
Te vaak vergeten in gemeentebeleid: de werkende mantelzorger
Verschillende gemeenten, waaronder Hoorn en Gouda ,worstelen met de vraag hoe ze mantelzorgers goed kunnen ondersteunen, maar één groep lijkt stelselmatig onderbelicht: de werkende mantelzorger. In Hoorn, waar ruim 8.000 mantelzorgers actief zijn, gaat de politieke discussie over ouderen die zorg verlenen en jongeren die vroegtijdig in die rol stappen. In Gouda draait het om bezuinigingen en zelfredzaamheid, zonder mantelzorg überhaupt te benoemen. Wel hebben ze het over vrijwilligers. Zouden ze denken dat mantelzorg en vrijwilligswerk hetzelfde zijn? Maar waar blijven de mensen die én een baan hebben én steeds meer zorgtaken op hun bord krijgen?
Werkende mantelzorgers zijn geen kleine groep. Ze combineren vaak een fulltime of parttime baan met de zorg voor een zieke partner, ouder of kind. Denk aan de 40-jarige die na werk nog boodschappen doet voor haar moeder, of de 50-jarige die ’s avonds zijn partner helpt terwijl hij overdag deadlines haalt. Deze groep groeit, zeker nu we langer doorwerken en de zorgvraag toeneemt. Toch zie je in beleidsplannen zelden aandacht voor hun specifieke uitdagingen: tijdgebrek, stress, of de behoefte aan flexibele werkregelingen en praktische steun.
In Hoorn pleit het CDA voor hulp bij overbelasting en noemt de PvdA oudere mantelzorgers zoals Roodkapje, terwijl Sociaal Hoorn en D66 discussiëren over een compliment. Jongeren krijgen een aparte vermelding. Maar de werkende mantelzorger? Die lijkt onzichtbaar, alsof mantelzorg vooral iets is voor gepensioneerden of tieners. Dat is een blinde vlek. Gemeenten zouden juist moeten inzetten op beleid dat werk en zorg combineert: denk aan subsidies voor thuiszorg, thuishulp of respijtzorgvoorzieningen die werkenden ontlast, voorlichting op werkplekken, of samenwerking met werkgevers voor mantelzorgvriendelijke roosters.
Het is nu echt wel eens tijd dat gemeentebesturen breder kijken. Mantelzorg is niet alleen een kwestie van leeftijd – jong of oud – maar ook van levensfase en context. Werkende mantelzorgers verdienen een plek in de visie, anders blijft een grote groep in de knel zitten. Want mantelzorg stopt niet bij de voordeur, en zeker niet bij de kantoordeur!
Het is juist goed om de werkende mantelzorger meer aandacht te geven. Hoe wrang het ook klinkt, en met het meeste respect naar alle mantelzorgers, als de werkende mantelzorger omvalt is de maatschappelijke schade groter
– inkomensachteruitgang
– meer huishoudelijke hulp wat ingezet moet worden
– kinderen hebben meer te lijden hieronder
– bij permanente uitval moet je gaan denken aan WIA en bijstand
– de schade voor werkgevers is ook enorm
Kortom, een gemeente zou juist de werkende mantelzorger moeten ondersteunen zodat deze de mantelzorg kan blijven verlenen. Maar helaas. En dit is niet alleen de gemeente. Ook bij veel mantelzorgorganisaties staat de werkende mantelzorger niet op de kaart. In mijn woonplaats is het lotgenotencontact voor werkende mantelzorgers losgelaten, de mantelzorgconsulent richtte zich tot voor kort alleen op oudere mantelzorgers (voor andere mantelzorgers had ze het te druk). Maar ook in Den Haag is het te zot voor woorden: een bijeenkomst over mantelzorg en werk (dinsdag 13.30-16.00 uur). En nee, deze werd niet verplaatst of ook een keer gegeven in de avond.
Hoe lachwekkend dit laatste voorbeeld ook is, het is tekenend hoe er tegen de werkende mantelzorger wordt aangekeken en hoe deze wordt genegeerd … en niet alleen uit onwetendheid, maar ook uit organisatorische luiheid!