
2040: code zwart of balans in werk en mantelzorg?
De werelden van zorgwerk binnenshuis en betaald werk buitenshuis zijn voor veel werkenden gescheiden werelden. In de werkende wereld wordt in teamverband gewerkt, neem je beslissingen samen, krijg je feedback. In de zorgwereld thuis staan de meeste zorgers er alleen voor. Zeker, taken worden overgenomen door de formele zorg, maar van samenspel of afstemming is nog weinig sprake.
Het is 2023, het tekort aan arbeidskrachten, de dubbele vergrijzing, de beperking in groei van verpleeghuisplekken, de trage voortgang in het realiseren van vernieuwde woonvormen voor ouderen, zijn ontwikkelingen die we kunnen benutten als een kans om fundamenteel anders te kijken naar werk en zorg.
We moeten er allemaal aan geloven, het is niet zo zeer de vraag of je wordt uitgedaagd tot mantelzorgen, eerder wanneer dat gaat gebeuren. Over een aantal jaren, zo rond 2040 zorgen we allemaal voor een partner die een hersenbloeding heeft gehad, een ouder die dementeert of niet goed kan lopen, een kind dat beperkt is. Ouders zijn de nieuwe ‘kinderen’, een groep met een grote behoefte aan zorg. (Lynn Berger, Ik werk al, (ik krijg er alleen niet voor betaald) 2023). De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving onderkent dit en adviseert om de mantelzorger te gaan betalen (RVS, Met de stroom mee, 2023).
In 2040 zijn er meer zorg vragende ouderen door de vergrijzing en de stijging van de gemiddelde leeftijd. De geldpot voor zorgvoorzieningen is leger door de gekrompen (beroeps)bevolking. Het aantal zorgprofessionals staat daardoor onder druk. Daarbij komt dat er van de zorgprofessionals die er zijn, velen de voorkeur geven aan ziekenhuiszorg boven ouderenzorg. Voor 2030 wordt verwacht dat 20% van de beroepsbevolking in de zorg moet werken om de verwachte volumegroei te kunnen opvangen (CBS, CPB, RIVM). Na 2050 zou dit zo’n 30% zijn, en dit aandeel loopt op tot meer dan een derde in 2060.
Dat is onhaalbaar en onwenselijk, omdat het zou leiden tot grote personeelstekorten in andere (publieke) sectoren en het is ongunstig voor de samenleving en de economie (RVS, Met de stroom mee, 2023).
De signalen zijn er al: de zorgorganisatie die mijn vader wijkzorg biedt, stuurt ons een brief. Zij verwachten dat wij als naasten taken als douchen en aankleden, deze zomer zelf gaan oppakken. Verpleeghuizen verwachten dat mantelzorgers uren leveren voor koken, eten en leuke dingen doen met de bewoners. Door het personeelstekort kunnen zij de sociale zorg niet meer leveren. Mijn partner noemt de wijkzorg die hij ontvangt liefkozend ‘de wasserette’, ze vliegen in en uit, letten goed op hun tijd, en mij wordt gevraagd of ik mijnheer alvast kan ‘voorbereiden’.
Het essay van Lynn Berger inspireert tot een nieuw toekomstverhaal. Als zorg zou tellen als werk, is er veel mogelijk en kunnen we de zorgvragen aan.
Het is 2040, werkgevers en werknemers begrijpen dat buitenshuis werken alleen maar mogelijk is, als er ook gezorgd wordt thuis. Werken en zorgen zijn niet langer concurrerende werelden. Werkgevers beseffen dat werknemers meer focus hebben en productiever zijn wanneer het thuis goed geregeld is.
In onze werkdag besteden we 2 uur aan het zorgen voor onze naasten. Private en publieke werkgevers betalen zo direct aan het zorgwerk dat iedereen levert voor ouders, partners, kinderen en dat direct bijdraagt aan de productie door betaalde arbeid.
Achmea is al in 2021 overgegaan naar een standaard werkweek van 34 uur voor iedereen, met behoud van salaris. Iedere werknemer heeft zo 6 uur tijd voor mantelzorg of vrijwilligerswerk. Alleen zo erkennen we dat zorgwerk de samenleving draaiende houdt.
Als werknemer en zorger ervaar ik zo collectieve verantwoordelijkheid voor de zorg voor mijn partner.
In 2040 zijn nieuwe zorgconcepten ontstaan omdat netwerken van zorgers gezien worden als partners in de aanpak. Wanneer mensen het heft in eigen handen nemen, wordt hun kracht zichtbaar en ontstaan nieuwe hybride vormen van zorg, gebaseerd op het gewone leven en in de eigen omgeving.
De druk op organisaties om waarden-gericht te werken heeft effect gehad. Diensten zoals verbinden, interactie, aanmoedigen van verhalen, cultiveren van aandacht, present zijn en de uitnodiging aan familie- en buurtnetwerken om te participeren in de zorg worden belichaamd door professionals.
Zorgvragers zijn medeverantwoordelijk voor hun eigen leven, ook als ze (tijdelijk) in een instelling wonen. Zij willen zich thuis voelen en meebeslissen over welke zorg of ondersteuning past. Zij willen in verbinding staan met familie en buurtnetwerken. Dit wensbeeld geeft richting en is de meetlat voor alles wat er gebeurt in wijken en instellingen.
Ouderen van nu willen ondersteuning in de thuissituatie en meer diversiteit in huisvesting. Naast het renoveren van zorgvastgoed en er eventueel een nieuwe bestemming aan geven of het geschikt maken van bestaande woningen voor mensen met beperkingen, is ook de leefomgeving belangrijk. Voorzieningen in de buurt, de bereikbaarheid daarvan, veiligheid en de mogelijkheid tot sociale ontmoeting, dragen bij aan kwalitatieve zorg. Een vitale leefomgeving vergroot de zelfstandigheid en beperkt vereenzaming.
ik ben al jaren overbelast, dus krijg ik lichamelijke klachten. 37 jaar voor mijn broer met een verstandelijke beperking gezorgd + voor mijn dementerende man, broer is 4 dec. j.l. overleden helaas, dus nog nog de flinke zorg voor mijn dementerende man, doe ik ook met liefde. Wanneer kom ik nu eens aan mezelf toe, ben 72 jaar en strakd is mijn leven alleen maar zorgen voor…geweest en NIET betaald.
Prachtig geschreven Anke en een mooi en urgent pleidooi om actie ondernemen!