
“Gewoon” iets doen voor een ander?
Moeten we niet stoppen met het mantelzorg noemen?
Is het niet “gewoon” iets doen voor een ander?
Die reactie las ik onder een bericht van Marjolijn op LinkedIn over de verdiepende onderzoeken vanuit Mantelzorgelijk zelf. Deze reactie kwam van iemand die zichzelf een “vergrijzoloog” noemt. Een functietitel waarvan ik eerlijk gezegd eerst even dacht: bestaat dit echt? Maar misschien zegt dat meteen iets over deze tijd.
Rondom mantelzorg ontstaat inmiddels een complete wereld van experts, visies, onderzoeken, projecten en adviesstructuren.
Maar mantelzorgers zelf vragen nog steeds vooral om iets veel simpelers: dat de zorg niet volledig op hun schouders terechtkomt.
Mantelzorg blijft het nog voorlopig
Want nee, intensief mantelzorgen is niet “gewoon” iets doen voor een ander. Een boodschap meenemen voor je buurman is iets doen voor een ander. Een keer op de kinderen passen van een vriendin ook. Maar jarenlang structureel zorgen voor een kind, partner, of ouder omdat professionele zorg tekortschiet? Dat is iets totaal anders.
Dat betekent leven in voortdurende beschikbaarheid.
Altijd alert zijn.
Je agenda aanpassen.
Je werk aanpassen.
Je inkomen zien dalen.
Chronisch slaaptekort opbouwen.
Regelzaken overnemen.
Indicaties regelen.
Wachtenlijsten najagen.
Crisissen opvangen.
En ondertussen proberen mens te blijven…..
Vaak gebeurt dat niet vanuit een vrije keuze maar omdat er simpelweg niemand anders meer overblijft. En precies daar wringt iets in het maatschappelijke debat over mantelzorg.
Want opvallend genoeg zijn het vaak niet mantelzorgers zelf die de zwaarte relativeren.
Het zijn mensen aan de zijlijn. De professionals, adviseurs, onderzoekers en beleidsmakers die spreken over “omzien naar elkaar”, “zorgzame gemeenschappen” en “de kracht van informele zorg”.
Mooie termen, veilige termen ook…
Maar woorden kunnen soms vooral dienen om ongemakkelijke waarheden zachter te maken. Want achter die mooie taal schuilt een realiteit waarin steeds meer zorgtaken verschuiven naar gezinnen en families. Niet omdat mantelzorgers daar massaal bewust voor kiezen.
Maar omdat de professionele zorg vastloopt, uitgekleed raakt of simpelweg onvoldoende beschikbaar is.
Mantelzorg wordt daardoor vaak gebracht als iets warms en vanzelfsprekends. Bijna als een morele kwaliteit. Maar zelden gaat het gesprek over de prijs die ervoor betaald wordt.
Over relaties die onder druk komen te staan.
Over financiële schade.
Over gezondheidsproblemen.
Over mensen die jarenlang over hun eigen grenzen heen leven.
Over mantelzorgers die nog net niet uitvallen omdat het meevalt maar omdat uitvallen simpelweg geen optie lijkt.
Dat is ook precies wat wij terugzien in ons onderzoek.
Mantelzorgers vragen niet om nóg meer losse projecten, loketten of goedbedoelde initiatieven.
Ze vragen om daadwerkelijke verlichting.
Tijdelijke overname van zorg.
Minder regelstress.
Praktische hulp.
Financiële ruimte.
Rust.
Geen symbolische ondersteuning maar ondersteuning die helpt om het leven vol te houden.
En misschien moeten we daarom juist niet stoppen met het woord mantelzorg. Want zodra we intensieve zorg terugbrengen tot “gewoon” iets doen voor een ander, maken we onzichtbaar wat duizenden mensen dagelijks dragen. Dan verdwijnt niet alleen de belasting uit beeld, maar ook de maatschappelijke verantwoordelijkheid.
En dat is nou net wat wij nog niet willen!
Comments (0)