Omgaan met dementie – het verhaal van mevrouw Bruun

Mevrouw Butter zit in een grote rolstoel voor mij, zo’n stoel die vrijwel de helft van de kamer in beslag neemt. Op het nachtkastje staat een foto van een hond met een heel grijs snoetje. betsie, zo staat er met grote letters boven geschreven.

‘Zeg, heb je al geneukt?’ Ze kijkt mij gretig aan.

Op haar hoofd tel ik welgeteld drie grijze haren.

‘Nou, heb je al geneukt? Of ben je zo’n droge die nooit van bil gaat?’

Ik weet even niet wat ik moet zeggen. Sinds de bevalling van mijn zoontje heb ik op dit vlak inderdaad weinig klaargespeeld. Heel eerlijk staat mijn seksleven op een behoorlijk laag pitje. Waarschijnlijk het gevolg van slapeloze nachten. Of gewoon een tijdelijk gebrek aan lust, iets wat mevrouw Butter totaal niet herkent. Zou ze het aan mij zien? Val ik door de mand? Graag geef ik mijn cliënten zo eerlijk mogelijk antwoord op al hun vragen. Maar om nou mijn seksleven uit de doeken te doen, het gaat mij een beetje ver.

‘Nou, mevrouw Butter, ik ben onlangs bevallen. Dus seks, tja, het komt er niet zo van. Jawel, nee, ik hou er wel van hoor. Maar ja, je bent toch veranderd, hè, van onderen. Ik heb er een hoofd van minstens twintig centimeter doorheen geperst. Althans, zo voelde het. En om nu telkens weer een aanslag op dat gebied te plegen, ik zie het nog even niet zo zitten.’

Even kijk ik naar Betsie, de hond met het grijze snoetje. Mevrouw Butter is kinderloos, en Betsie kwam gewoon haar leven binnenwandelen, die hoefde er niet uit te worden geperst. Ik besluit haar maar gewoon een sociaal wenselijk antwoord te geven: ‘Neuken… Ja, nou ja, het komt natuurlijk weleens voor.’

Dan stoot ze mij aan, waarbij haar rolstoel een beetje naar voren wipt. Haar ogen lijken uit hun kassen te ploppen. ‘Zag je net die lekkere vent op de gang, die lekkere met die stevige kont?’

Ik schiet bijna in de lach, maar denk dan na. Ik ben zojuist wel wat mannen tegengekomen: meneer Jacobs en meneer Leenders om precies te zijn. Maar meneer Jacobs is klein van stuk, en meneer Leenders heeft enorme oorlellen, iets wat vaker voorkomt bij ouder wordende mensen. Oren en neuzen groeien door, borsten gaan hangen, tandvlees kruipt omhoog. O ja, en ik ben natuurlijk ook broeder Simon tegengekomen. Simon, de hunk van het verpleeghuis. Hij is welbespraakt en goedgebouwd. En inderdaad beschikt Simon over een goede stevige kont. Hier praten we als behandelaren echter weinig over tijdens vergaderingen. Het gaat er allemaal vrij braafjes aan toe.

Behalve bij mevrouw Butter dan. Werkelijk alles lijkt haar in een hoge staat van opwinding te brengen: man, vrouw, cup a, aa, d, grote of kleine billen. Ze lijkt weinig voorkeuren te hebben en doet de zusters met regelmaat een oneerbaar voorstel. Met name tijdens de ochtendzorg is het raak: ‘O, dat is lekker, daar met dat washandje langs.’ Het bezorgt hun het schaamrood op de kaken, en velen willen dan ook niet meer naar binnen.

Ook familieleden van bewoners moeten eraan geloven. Zoals onlangs Ruud, de homoseksuele zoon van meneer Kleermakers. Ruud bezoekt zijn moeder dagelijks. Meestal neemt hij een doosje onschuldige bonbons voor haar mee, maar afgelopen dinsdag wilde hij iets nieuws proberen: hij kwam de afdeling op met een hema-worst. Nietsvermoedend zette hij het bord met de glanzende worst voor zijn vader neer. Mevrouw Butter stak direct van wal: ‘Wat een lekkere piemel, die glijdt vast heerlijk naar binnen.’ Dergelijk gedrag maakt een verblijf op de huiskamer uitdagend, en dus wordt ze regelmatig naar buiten gereden en op haar eigen kamer gezet. Uren brengt ze er alleen door.

Zo ook vandaag, wanneer ik haar een bezoekje breng. Samen zitten we voor haar grote raam. Het is een heerlijke dag in mei, zonnestralen verwarmen ons gezicht. Even kijk ik naar Betsie, en dan pak ik de foto van het kastje. ‘Wat een leuk hondje, zeg. Is dat uw hond?’

Mevrouw Butter kijkt er even naar. ‘Ik heb een lekkere poes.’

‘Ik heb ook een poes, Pluisje,’ zeg ik wat onnozel.

Mevrouw Butter is niet onder de indruk. ‘Een lekkere poes heb ik.’

Ze begint te lachen, en even lach ik mee.

‘Een poes,’ zeg ik.

