Mevrouw Rekers wil niet praten

” Ik mag jou niet”
‘Oké.. dat mag
Wat mag u niet aan mij?’
‘Wil je het weten?’
Mevrouw Rekers kijkt mij afkeurend uit vanuit haar luie stoel bij het raam.
‘Graag, ik ben geïnteresseerd’, zeg ik vriendelijk.
‘Je kijkt zo geniepig. Alsof je alles van mij weten wil’
‘Ah zo. En wat vindt u nog meer van mij?’
Mevrouw Rekers schraapt haar keel. ‘Die blauwe ogen. En dat irritante stemmetje. Hoe jullie mijn naam zeggen ‘Goedemiddag, Mevrouw Rekers’
Ik weet zelf ook wel dat ik Rekers heet.
‘Ik begrijp het. Heel irritant. Is er meer?”
Mevrouw Rekers gaat verzitten en wijst naar mijn kapsel: ‘Ja, dat haar. Zo lang. Het ziet er niet uit. Zo…’
‘Zegt u het maar. Hou u vooral niet in’
‘Zo slonzig. Onverzorgd. Dacht je dat ik zo voor de klas mocht staan’
‘Ik denk het niet Mevrouw Rekers’.
Mevrouw Rekers komt dan ook uit een hele andere tijd. Van de regels en etiketten. Ze zag er altijd piekfijn uit. Met haar zijden blousjes, mantelpakjes en opgestoken haar. Als lerares van een klein dorpsschooltje genoot ze aanzien en promoveerde ze al snel tot directrice.
Om op 37 jarige leeftijd haar grootste nachtmerrie waarheid te zien worden.
‘Waarom ben je hier eigenlijk. Wat wil je van mij?’
‘Ik ga eerlijk tegen u zijn. Ik ben hier, omdat u veel verdriet heeft. Ik ben Sarah, de psycholoog. En kom wekelijks bij u’.
Mevrouw Rekers kijkt mij wantrouwend aan.
‘Ik ben hier om u te helpen bij de verwerking van uw verdriet. De pijn in uw hart”.
Mevrouw Rekers begint te lachen. Dan gooit ze haar neus in de lucht en kijkt strak de andere kant op.
‘Ik kom iedere week bij u. Nu zo’n 3 maanden’.
Mevrouw Rekers reageert niet.
‘Mag ik dichterbij komen?’ Mevrouw Rekers geeft nog steeds geen antwoord en dus doe ik wat ik iedere week doe. Op zo’n halve meter van haar stoel ga ik op de grond zitten.
“Paula, wilt u mij aankijken?’
Mevrouw Rekers blijft uit het raam staren.
‘Ik zit iedere week op deze plek. U duwt mij weg, maar ik blijf zitten. Ik laat u niet alleen met uw verdriet”.
Ik pak de foto van haar nachtkastje en leg hem bij haar op schoot.
“Meesje is er ook iedere week bij. Ziet u hem? Met zijn bruine krulletjes en grote ogen’.
Mevrouw Rekers haar onderlip begint te trillen.
Ik zie hoe ze erin bijt. Haar lichaam begint een beetje te schokken. Ze knijpt in mijn handen, doet haar mond open maar er klinkt geen geluid.
“Meesje zit in de zon met een glas limonade. Daar was hij zo gek op. Limonade”.
En dan gebeurt het. Zoals het vrijwel iedere week gebeurt. Ze begint onbedaarlijk hard te huilen. Te schreeuwen bijna.
“Mees! Oh wat erg…Meesje. Oh wat erg, mijn Meesje Mijn jongen. Wat erg!’
Tranen stromen over haar wangen. “Oh Meesje, Nee! Nee!”
Mevrouw Rekers huilt en huilt en huilt, om haar Meesje. Haar zoontje wat ze 50 jaar geleden verloor. Toen hij 8 jaar oud was. Verdronken in het kanaal. Waarschijnlijk uitgegleden tijdens het spelen met zijn vriendjes. Ze probeerden hem nog te redden, maar waren gewoonweg veel te klein.
Een verdriet dat ze nooit heeft kunnen verwerken. Waar niet over gesproken werd. Zo ging dat vaak in die tijd. En in de dementie keert het in alle heftigheid terug. Dagelijks zet het grote verdriet zich om in enorme woede- uitbarstingen.
En dus bezoek ik haar wekelijks om haar te helpen bij de verwerking van dit verdriet. Met lichaamsgerichte technieken. Want erover praten kan ze niet. En dat respecteren wij. Maar ook zonder woorden kun men helen. Met krachtige lichaamsgerichte technieken.
