Dat moment dat ik me een bezoeker voelde in mijn eigen huis

Om kwart over zeven hoorde ik de sleutel in de voordeur.

Ik lag nog in bed. Mijn man sliep naast me. Sinds de thuiszorg een sleutel uit het kastje bij de voordeur gebruikte, hoefde ik ’s morgens niet meer naar beneden om open te doen.

Dat was handig, hadden ze gezegd.

De medewerker riep vanuit de gang dat ze er was en liep naar boven. Even later ging de slaapkamerdeur open.

‘Goedemorgen!’

Ze deed het grote licht aan, opende de gordijnen en zette haar tas op mijn stoel. Daarna begon ze alles klaar te leggen voor de verzorging van mijn man.

Ik stapte uit bed en zocht mijn ochtendjas.

‘Kunt u misschien even ergens anders gaan zitten?’ vroeg ze vriendelijk. ‘Dan hebben wij wat meer ruimte.’

Wij.

Ik pakte mijn kleren en liep naar de badkamer. Daar lag al een stapel incontinentiemateriaal. Op de wastafel stonden handschoenen, washandjes en zalf. In de keuken hing een schema aan de koelkast. Op tafel lag de zorgmap waarin mensen die ik nauwelijks kende iedere dag schreven hoe het met mijn man ging.

Ons huis was langzaam veranderd.

De slaapkamer was een werkplek geworden. De badkamer een verzorgingsruimte. De keuken een plek voor medicatie en overdrachten. Zelfs op het toilet hing een briefje waarop werd bijgehouden wanneer hij voor het laatst ontlasting had gehad.

Alles was nodig.

Daarom had ik nergens iets van gezegd.

Ik was blij met iedere professional die binnenkwam. Zonder hen had ik het niet volgehouden. Maar met iedere sleutel die werd uitgedeeld, ieder schema dat werd opgehangen en iedere doos hulpmiddelen die werd bezorgd, verdween er iets van ons huis.

Onze privacy paste niet in het zorgplan.

Toen ik beneden kwam, zat er een medewerker aan onze eettafel te rapporteren. Ze vroeg of ze koffie mocht.

‘Natuurlijk,’ zei ik.

Ik zette koffie in mijn eigen keuken en wachtte tot zij klaar was op de stoel waarop ik normaal zelf zat.

Even later liep ze naar de voordeur.

‘Fijne dag in uw eigen huis,’ zei ze opgewekt.

Ze bedoelde het aardig.

Toch bleef die zin hangen.

Ik keek om me heen. Naar de zorgmap, de medicijndoos, de tillift in de hoek en het rooster op de koelkast. Daarna keek ik naar de sleutel die zij weer terugstopte in het kastje bij de voordeur.

Dat was het moment waarop ik me afvroeg wanneer ik precies een bezoeker was geworden.

Niet in een ziekenhuis. Niet in een verpleeghuis.

Maar in mijn eigen huis.

De Redactie van Mantelzorgelijk helpt mantelzorgers op elk mogelijk vlak. Wat kunnen we voor jou betekenen? Mail naar contact@mantelzorgelijk.nl

Comments (0)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top