
Woningdelen – Wie beschermt de mantelzorger?
“Een eigen slaapkamer die je op slot kunt doen, een keuken, badkamer en woonkamer die je deelt met anderen. Het lijkt alsof je in een studentenhuis woont, maar dat is het niet. Je woont in een huurhuis van de woningcorporatie. Volgend jaar begint er een proef met huizen die aan meerdere mensen worden verhuurd”
Het plan van onze woningcorporatie hier in mijn gemeente om grote huurwoningen te delen, klinkt op het eerste gezicht logisch. De woningnood is hoog, grote huizen worden niet altijd volledig benut en veel jongeren zoeken woonruimte. Dat vraagt om creatieve oplossingen.
Maar als mantelzorgveteraan lees ik dit plan ook met een andere werkelijkheid. Een werkelijkheid waarover in het artikel nog niet veel over wordt gezegd: de positie van de mantelzorger. Daarom ben ik zo vrij om mijn eigen gedachten hierover alvast te delen.
Uit eigen ervaring
Jaren geleden trok ik zelf bij mijn vader in omdat de thuiszorg de benodigde zorg niet langer kon waarborgen. Ik zei mijn eigen huurwoning op om er voor hem te kunnen zijn. Ik mocht wel op het adres wonen, maar ik werd geen medehuurder. Dat verschil is enorm.
Na het overlijden van mijn vader verloor ik niet alleen een ouder, maar ook mijn woonzekerheid. Ik moest het appartement verlaten. Wie zoiets heeft meegemaakt, leest een artikel over woningdelen anders dan iemand die alleen naar het woningtekort kijkt.
Daarom vraag ik mij serieus af: heeft de woningcorporatie de gevolgen voor mantelzorgers wel volledig in kaart gebracht?
Woon(on)zekerheid?
In het artikel wordt genoemd dat woningdelen ook interessant kan zijn voor mensen die mantelzorg verlenen. Maar wat betekent dat concreet? Welke rechten heeft een mantelzorger in zo’n constructie eigenlijk? Mag iemand blijven wonen wanneer de zorgsituatie verandert of stopt? Of blijft de mantelzorger juridisch afhankelijk van de oorspronkelijke bewoner of zorgvrager?
En wat gebeurt er daarna? Kan een woningcorporatie besluiten om opnieuw een (onbekende) zorgvrager in dezelfde woning te plaatsen? Moet een voormalige mantelzorger dat dan maar accepteren? Of ontstaat er druk om zelf te vertrekken?
Wat mij daarnaast zorgen baart, is dat in het artikel letterlijk staat dat bewoners elkaar vooraf vaak niet kennen. Natuurlijk wordt er gekeken of mensen ‘bij elkaar passen’, maar hoe realistisch is het om dat vooraf echt goed te beoordelen?
Samenwonen is al ingewikkeld genoeg. Maar zodra daar ook mantelzorg, afhankelijkheid, ziekte, rouw of psychische belasting bij komt kijken, wordt het nog kwetsbaarder.
Een studentenhuis is iets anders dan een woonconstructie waarin mogelijk zorgrelaties ontstaan. Dan gaat het niet alleen meer over een gedeelde keuken of badkamer, maar ook over veiligheid, rust, grenzen en emotionele draagkracht.
Bescherming voor de mantelzorger
Dit gaat over mensen die vaak jarenlang hun eigen leven aanpassen voor een ander. Mensen die hun zelfstandigheid, inkomen, sociale leven en soms zelfs hun eigen woning opofferen om zorg mogelijk te maken.
Nieuwe woonvormen kunnen helpen bij de woningcrisis. Maar zodra wonen en mantelzorg met elkaar worden verbonden, moeten er harde garanties zijn voor de mensen die die zorg dragen. Want mantelzorg mag niet iets zijn waarbij je woonzekerheid afhankelijk wordt van de zorgsituatie.
Mijn zorg is dat woningdelen met de mantelzorger dan vooral als praktisch wordt gezien: als oplossing voor woningtekort, personeelstekort en oplopende zorgdruk. Maar een mantelzorger is geen tijdelijke woonoplossing die je kunt verplaatsen zodra de situatie verandert.
Daarom hoop ik dat woningcorporaties niet alleen kijken naar hoeveel kamers er beschikbaar zijn, maar ook naar de menselijke gevolgen achter de voordeur. Want woonruimte delen is één ding…
Maar zorgen voor een ander zou nooit mogen betekenen dat je zelf je bestaanszekerheid verliest.
Bron:Proef woning delen
Comments (0)