
“Het gaat wel.”
Er is één zin die ik misschien wel het vaakst hoor van mantelzorgers.
“Het gaat wel.”
Na al die jaren weet ik dat ik die zin eigenlijk nooit meer letterlijk neem.
Niet omdat mantelzorgers jokken.
Maar omdat ze vaak zelf niet meer zien hoe zwaar hun leven is geworden.
Ik zie het in gesprekken. Ik lees het terug in de duizenden reacties onder onze berichten. En eerlijk gezegd heb ik het zelf ook meegemaakt.
Mantelzorg verandert je leven meestal niet van de ene op de andere dag.
Het gebeurt langzaam.
Bijna ongemerkt.
En misschien is dat wel het gevaarlijkste ervan.
Je merkt zelf als laatste hoe zwaar het is geworden
Niemand staat ’s morgens op en denkt:
“Vanaf vandaag geef ik mijn eigen leven stukje bij beetje op.”
Zo werkt mantelzorg niet.
Je begint met een boodschap.
Je rijdt een keer mee naar het ziekenhuis.
Je helpt met de administratie.
Je doet een wasje extra.
Je bent wat vaker bereikbaar.
Je blijft een nachtje slapen.
En dan nog een.
En nog een.
Iedere stap voelt logisch.
Iedere stap voelt tijdelijk.
Tot je op een dag beseft dat je leven volledig om de zorg is gaan draaien.
Niet door één grote beslissing.
Maar door honderden kleine beslissingen.
De kunst van het bagatelliseren
Wat me opvalt, is hoe goed mantelzorgers zijn geworden in het kleiner maken van hun eigen situatie.
“Ach, het valt wel mee.”
“Hij heeft het veel erger.”
“Er zijn mensen die veel zwaardere zorg hebben.”
“Ik doe gewoon wat nodig is.”
“We redden ons nog wel.”
“Ik klaag niet zo snel.”
Die zinnen hoor ik bijna dagelijks.
En misschien zijn ze ook wel nodig.
Want als je iedere dag volledig zou voelen hoeveel impact mantelzorg op je leven heeft, houd je het misschien niet vol.
Dus maak je het kleiner.
Niet voor anderen.
Maar voor jezelf.
Wanneer is moe eigenlijk normaal geworden?
Ik vraag mantelzorgers weleens:
“Wanneer heb je voor het laatst echt uitgeslapen?”
“Wanneer heb je voor het laatst een dag gehad waarop niemand iets van je nodig had?”
“Wanneer heb je voor het laatst gedacht: vandaag hoef ik nergens rekening mee te houden?”
Dan blijft het vaak stil.
Niet omdat ze het antwoord niet willen geven.
Maar omdat ze zich nauwelijks kunnen herinneren hoe dat voelde.
Ze zijn zo gewend geraakt aan voortdurend zorgen, plannen, regelen en alert zijn, dat het hun nieuwe normaal is geworden.
Je vergelijkt jezelf met gisteren
Dat vind ik misschien nog wel het meest bijzondere.
Mantelzorgers vergelijken hun leven bijna nooit met hoe het vroeger was.
Ze vergelijken vandaag met gisteren.
Als de nacht iets rustiger was dan gisteren…
…dan was het een goede nacht.
Als er deze week maar één ziekenhuisafspraak was…
…dan viel de week mee.
Als iemand een dag wat minder verward was…
…dan ging het eigenlijk best goed.
Maar zo schuift de grens steeds verder op.
En zonder dat je het merkt, accepteer je dingen die je een paar jaar geleden onvoorstelbaar had gevonden.
Daarom moeten we beter luisteren
Als een mantelzorger zegt:
“Het gaat wel.”
Dan is dat lang niet altijd een antwoord.
Soms is het een manier om door te kunnen.
Om niet stil te hoeven staan bij alles wat je bent kwijtgeraakt.
Om niet toe te hoeven geven dat je eigenlijk al veel te lang over je eigen grenzen bent gegaan.
En misschien moeten wij daarom stoppen met genoegen nemen met dat eerste antwoord.
Niet door meteen met oplossingen te komen.
Maar door oprecht geïnteresseerd te blijven.
“En hoe gaat het écht met je?”
Want achter “het gaat wel” schuilt verrassend vaak een heel ander verhaal.
Het is inderdaad zo en klopt helemaal. Een mantelzorger cijfert zich vaak helemaal weg ten koste van diegene waarvoor hij/zij zorgt. Maar dat doen ze uit pure liefde en jezelf “vergeten ” ….. ja dat is voor ons normaal.
tot het moment komt dat je denkt “en wat als mij nu opeens wat gebeurt en ik val weg”
Dan loop je tegen een gigantische muur aan en weet je niet hoe even verder. Je belt mailt naar een paar instanties en zegt dat het teveel wordt en vervolgens……………. niks.
En ja ik doe het met plezier en alle liefde voor mijn vrouw en voor mijn moeder, dubbel dus.