Dat moment dat ik weer alleen woonde

“De verhuizing naar het verpleeghuis begon niet op de dag dat mijn man zijn koffer meenam.

Er gingen maanden aan vooraf.

Gesprekken, formulieren en het indicatietraject. Steeds opnieuw vertellen wat thuis niet meer ging. Uitleggen hoeveel hulp hij nodig had. Hardop zeggen wat ik zo lang voor anderen en misschien ook voor mezelf verborgen had gehouden: dat ik het niet meer alleen kon.

Toen er een plek vrijkwam, ging alles ineens snel.

We bekeken zijn nieuwe kamer. Ik mat de muren op en bedacht welke spullen mee konden. Zijn eigen stoel, de kleine kast uit de slaapkamer en natuurlijk onze foto’s. Ik kocht nieuw beddengoed, schreef zijn naam in zijn kleding en probeerde van die onbekende kamer iets vertrouwds te maken.

We maakten kennis met de groep, met de andere bewoners en met zijn eerstverantwoordelijke verzorgende. Ik vertelde wat hij graag at, waarvan hij onrustig werd en hoe je aan hem kon merken dat hij pijn had.

Alle kleine dingen die ik na zoveel jaren zonder nadenken wist, moest ik nu aan anderen overdragen.

En toen kwam de dag van de definitieve verhuizing.

Ik had zijn tas voor de derde keer gecontroleerd. Broeken, overhemden, ondergoed en zijn scheerapparaat. Alsof er nog iets ontbrak wat ervoor kon zorgen dat hij zich daar thuis zou voelen.

In het verpleeghuis dronken we koffie. Medewerkers liepen in en uit. Iemand stelde voor hem mee te nemen naar de huiskamer. Alles was erop gericht de overgang zo rustig mogelijk te laten verlopen.

Voor hem.

Toen ik opstond, vroeg hij of ik ook meeging.

Ik zei dat ik naar huis ging en morgen weer terugkwam. Of hij begreep dat dit voortaan zijn huis was, weet ik niet.

Buiten bleef ik nog even bij de auto staan. Achter een van die ramen zat de man met wie ik meer dan veertig jaar had samengewoond.

Thuis draaide ik de sleutel in het slot.

Mijn eerste gedachte was dat ik zachtjes moest doen. Daarna besefte ik dat dat niet meer hoefde.

Zijn pantoffels stonden naast de bank. In de keuken stond zijn beker. Op tafel lag de krant die hij al maanden niet meer kon lezen, maar die ik iedere ochtend toch voor hem neerlegde.

En ineens was het stil.

Niet de stilte van iemand die even slaapt of een middag weg is. Dit was een stilte zonder verwachting.

Voor het eerst in jaren hoefde ik niet te luisteren of hij uit bed kwam. Geen medicijnen klaar te leggen. Niet te controleren waar hij was. Mijn lichaam hoefde niet meer voortdurend paraat te staan.

Naast het verdriet voelde ik opluchting.

En die opluchting voelde als verraad.

Die avond dekte ik uit gewoonte de tafel voor twee. Pas toen ik zijn bord wilde neerzetten, zag ik wat ik deed.

Hij was niet overleden. Ik hield niet minder van hem. En ik was ook niet ineens geen mantelzorger meer.

Maar vanaf die dag woonde de man voor wie ik al die jaren had gezorgd ergens anders.

En woonde ik tot mijn verdriet weer alleen. “

De Redactie van Mantelzorgelijk helpt mantelzorgers op elk mogelijk vlak. Wat kunnen we voor jou betekenen? Mail naar contact@mantelzorgelijk.nl

Comments (0)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top