skip to Main Content
Beers Wereld – Fotoalbum #autisme

Beers wereld – Fotoalbum #autisme

Als jongste van een gezin met 5 kinderen hobbelde ik rustig door mijn jeugd. Mijn fotoalbum was het dunst van alle kinderen omdat alle stapjes en ontwikkelingen al veelvuldig keer 4 waren genoteerd en doorgenomen.

Alleen de leukste en belangrijkste foto’s werden door mijn moeder netjes in 2 foto albums verdeeld tot ik een jaar of 16 was met soms een datum en een klein bijschrift met liefde gemaakt. In die tijd werden foto’s nog gewoon ontwikkelt en maakte je ze dus met zorg en bij speciale gelegenheden zoals vakanties en verjaardagen.

Ik genoot van de vrijheden die ik kreeg omdat mijn ouders al 4 keer hadden ervaren wat goed werkte in de opvoeding en wat minder goed.

Zo leerde ik snel mijn eigen verantwoordelijkheid te nemen en zocht ik weinig grenzen op. Ik respecteerde de vrijheid die ik kreeg.

Mijn vader was 20 jaar ouder dan mijn moeder en had achteraf gezien behoorlijk autistische trekken. Mijn moeders’ moeder stond er alleen voor en de vader van mijn moeder kwam en ging zoals het hem uitkwam. Zo leerde mijn moeder al snel dat het hebben van een gezin totaal haar eigen verantwoordelijkheid was en ze vond het gewoon als vader en moeder op te treden, ze gaf mijn vader zijn vrijheid zijn leven in harmonie en rust te leven. Ze heeft onbewust deze behoorlijke verantwoordelijkheid over gegeven aan mij, haar jongste dochter.

Ik hoorde laatst van iemand dat ik mijn moeder was en telkens zocht naar iemand zoals mijn vader in relaties.

Ik zocht dus blijkbaar naar iemand die ook afwezig was, kon gaan en staan waar hij wilde en weinig verantwoordelijkheid hoefde te nemen, ik nam die toch al voor beiden. Zo nam ik de enorme taak op me van het groot brengen van Beer en zijn zusje zonder in te zien dat ik daarin ook best wat meer hulp had kunnen verwachten.

Toen ik dat begon in te zien was het al te laat en werd ik ook nog met een enorm schuldgevoel opgezadeld.

En nieuwe relaties beginnen op een misplaatst schuldgevoel werken zelden tot nooit.

‘Zo krijg ik wat mij toekomt’, ‘je krijgt wat je aankan…’ dat lees of hoor ik soms van mensen die echt totaal niet weten wat het betekent om een zorgintensief kind te krijgen. Ze willen je soort van aanmoedigen en troosten met woorden die alleen nog meer schuld met zich meebrengen.

Deze week was Beer meer uit zijn doen dan anders. Donderdagavond was hij in zijn kamer aan het krijsen om iets wat ik echt niet wist. Ik merkte dat ik, moe als ik was, manieren aan het zoeken was hoe ik hem rustig kon krijgen. In mijn achterhoofd gonsde de woorden die ik vaak genoeg heb gehoord of gelezen dat Beer een spiegel van mij is en mijn emotie zijn emoties worden. Daar heb ik dus ook een verantwoordelijkheid in bedacht ik me tussen het gekrijs en gehuil van een Beer die totaal in paniek was, zichzelf tegen zijn hoofd slaand.

Ik was bang dat hij zijn nieuwe Ipad tegen de grond zou gooien en bedacht me dat ik die dus maar even snel weg moest halen. Nog meer paniek en woede volgde dus gaf ik de Ipad maar snel met een gevoel van onmacht en gelatenheid.

Ik voelde een enorm zwaar verdriet opzwellen in mijn borstkas en wilde dat hij weer oké was. Liever de herrie die hij produceert dan het harde gehuil.

Ik was bang dat de buren nu echt een keer gingen aanbellen zoals in al onze vorige huizen het geval was.

Ik voelde de verantwoordelijkheid toenemen naar Beer, zijn zusje, de spullen in het huis, de buren. En ik voelde ik me leeg.

In mijn bed liggend hoorde ik Beer in de kamer naast me nog een tijd huilen, afgewisseld met woorden om zichzelf rustig te maken.

Ik wilde ook huilen, zo voelde het. Maar het kwam niet. Er kwamen alleen pijnlijke realisaties boven van pijn en schuld. Dat ik bang was dat het zusje tekort zou komen. Dat ik niemand meer over heb die ik kan bellen om mij te helpen. Dat ik me zo ontzettend hard heb gemaakt dat ik geen hulp meer vraag maar die wel degelijk nodig heb.

Ik zag mijn lieve moeder voor me in haar laatste jaar in het verpleeghuis. Ik zag haar zitten in haar rolstoel, haar hoofd zwaar en door de parkinson haar handen gevormd tot vuisten waar ze allang niet meer zelfstandig haar vork mee kon vasthouden of haar schilderskwasten.

Ik vertelde over wat ik had meegemaakt die week met Beer en zijn zusje, de leuke dingen maar ook de verdrietige. Ze vertelde me hoe ze vond dat ik het zo goed allemaal alleen had gedaan. Hoe trots ze op me was en dat ze het zo verdrietig vond hoe zwaar mijn leven is geweest.

Ik vertelde haar dat dat zo was maar dat ik er altijd het beste van weet te maken. Dat ik trots op haar was en hoe kranig ze met haar nieuwe situatie in het verpleeghuis is omgegaan. Dat al haar kinderen bij haar stonden en haar hielpen. Dat ik van haar hield.

Ze vertelde dat ze zich ook vaak alleen had gevoeld en voor ze afgleed naar een diepe slaap, niet veel later dat jaar , kon ze nog net zeggen dat het haar grote wens was dat wij als haar kinderen bij elkaar zouden blijven.

Ze was die laatste dagen geen seconde alleen. Haar kinderen en kleinkinderen zijn bij haar geweest zoals we vroeger allemaal thuis aan tafel zaten de dag door te nemen. Telkens hield iemand haar hand vast. Haar beste vrienden kwamen haar gedag zeggen en ze was niet alleen.

“Je bent nooit meer alleen mama”, bedacht ik me terwijl naast mijn kamer de geluiden steeds rustiger werden van Beer.

Ik kan niet verantwoordelijk zijn voor zijn gevoel, voor zijn verdriet, bedacht ik me terwijl ik minder leeg en met een gevoel van hoop in slaap viel.

 

 

 

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
Teken de petitieOverheid, praat MET mantelzorgers en NIET OVER mantelzorgers
Tekenen
X