En dus leg ik met ferme druk een hand op haar rug, maak grote cirkels en begin mevrouw naar voren en naar achteren te bewegen. Te wiegen. Heen en weer. Heen en weer. Want ritme kalmeert. Net als baby’s rustiger worden van wiegen en sussen.
Gedurende zo’n twee minuten wieg ik mevrouw. Even haal ik heel diep adem. En voel ik hoe verkrampt ze is. Hoe hoog en oppervlakkig ze ademt. Snel. En onregelmatig.
Ik haal een aantal keer diep in- en uit adem. Ik ga door tot haar spiegelneuronen dit oppikken, en onze ademhaling synchroon wordt. Waardoor haar zuurstofgehalte en doorbloeding van de hersenen verbetert.
Mevrouw Rekers blijft schreeuwen en huilen en ik merk dat ik ook begin te huilen. Is het verdriet? Zijn het de zenuwen? Ik weet het niet. Maar als je zo dichtbij elkaar bent, als je echt empathisch kunt zijn, gebeuren dit soort dingen vaker.
Dan ga ik achter haar staan en leg één hand op haar voorhoofd. En één hand op haar achterhoofd. 10 seconden lang geef ik diepe druk.
Een lichaamstechniek die zo’n intense ontspanning teweeg kan brengen. Niet voor niks.
Want toen wij in de baarmoeder zaten en ons voorhoofd de baarmoederwand raakte, ervaarden we diepe druk. We voelden ons veilig. We voelden ons geborgen.
En het is precies dit oergevoel dat jij kunt oproepen bij jouw cliënt of naaste.
Mevrouw Rekers huilt en huilt en huilt. En dus ga ik door. Ik besluit mevrouw te ‘tappen’. Een techniek die komt uit de traumabehandeling.
Ik leg mijn handen op haar schouders en begin te tappen. In series van 3. Ik begin bij haar schouders, dan haar ellebogen, de zijkant van haar handen, haar heupen, knieen en als laatste de voeten (deze technieken demonstreer ik in Dag Mama 1 & 2).
Hierna sla ik mijn armen om haar heen en houd haar stevig vast. Ik baken haar. Zo ervaart ze duidelijk waar haar lichaam begint en ophoudt. Iets wat voor mensen met trauma’s belangrijk is. Ze voelden zich overspoeld door het trauma. Hun lichaam was niet meer hun veilige haven. Grenzen werden overspoeld. En door te bakenen kan ze haar grenzen weer ervaren
Vervolgens zeg ik een mantra op. En dan gebeurt het. Na zo’n 5 minuten verlaat langzaam maar zeker een deel van de spanning haar lichaam.
En klinkt er even die diepe slaak van opluchting. En moeheid. Ze is doodmoe. Moe van alle emoties die zo onbegrensd door haar lichaam raasden.
En even halen we allemaal opgelucht adem. Want iemand zo te zien lijden is zwaar. Gelukkig nemen de woedeaanvallen sinds onze sessies af. We zijn dankbaar.
Ik leg mevrouw Rekers op bed, stop haar stevig in en geef haar een kus op haar voorhoofd. En net voordat ik weg wil gaan, pakt ze mijn hand even vast. Voorzichtig verschijnt er een glimlach op haar gezicht.
‘Rust maar even uit lieve Paula. Tot volgende week. Zachtjes sluip ik de kamer af en kijk nog een keer achterom
Omgaan met dementie; het meest dankbare wat er is. Ik hou ervan!;

Het is mijn missie als ouderenpsycholoog om de 'binnenwereld' van de mens met dementie, de naaste en zorgprofessional te onthullen. Zodat we met meer begrip en kennis eindeloos véél voor hen kunnen betekenen. Achter het gedrag gaat een rijke belevingswereld schuil. Als we haar kennen, worden de mogelijkheden immens. Door middel van muziek, theater en psychologie neem ik u mee in deze bijzondere wereld. Voor meer info: www.dementieintheater.nl

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top