Wanneer zijn we dit eigenlijk normaal gaan vinden?

In haar blog van gisteren “De prijs van een sterk informeel netwerk” stelde Marjolijn een belangrijke vraag: Hoeveel zorg mogen we nog van naasten verwachten?

Een vraag die blijft hangen. Niet alleen omdat steeds meer mantelzorgers de grenzen van hun belastbaarheid bereiken, maar ook omdat die vraag raakt aan een ontwikkeling die steeds normaler lijkt te worden.

Terwijl ik haar blog las, moest ik denken aan een aantal artikelen die ik de afgelopen weken voorbij zag komen. Artikelen over de toekomst van de zorg, over langer thuis wonen. Over mantelzorgers die steeds meer taken overnemen. Familieleden, vrienden, buren en vrijwilligers die een grotere rol gaan spelen. En steeds opnieuw bekroop mij hetzelfde gevoel…

Waarom lijkt niemand hier nog van op te kijken?

Zo las ik een uitspraak die mij niet losliet: “Thuiszorg zoals we die nu kennen bestaat straks niet meer.” Ik moest de zin twee keer lezen, niet omdat ik hem niet begreep maar omdat niemand ervan leek te schrikken. Geen vragen wat daarvan de gevolgen kunnen zijn voor mantelzorgers. Geen verontwaardiging over het verdwijnen van een voorziening waarop honderdduizenden mensen dagelijks vertrouwen.

Nee, de tekst ging direct verder over familieleden, vrienden, buren en vrijwilligers die een grotere rol zullen gaan spelen. Alsof dat de meest logische zaak van de wereld is en dat is nou precies wat mij zorgen baart. Niet alleen de verschuiving van professionele zorg naar mantelzorg. Maar de vanzelfsprekendheid waarmee die verschuiving inmiddels wordt gepresenteerd.

Van betaalde arbeid naar onbetaalde verantwoordelijkheid voor mantelzorgers. En opvallend genoeg lijken we daar steeds minder vragen over te stellen. Sterker nog: de discussie lijkt allang niet meer te gaan over óf mantelzorgers meer taken gaan overnemen. De discussie gaat vooral over hoe we ze daarop kunnen voorbereiden.

Dit bijvoorbeeld, een publicatie over samenwerken met de mantelzorger. Daarin werd uitgelegd dat mantelzorgers steeds vaker verpleegkundige handelingen uitvoeren. Dat zij injecties mogen geven. Dat zij risicovolle of voorbehouden handelingen kunnen leren uitvoeren, mits zij daar goed in worden begeleid. Het zal goedbedoeld zijn maar ergens begon het te wringen.

Want wanneer hebben we eigenlijk besloten dat dit een logische ontwikkeling is?

In datzelfde artikel stond een zin die mij bleef bezighouden: “Je wilt niet dat de mantelzorg wegvalt omdat het te zwaar wordt, maar je wilt ook niet allerlei taken op je nemen die niet aan jou besteed zijn.” Een begrijpelijke uitspraak. Tenminste, wanneer het gaat over de zorgprofessional.

Maar waarom lijkt diezelfde redenering zo weinig te gelden voor mantelzorgers? Wie bepaalt eigenlijk welke taken wel of niet aan een mantelzorger besteed zijn? Want als een zorgprofessional aangeeft dat bepaalde taken niet binnen zijn of haar functie vallen, vinden we dat logisch. Daar bestaan beroepsgrenzen voor, verantwoordelijkheden en deskundigheidseisen.

Maar zodra een mantelzorger aangeeft dat iets te zwaar, te complex of te belastend wordt, verschuift het gesprek opvallend vaak naar oplossingen. Dan gaat het over scholing, hulpmiddelen en samenwerking. Maar vooral ook over volhouden!

Alsof de vraag niet meer is óf een mantelzorger die taak zou moeten uitvoeren, maar hoe we ervoor kunnen zorgen dat die taak toch wordt uitgevoerd. En dat is een zorgelijke ontwikkeling. Niet omdat mantelzorgers niet betrokken zijn en niet omdat zij niet bereid zijn om voor hun naaste te zorgen. Maar omdat de grens tussen mantelzorg en professionele zorg steeds verder lijkt te vervagen.

En misschien nog wel zorgelijker: omdat die vervaging steeds vaker wordt gepresenteerd als iets vanzelfsprekends. Alsof achter iedere voordeur een sterk informeel netwerk klaarstaat.

  • Alsof iedereen kinderen heeft die kunnen bijspringen.
  • Alsof iedereen een partner heeft die beschikbaar is.
  • Alsof iedereen gezonde familieleden, betrokken vrienden of behulpzame buren heeft.
  • Alsof mensen eindeloos kunnen blijven geven zonder dat daar iets tegenover hoeft te staan.

Maar achter ieder zogenaamd sterk netwerk staan gewone mensen. Mensen met werk, met eigen gezin en bijbehorende verantwoordelijkheden. Mensen eigen gezondheid en financiële zorgen. Met eigen plannen en dromen.

Mensen die zorgen vanuit liefde, maar liefde mag nooit een excuus worden om grenzen onzichtbaar te maken. Misschien is dat wel de discussie die we als samenleving moeten voeren. Niet alleen hoeveel zorg mantelzorgers nog kunnen opvangen. Maar waarom we steeds minder lijken te schrikken van alles wat we inmiddels van hen verwachten.

Want als thuiszorg verdwijnt, professionele ondersteuning verder afneemt en mensen steeds langer thuis moeten blijven wonen, dan hebben we het niet meer over mantelzorg als aanvulling op de zorg. Dan hebben we het over mantelzorg als fundament van de zorg.

En dat is een veel grotere maatschappelijke verandering dan veel beleidsstukken en artikelen doen vermoeden.

Misschien wordt het tijd dat we dat ook zo gaan benoemen.

Avatar foto

Jolanda Groothuis is bestuurslid van Stichting Mantelzorgelijk en voormalig mantelzorger voor haar vader Willem. Vanuit haar eigen ervaring weet zij hoe belangrijk herkenning, steun en een plek om ervaringen te delen kunnen zijn. Die betrokkenheid zet zij nu in binnen Mantelzorgelijk, waar zij zich sterk maakt voor een krachtige stem van mantelzorgers en voor meer onderlinge verbondenheid. Haar overtuiging is helder: samen staan mantelzorgers sterker.

Comments (0)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top