Ik kijk naar buiten, waar er wordt geschreeuwd door twee jongens op de stoep van het verpleeghuis. Ze spelen met een bal. De bewoners op het terras kijken ernaar en eten een ijsje. Het verpleeghuis van mevrouw Butter is best gezellig, de sfeer is goed. Ik draai mij weer om, en net wanneer ik het gesprek wil hervatten, zie ik hoe haar rimpelige handen afdwalen naar beneden, regelrecht op haar poes af. Mevrouw Butter begint te kreunen.

Even denken, wat zal ik doen? Ik word wel vaker geconfronteerd met ouderen die seksueel actief zijn. Dat is fijn voor ze, maar zo regelrecht voor mijn neus, midden in een gesprek en met dit gekreun erbij, voelt toch ongemakkelijk. Even kijk ik rond. Zal ik een dekentje over haar heen gooien? Haar privacy gunnen?

‘Mevrouw Butter?’

Ik probeer haar te bereiken, maar mevrouw Butter bevindt zich in hogere sferen en gaat totaal op in haar eigen wereld. De zon straalt op haar gelaat. Niets houdt haar nog tegen.

‘Mevrouw Butter?’

Jeetje, dit moet irritant zijn, eigenlijk. Iemand die vragen stelt terwijl je bezig bent, ze moeten het bij mij ook niet proberen. Ik besluit het gesprek per direct te beëindigen.

‘Mevrouw Butter, ik ga even. Ik kom zo bij u terug, wanneer u klaar bent.’ En dan voeg ik nog toe: ‘Neem uw tijd. Dag.’ Zachtjes loop ik naar de deur, en ik trek hem achter mij dicht. Binnen hoor ik haar gekreun luider en luider worden.

Ik snel naar de huiskamer. ‘Goedemiddag allemaal.’ Ik kijk op de klok. Het is kwart over drie, tijd voor het dagelijks ritueel: een kopje koffie en een spelletje. Spreekwoorden en gezegdes dit keer.

Monique zit met een aantal bewoners in een kringetje om de eettafel. ‘Oké, wat betekent “het beste paard van stal”?’

Meneer Smeets kijkt Monique aan en haalt dan zijn schouders op.

‘Mevrouw Fik, u?’

‘Uhhh, dat je het beste paard bent van de stal?’

‘Bijna goed. Zoiets, ja. Het betekent dat je de beste van de groep bent.’

Meneer Jarijk begint hinnikend te lachen. Monique kijkt even verbaasd, maar lacht dan mee.

Ik denk aan mevrouw Butter op haar kamer; zij is duidelijk niet het beste paard van stal. Ik besluit terug te keren. Ik stap op uit mijn stoel, loop de gang op en klop op haar deur. Het blijft stil. Heel langzaam doe ik de deur een stukje open. Mevrouw Butter zit met haar benen wijd. Haar hoofd is inmiddels rood aangelopen, langs haar wang sijpelen zweetdruppels naar beneden. Op de achtergrond zie ik nog altijd Betsie de hond, met haar tong uit haar bek.

In de deuropening blijf ik even staan. Ik merk dat mevrouw Butter me een beetje afstoot, zoals ze daar nu zo zit. Ik durf het niet te zeggen, maar het is zo. Heel langzaam kijkt ze mijn kant op. Haar blik rust op mij, ze oogt nogal vermoeid. Plots steekt ze haar hand uit, en ze blijft mij gedurende een aantal seconden gewoonweg aanstaren. En ik, ik blijf staan.

Dan schudt ze haar hand driftig een aantal keer op en neer. Ik kijk ernaar, en nog blijf ik staan. Wat een burgertrut ben ik, denk ik bij mezelf. Ik voel me schuldig en praat op mezelf in: Sarah, loop eropaf, ze voelt het. Ik zet een aantal stappen haar kant uit, wacht, kijk naar de hand die in de lucht bungelt. Ik twijfel nog heel even, maar grijp haar hand dan met overtuiging vast. Natuurlijk grijp ik hem vast. Even ben ik enorm opgelucht, maar ik ben tegelijkertijd een beetje boos, op mezelf. Heel eerlijk, ik ben een klein beetje vies van de hand van mevrouw Butter.

Mevrouw Butter verzucht: ‘Daar ben je gelukkig weer.’

‘Ik ben er weer,’ zeg ik.

‘Gelukkig.’

‘Ja, gelukkig,’ zeg ik.

Mevrouw Butter haalt nog een keer adem, en dan komt er een diepe zucht.

‘Ik ben er weer, hier bij u en Betsie. U heeft mij gemist,’ zeg ik.

‘Gelukkig,’ klinkt het weer. Ze knijpt in mijn hand, en dan rolt er een traan over haar wang, en nog een, tot ze plots hard begint te huilen. Zomaar ineens is ze ontroostbaar. ‘Erg, wat erg. Ik… dit… ohhh.’

Ik leg mijn arm om haar heen. Meteen drukt ze haar glanzend bezwete voorhoofd tegen mijn topje aan.

‘Wacht even, mevrouw Butter. Ik pak even een doekje uit de badkamer daar.’ Snel loop ik naar haar badkamer en pak een vochtig doekje. Ze grijpt mij weer vast, en met het washandje dep ik het zweet van haar voorhoofd.

