
Roofbouw in stilte: waarom mantelzorgers ná het zorgen uitvallen
Ziek zijn en mantelzorgen gaan slecht samen.
Wie zorgt, weet dat. Er is altijd iemand die afhankelijk is, iemand voor wie je door moet. Dus als je zelf klachten hebt, ga je door. Want wat is het alternatief?
Tijdens de jaren dat ik voor mijn vader zorgde, had ik zelf ook gezondheidsproblemen. Maar alles wat ik voelde, wuifde ik weg. Spierpijn? Logisch, ik duwde een rolstoel. Moe? Iedereen is moe. Pijn? Hoort erbij. Zo hield ik mezelf op de been, of beter gezegd: dat dacht ik.
Ik herinner me de coronaperiode, mijn vader en ik werden allebei ziek. Mijn angst zat volledig bij hem. Dat het voor mij ook zwaar kon zijn, kwam nauwelijks in me op. Ik was uiteindelijk zieker dan hij, maar zelfs toen ging alles door.
De thuiszorg was afgeschaald, regels en tekorten bepaalden de werkelijkheid. Bij ons thuis werd een beschermschort en een bril door de brievenbus geduwd. Verder moest ik het zelf zien te redden. En dat deed ik, zoals zovelen.
Veel mantelzorgers zullen dit herkennen: je klachten zijn er wel, maar krijgen geen betekenis. Ze passen niet in het zorgen, dus schuif je ze opzij. Je pleegt roofbouw op je lichaam zonder dat het zo voelt. Niet uit onverschilligheid, maar uit verantwoordelijkheid, loyaliteit en liefde. En soms uit wanhoop..
Tijdige ondersteuning
Juist daarom is ondersteuning tijdens het mantelzorgen zo belangrijk. Niet alleen praktische hulp, maar ook professionele signalering: iemand die meekijkt, meedenkt en durft te benoemen wanneer het te veel wordt. Respijtzorg, steun en erkenning zijn geen luxe: ze kunnen voorkomen dat mantelzorgers zichzelf volledig voorbijlopen.
Voor wie nu nog zorgt, is dit misschien een confronterende gedachte: als zelfzorg structureel verdwijnt, komt dus de klap alsnog. Soms later, soms pas als de zorg stopt. Het lichaam blijkt een uitstekend geheugen te hebben.
Ik ben inmiddels geen mantelzorger meer, toch ben ook ik nog steeds herstellende moet ik erkennen. Dat is wat weinig mensen zien, dat het na het zorgen niet vanzelf beter wordt. Dat mantelzorgveteranen vaak pas dan klachten krijgen, uitgeput raken of uitvallen omdat er eindelijk ruimte is om te voelen wat al die tijd niet mocht.
Niet iedere mantelzorgveteraan ervaart hetzelfde na het zorgen. Sommigen kunnen het afsluiten, anderen merken dat hun lichaam pas dan begint te spreken. Voor anderen, en daar reken ik mezelf toe, begint het herstel pas echt als de zorg stopt.
Dit blog is voor mantelzorgers die nu nog midden in de zorg staan, misschien om signalen te herkennen voordat ze zichzelf volledig voorbijlopen.
En hij is voor de mantelzorgveteranen. Jullie zijn niet “klaar” omdat de zorgtaak eindigde. Jullie ervaring, veerkracht en herstel doen ertoe. Mantelzorg stopt niet zomaar.
En herstel begint soms pas als zorgen even niet meer hoeft…
Wat een open en eerlijke brief uit het hart geschreven …
Je gaat altijd over je grenzen heen..
Ja ervaring krijg je hierdoor maar helaas door steeds op de rand te balanceren al word m’n moeder verzorgd,
Dan nog…
Vr groet Marjan
Ik heb mij, als chronisch zieke, helemaal kapot gemantelzorgt. Eerst samen met mijn moeder voor mijn oma, die 17 jaar bij ons in is komen wonen. Daarna heb ik in mijn eentje 24/7 voor mijn moeder gezorgd. Zelfs operaties voor mezelf heb ik moeten cancelen omdat mijn broer niet in wilde springen. Pas de laatste 6 weken kwam de wijkverpleging 1x per dag om mijn moeder te wassen. Ik ben nu 4 jaar verder en sta op de wachtlijst voor het euthanasietraject.