu gebeurt het opvallend openlijk én met een wettelijke aanleiding. Alsof het normaal wordt dat mensen uit het persoonlijke netwerk van de cliënt formele zorg opvangen als beleid en wetgeving de inzet van professionals beperkt.
Maar wat na de overgangsfase?
Wat als deze tijdelijke bijspringhulp ‘goed bevalt’? Dan is de kans groot dat het stilletjes structureel wordt. De Nederlandse zorg kent een lange traditie van tijdelijke bezuinigingsmaatregelen die blijvend blijken. Denk aan het verdwijnen van huishoudelijke hulp, de mantelzorgboete (die alsnog indirect doorleeft in het kostendelersprincipe) en de participatiesamenleving die door beleid werd afgedwongen.
Het risico is dus reëel:
– Dat mantelzorgers straks structureel worden ingeroosterd om gaten op te vangen die ontstaan door het terugdringen van professionele inzet.
– Dat het ‘succes’ van deze noodoplossing wordt aangegrepen om de zorgvraag verder te verschuiven naar informele netwerken.
– Dat dit gebeurt zonder extra ondersteuning, vergoeding of rechtspositie voor mantelzorgers.
Zonder duidelijke politieke keuze of maatschappelijke discussie verschuift de verantwoordelijkheid steeds verder naar de keukentafel. Niet omdat het beter is, maar omdat het goedkoper lijkt.
Conclusie – Laat mantelzorgers niet de structurele oplossing worden voor een gebrekkig zorgbeleid
Mantelzorgers springen bij uit liefde, verantwoordelijkheid en loyaliteit. Maar het gevaar is dat die loyaliteit structureel misbruikt wordt om gaten in het systeem te dichten. De Wet DBA is bedoeld om werknemersbescherming te verbeteren – niet om zorginstellingen ertoe te verleiden hun formele inzet om te zetten in informele druk.
Als we deze ontwikkeling niet kritisch volgen, wordt ‘tijdelijke hulp’ opnieuw het nieuwe normaal. En dat is onacceptabel. Niet voor de mantelzorger, niet voor de zorgontvanger, en niet voor de samenleving als geheel.
Zzp’ers de achterdeur uit, mantelzorgers de voordeur in. Wat klinkt als een beleidsmatige verschuiving, voelt voor velen als een stille machtsgreep over het privéleven.
We ruilen betaalde zorg in voor onbetaalde liefde, maar noemen het dan ‘samenredzaamheid’. Alsof mantelzorg een oneindige bron is. Alsof je overbelasting, schuldgevoel en emotionele uitputting met een glimlach kunt oplossen.
Mantelzorgers zijn geen opvulling van personeelstekorten. Geen gratis verlengstuk van een vastgelopen systeem. En al helemaal geen vanzelfsprekende vervangers van professionals die de zorg verlaten omdat loondienst onhoudbaar is geworden.
Deze ontwikkeling raakt een fundamenteler punt: wie betaalt de prijs als zorg uitbesteed wordt aan de privésfeer?
Zolang we zorg herverdelen zonder structurele waardering, zonder bescherming van mantelzorgers, en zonder fundamentele keuzes over wie waarvoor verantwoordelijk is, schuiven we het probleem alleen maar door.
Dit is geen beleidsoptimalisatie. Dit is een systeemverschuiving. En de rekening komt, wederom, bij de zwaksten te liggen.