skip to Main Content
Mariët Op Zorgavontuur: Wat Is Dementie 2

Mariët op zorgavontuur: Wat is dementie 2

Symptomen van dementie

Zoals in de inleiding genoemd is, is dementie een algemene term die een groep van symptomen (verschijnselen) beschrijft die verband houden met een afname in geheugen plus afname in andere cognitieve functies van de hersenen die samen ernstig genoeg zijn om het vermogen van een persoon om dagelijkse activiteiten uit te voeren verminderen. En/of zodanig belemmerend zijn om nog goed te kunnen functioneren in het dagelijks leven.
Mensen zijn uniek, ieder heeft zijn eigen unieke vaardigheden, persoonlijkheid, karakter enz. Dat geldt ook zeker voor mensen met dementie. Het is dan ook niet eenvoudig om uit te leggen wat dementie nu eigenlijk is, simpelweg omdat bij ieder mens met dementie de symptomen kunnen verschillen. Ook de beleving van de dementie is persoonlijk.
Toch is er een aantal symptomen dat bij ieder mens met dementie in meer of mindere mate voorkomt. Dat is ook noodzakelijk voor het vaststellen van dementie, je kunt anders ook niet spreken van een symptoom. Het is altijd een groep symptomen bij elkaar die ervoor zorgt dat het vermogen om dagelijkse activiteiten uit te voeren, vermindert en het dagelijks goed kunnen functioneren belemmert.

Het geheugen

Wanneer het woord dementie valt dan is een van de eerste dingen waar aan gedacht wordt, het verlies van geheugen, vergeetachtigheid.
Helaas is dat niet het enige wat er ontstaat bij dementie.
Dementie symptomen worden wel in de eerste plaats gekenmerkt door stoornissen van de cognitieve functies.
Dat zijn “kennende” functies, die een mens nodig heeft om met zichzelf en de omringende werkelijkheid om te kunnen gaan. Je moet kunnen waarnemen, denken en onthouden om in staat te zijn handelend op te treden.
Het geheugen is een belangrijke voorwaarde voor de cognitieve functies. Zonder een goed geheugen kan men zich niet goed oriënteren in de omringende wereld. Zo is ook het besef van tijd afhankelijk van het geheugen.
Het geheugen is dus een belangrijke functie, die we hard nodig hebben bij ons dagelijks functioneren.

Met ons geheugen kunnen we beelden die we zien begrijpen en verklaren, en hiermee een situatie herkennen. Die functies hebben we dan weer nodig om ons gedrag hierop af te stemmen.

Allereerst zitten in ons geheugen, onze herinneringen. Alles wat we vanaf onze geboorte meemaken wordt op volgorde opgeslagen in ons geheugen. Vooral de dingen die we meemaken waar een emotionele “lading” aan vast zit onthouden we. Iedere dag komen er herinneringen bij en ook gedachten vormen herinneringen.

Van alles wat we om ons heen zien, van jongs af aan, slaan we “plaatjes” op in ons geheugen. Daardoor kunnen we dingen en personen herkennen als we die een volgende keer weer zien. Zo herkennen we onze vader en moeder, ons huis, de inrichting van ons huis enz.
Zo weten we bijvoorbeeld ook dat wanneer we een stoel zien dat we daar kunnen gaan zitten, of we zien een fiets en we weten dat we daar op kunnen fietsen.

In ons geheugen zitten ook onze automatische beweegpatronen.
Zoals je als kind leert om een glas te pakken en eruit te drinken. Je moet het vastpakken, zó dat je het niet laat vallen maar ook niet te stevig om het niet te laten breken. Je moet het naar je mond brengen en zo drinken dat het niet uit je mond loopt. Dat gaat eerst niet vanzelf, daar is oefenen voor nodig maar daarna gaat het automatisch.

En dan zitten er in ons geheugen automatische taalpatronen.
We weten wat we willen zeggen, we hoeven niet na te denken over woorden en zinnen.
Alle woorden die we gebruiken, hebben we ooit gehoord en/of gelezen en zijn in ons geheugen opgeslagen.

Bij mensen die dementie hebben verdwijnen de herinneringen die ze hun hele leven opgeslagen hebben, met de klok terug, stuk voor stuk. Dus de meest recente herinneringen verdwijnen het eerst en vandaar steeds verder terug in de tijd. Vandaar dat mensen met dementie recente gebeurtenissen niet onthouden, maar nog wel herinneringen hebben aan de tijd dat ze zelf bijvoorbeeld op school zaten.

We spreken van een korte termijn geheugen en een lange termijn geheugen. Het korte termijn geheugen verdwijnt als eerste bij mensen die dementie hebben. Dat zijn de dingen die net gebeurd zijn, die onthouden ze niet meer. Zo kan het voorkomen dat ze een heleboel keer op een dag een pakje boter in de winkel gaan halen, omdat ze vergeten zijn dat ze er net om geweest zijn, of ze vergeten waar ze hun portemonnee gelegd hebben of ze vergeten dat ze het eten op hebben staan enz.

Het langere termijn geheugen functioneert meestal nog lange tijd goed. Hierin worden allerlei belangrijke zaken opgeslagen die een mens nodig heeft om in de maatschappij goed te kunnen functioneren. Alles wat je in je leven geleerd hebt word in dit lange termijn geheugen bewaard.

Bij stoornissen in dit geheugen gaan mensen met dementie dingen uit hun kindertijd vertellen alsof die net gebeurd zijn. Ze kunnen heden en verleden niet meer uit elkaar houden. Gebeurtenissen worden door elkaar gehaald en vaak worden ze ook met verkeerde tijdstippen verbonden.

Bijvoorbeeld: een vrouw haar schoonvader is door een hartstilstand op jonge leeftijd overleden, haar eigen man overlijd op 75 jarige leeftijd ook aan een hartstilstand. Mevrouw verteld aan iedereen dat haar man op hele jonge leeftijd is overleden en dat ze al heel lang weduwe is, dat haar kinderen hun vader maar kort gekend hebben. In werkelijkheid heeft ze het dus over haar schoonvader, die zij maar kort gekend heeft. Niet zij is jong weduwe geworden, maar haar schoonmoeder. Zo haalt ze dus gebeurtenissen/personen uit het verleden door elkaar met gebeurtenissen/personen uit het heden.

Volgende blog de drie A’s …..

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X