
Zorg is geen luxeproduct, maar dat wordt het wel
De reactie van een verpleegkundige onder een nieuwsbericht over de plannen van het nieuwe minderheidskabinet bleef bij me hangen. Niet omdat ze overdreef, maar omdat ze precies benoemde wat velen van ons al voelen aankomen. Meer bureaucratie, meer eigen bijdragen, meer zorgmijding. Minder menselijkheid….
Zij ziet het dagelijks in haar werk. Patiënten die noodzakelijke hulpmiddelen niet aanschaffen omdat ze te duur zijn en niet worden vergoed. Mensen die straks bij hun gemeente moeten aantonen dat ze “chronisch ziek genoeg” of “beperkt genoeg” zijn om hulp te krijgen. Privacygevoelige informatie die steeds verder wordt rondgestrooid. En dan de vraag: krijg je bij iedere gemeente straks dezelfde tegemoetkoming, of ontstaat er willekeur?
En alsof dat nog niet genoeg is: een eigen bijdrage voor wijkverpleging, in een tijd waarin mensen steeds langer thuis moeten wonen en het aantal zorgmijders groeit. Zorgverleners worden opgezadeld met nog meer administratie, terwijl ze al nauwelijks toekomen aan waar het werkelijk om draait: zorg verlenen.
Ook zij krijgen het niet gemakkelijk. Mantelzorgers en zorgverleners staan aan dezelfde kant. En precies daarom raakt deze discussie mij zo diep.
Eigen ervaring
Ik ben nu mantelzorgveteraan. Jarenlang zorgde ik intensief voor mijn vader, nadat mijn moeder was overleden. Dat was geen tijdelijke situatie, dat was mijn dagelijks leven. Tegelijkertijd had ik zelf al te maken gehad met serieuze hartproblemen. Alsof dat niet genoeg was, verloor ik na ruim dertig jaar dienstverband mijn baan. Na een jaar WW nam ik er een parttimebaan voor terug en niet uit vrije keuze, maar omdat het niet anders kon. De thuiszorg was toen al minimaal. Fulltime werken én zorgen was simpelweg onhaalbaar.
Toch eiste het UWV dat ik weer voor veertig uur zou solliciteren. Mijn afgenomen gezondheid telde nauwelijks mee. De mantelzorg al helemaal niet. Dat leverde een hoop strijd, stress en gedoe op, terwijl ik al op mijn tandvlees liep. Uiteindelijk koos ik voor een parttimebaan en leverde ik inkomen in. Niet omdat ik dat wilde, maar omdat ik geen alternatief had.
En nu zijn daar de plannen die het mantelzorgers nóg moeilijker gaan maken
- De huishoudelijke hulp verdwijnt.
- Voor wijkverpleging moet straks worden bijbetaald.
- De verantwoordelijkheid verschuift verder naar gemeenten.
- En mantelzorg wordt opnieuw stilzwijgend ingecalculeerd als vangnet.
Wat dit betekent in de praktijk? Dat mensen die werken en zorgen nog verder klem komen te zitten. Dat mantelzorg een verplichting is binnen een systeem dat zich terugtrekt. Dat mensen met een eigen kwetsbare gezondheid nog meer moeten dragen.
Ik ben bang dat we afstevenen op een samenleving waarin alleen de sterksten het volhouden. Waar zorg een rekensom wordt. Waar mantelzorgers stil verdwijnen uit beeld, tot ze zelf uitvallen. En dan zijn we allemaal verder van huis. En met “de sterksten” bedoel ik niet alleen wie fysiek sterk is. Ik bedoel vooral wie het financieel kan bolwerken.
Tweedeling
De mensen die deze ingrepen bedenken, zijn zelf niet afhankelijk van sociale basisvoorzieningen. Zij hoeven niet te kiezen tussen werk en zorg. Zij hoeven niet bij de gemeente te bewijzen dat hun vader of moeder écht hulp nodig heeft. Zij vullen geen formulieren in na slapeloze nachten.
Zij kopen hun zorg gewoon in en regelen particuliere hulp.
Zij plaatsen hun ouders in comfortabele privé-zorgvilla’s met voldoende personeel en goede voorzieningen. Voor hen is zorg een dienst, voor anderen is zorg overleven.
En precies daar ontstaat de echte tweedeling. Goede zorg voor wie geld heeft, schrale zorg voor wie moet vertrouwen op solidariteit. Dit is geen efficiënt zorgstelsel, dit is zorg als luxeproduct.
Mantelzorgers worden zo het stille fundament van een systeem dat steeds verder wordt uitgekleed. Mensen (meest vrouwen), die alles overeind houden maar zelf nauwelijks steun krijgen. Zelfs veroordeeld worden tot deeltijdprinsesjes. Tot ze uitvallen, dan kijkt iedereen verbaasd.
We zijn te lang mild geweest, te begripvol. Te loyaal aan een systeem dat op ons leunt maar ons niet beschermt. En dat moet benoemd worden, hardop en zonder omwegen. Mantelzorg is geen bodemloze put, en solidariteit mag geen eenrichtingsverkeer zijn.
Wie dit beleid verdedigt zonder zelf afhankelijk te zijn van publieke zorg, moet zich afvragen: voor wie is dit systeem er nog? Want als we zo doorgaan, blijft er maar één conclusie over: wie het niet kan betalen, betaalt met zijn gezond- en bestaanszekerheid…
En dat is onacceptabel!
Comments (0)