‘Verschrikkelijk, erg.’ Ze kan nauwelijks nog een woord uitbrengen.

Ik wieg haar een beetje heen en weer en begin dan zacht te zingen.

Mevrouw Butter, je kunt erom lachen, je kunt er vies van zijn, je kunt weigeren het te geloven. Zoveel seksdrift op hoge leeftijd. Ze is seksueel ontremd, het staat in haar dossier, en ook tijdens de observaties en contacten wordt het al snel duidelijk. Ze heeft er gewoon geen grip meer op.

Maar er is meer. Mevrouw Butter is verdrietig, ze lijdt. Deels misschien omdat ze vaak naar haar kamer wordt gereden en zich eenzaam voelt, maar mogelijk speelt er nog meer dat haar verdriet kan verklaren.

Mevrouw Butter heeft alzheimer-dementie, is op seksueel vlak ontremd, voelt zich verdrietig. Tot zover is het duidelijk, maar waar komt deze ontremming eigenlijk vandaan? De voortdurende zoektocht naar zulke antwoorden maakt het werken met mensen met dementie ontzettend uitdagend. De uitkomst kan namelijk een wereld van verschil betekenen voor mevrouw Butter en alle mensen op haar afdeling. We gaan op onderzoek uit.

Ten eerste: de ontremming kan passen bij een bipolaire stoornis (in de volksmond ook wel manische depressie genoemd), waarbij ontremd gedrag én verdriet optreden. Mevrouw Butter huilt vaak, voelt zich schuldig, is somber. Signalen van een bipolaire stoornis vind je vaak al terug in de voorgeschiedenis. In dit geval is die lastig om te achterhalen. Een nicht van 83 jaar is de enige die ons nog iets over mevrouw Butter kan vertellen.

Ten tweede: de ontremming kan ook gewoon passen bij haar alzheimer-dementie. Haar hersenen zijn aangetast, en dit kan leiden tot ontremming. Maar zolang er geen sprake is van een depressie, gaat dit soort ontremming meestal niet gepaard met verdriet, somberheid of schuldgevoelens.

We blijven dus met de vraag zitten waar de somberheid vandaan komt. Met behulp van haar nicht komen we meer te weten over haar leven. Mevrouw Butter groeide op in een groot kerkelijk gezin in Hindeloopen, een klein stadje in Friesland. Als jong meisje voelde ze zich erg eenzaam. Er moest hard gewerkt worden, en tijd voor liefde en aandacht was er nauwelijks. Dit werd erger met het overlijden van haar moeder, toen mevrouw Butter elf jaar oud was. Vrije tijd was er niet. Ja soms, heel soms, liep ze naar de dijk om naar de boten in het meer te kijken. Jongens? Daar mocht ze niet bij in de buurt komen, om over seks al helemaal niet te spreken.

Haar seksuele verlangens heeft ze wellicht dus nooit durven uiten. En nu haar verlangen er in de dementie zo ongepolijst uit komt, lijkt het haar een groot schuldgevoel te bezorgen. Mogelijk werd ze daarom overvallen door intens verdriet na het masturberen. Omdat ze iets beleefde dat eigenlijk niet mocht van haarzelf. Wellicht hebben de schuldgevoelens inmiddels zelfs geleid tot een depressie. Dit alles is van groot belang, willen we deze mevrouw op dit kamertje op afdeling 1 helpen.

Als mevrouw Butter lijdt aan een bipolaire stoornis, dan kan overwogen worden om een stemmingsstabilisator in te zetten. Het haalt de scherpe kantjes af van haar seksuele drift en verdriet. Ze komt zogezegd in een wat rustiger vaarwater. We kunnen haar verdriet verder proberen te verminderen door haar niet telkens naar de kamer te rijden als strafmaatregel. Daardoor voelt ze zich mogelijk nog slechter, nog fouter. We zullen haar als mens moeten accepteren en omarmen, zonder boos of bestraffend te reageren als ze seksuele opmerkingen maakt. Ook een hema-worst eerst in stukjes snijden en niet vooroverhangen met je boezem tijdens de zorg helpt natuurlijk.

Als mevrouw Butter lijdt aan schuldgevoelens die voortkomen uit haar opvoeding, dan kan een antidepressivum worden ingezet. Als het middel aanslaat, wordt ze op twee manieren geholpen: de stemming verbetert, terwijl de seksuele drift en de intensiteit van het organisme verminderen. Te allen tijde is het advies om medicatie in een lage dosering te starten, rustig op te bouwen en het effect met bijvoorbeeld een vragenlijst  te controleren. Alles begint bij goede diagnostiek.

Het is mijn missie als ouderenpsycholoog om de 'binnenwereld' van de mens met dementie, de naaste en zorgprofessional te onthullen. Zodat we met meer begrip en kennis eindeloos véél voor hen kunnen betekenen. Achter het gedrag gaat een rijke belevingswereld schuil. Als we haar kennen, worden de mogelijkheden immens. Door middel van muziek, theater en psychologie neem ik u mee in deze bijzondere wereld. Voor meer info: www.dementieintheater.nl

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top