
Mooie woorden zorgen niet
De zorg verandert, dat horen we steeds vaker. In beleidsstukken, op websites en in campagnes wordt gesproken over zelfredzaamheid, samendoen en een beweging die we met elkaar in gang zetten. Het klinkt logisch, hoopvol zelfs. Totdat je mantelzorger bent….
Ik merk dat ik steeds ongemakkelijker word bij het lezen van initiatieven rondom de toekomst van de ouderenzorg. Niet omdat ik tegen verandering ben, integendeel. Maar omdat de woorden die worden gebruikt steeds verder af lijken te drijven van de realiteit waarin mantelzorgers vandaag de dag leven.
Zo klinkt het beleid
“Oud worden in een verzorgingshuis terwijl je volledig verzorgd wordt. Het was jarenlang de standaard. Maar vandaag niet meer. Het kan niet meer. Daarom moeten we het als hele samenleving anders doen. Met een grootse beweging, die we samen in gang zetten.”
“Naasten krijgen de grootste rol in de ouderenzorg. Niet door professionele zorg te verlenen, maar wel door te ondersteunen in alledaagse taken. Je speelt een belangrijke rol in het welzijn van een ander. Door boodschappen te halen, schoon te maken of samen te wandelen lever je een cruciale bijdrage.”
“We begrijpen dat mantelzorg heel intensief en uitdagend kan zijn. Toch is een bijdrage leveren aan andermans leven ook voor jou van grote waarde.”
Op papier klinkt dit warm, redelijk en onvermijdelijk. Het kan niet meer, dus wij (de hele maatschappij) moeten het anders doen. En naasten krijgen daarin een grotere rol. Maar juist in deze woorden zit het probleem.
Zo klinkt de praktijk van mantelzorgers
Binnen Mantelzorgelijk krijgen wij al jaren signalen van mantelzorgers die structureel zorgtaken uitvoeren die allang niet meer “alledaags” zijn. Mantelzorg is voor veel mensen geen aanvulling meer, maar een dragende pijler van het zorgsysteem geworden. Wij krijgen de verhalen vanuit onze achterban over o.a.:
- medicatiebeheer en medische coördinatie,
- wondzorg en lichamelijke verzorging en ondersteuning,
- begeleiden naar het toilet en het aantrekken van steunkousen,
- nachtelijke zorg en voortdurende beschikbaarheid.
Taken die niet incidenteel zijn, maar dagelijks terugkeren. Vaak naast eigen verantwoordelijkheden, zonder duidelijke keuzevrijheid, en bijna altijd zonder heldere grenzen. Opvallend is dat deze realiteit in beleidsteksten zelden expliciet wordt benoemd. De rol van de mantelzorger wordt klein gehouden in taal, terwijl hij in de praktijk steeds groter wordt.
De stille verschuiving
Wat hier gebeurt, is geen toeval. Door te zeggen dat “het niet meer kan”, wordt de situatie gepresenteerd als onvermijdelijk. Niet als het resultaat van politieke keuzes, bezuinigingen of personeelstekorten, maar als een gegeven waar we ons met elkaar toe moeten verhouden. En wie vangt dat op? Niet “de hele maatschappij” in abstracte zin, maar heel concreet: partners, kinderen, en vrienden: mantelzorgers.
Tegelijk wordt benadrukt dat mantelzorg ook waardevol is voor degene die zorgt. Dat het voldoening geeft. Dat is deels ook waar. Maar deze framing laat weinig ruimte voor de andere kant: van uitputting, verlies van werk, sociale isolatie en gezondheidsklachten. Alsof het zwaar vinden van mantelzorg bijna ondankbaar is.
Doe het samen
“Betrek anderen bij de zorg en ondersteuning en pak het samen op. Doe jij vandaag de boodschappen voor je moeder, buurman of oma? Dan zorgt je broer, buurvrouw of neefje morgen voor de schoonmaak. Je hoeft het niet alleen te doen.”
Even dacht ik: nu komt er toch ook iets over ondersteuning voor de mantelzorger zelf. Iets over ontlasting, over opvang, over professionele back-up. Iets wat laat zien dat wie structureel zorgt, ook gezien wordt. Maar dat kwam niet, in plaats daarvan volgt de oproep om het samen te doen. Om anderen te betrekken en taken te verdelen. Doe jij vandaag de boodschappen, dan doet iemand anders morgen de schoonmaak.
Dat klinkt redelijk. Tot je beseft wat hier eigenlijk wordt gezegd: zoek het zelf maar uit.
De verantwoordelijkheid voor ondersteuning wordt volledig neergelegd bij de mantelzorger en diens omgeving. Alsof broers en zussen, neefjes of buren klaarstaan. Alsof vragen om hulp vanzelfsprekend is, ook na maanden of jaren intensieve zorg. Alsof de mantelzorger niet al tot over de grens belast is. En soms is het netwerk klein, overbelast of simpelweg afwezig.
Wat hier ontbreekt, is structurele ondersteuning vanuit beleid. Geen vangnet, geen duidelijke voorzieningen. Geen erkenning dat “het samen doen” in de praktijk vaak betekent dat één iemand het grootste deel draagt en ondertussen ook nog de regie moet voeren over wie kan bijspringen. Dit is geen ondersteuning. Dit is het doorschuiven van verantwoordelijkheid, verpakt in vriendelijke woorden.
Van zorgen naar coachen
Ook de rol van de zorgprofessional verandert. Die wordt steeds vaker neergezet als coach: iemand die stimuleert, begeleidt en loslaat. Maar coachen betekent ook: dat ze taken niet meer zelf doen. En die taken komen ergens terecht. In toenemende mate bij mantelzorgers, die daarmee feitelijk nieuwe collega’s worden alleen zonder contract, zonder scholing, zonder rusttijden en zonder vangnet. Dat wordt zelden zo benoemd.
Dit is geen pleidooi tegen samen zorgen. Het is een oproep om eerlijk te zijn over wat er al gebeurt. Mantelzorgers dragen al een enorme verantwoordelijkheid. Niet in de toekomst, maar nu: het is de dagelijkse realiteit van velen.
Wie inzet op informele zorg, moet ook durven zeggen waar de grenzen liggen, welke ondersteuning mantelzorgers nodig hebben, en wat er gebeurt als die ondersteuning ontbreekt. Bewustwording begint bij het durven benoemen van wat nu al schuurt. Juist daar, in die ongemakkelijke eerlijkheid, ligt de echte beweging.
Mooie woorden zorgen niet, mensen doen dat en die mensen verdienen meer dan begripvolle taal alleen.
Comments (0)