Ziekenhuis in, ziekenhuis uit..

Nog amper bijgekomen van de vorige ziekenhuisopname, krijg ik vrijdagochtend bericht dat mijn echtgenoot opnieuw opgenomen wordt, vanwege zijn verstoorde vochtbalans.

Dit is dus de tweede keer naar een ziekenhuis, binnen één week.

Ik pak mijn fiets en arriveer aldaar, even na aankomst van de ambulance.

Nu wordt er een röntgenfoto gemaakt van zijn longen, en daaruit blijkt een flinke longontsteking.

Ook is er nog steeds sprake van een natriumtekort.

Hij krijgt een infuus om vocht plus “zout” weer op peil te brengen.

Op vrijdagen is het standaard druk op de spoedpost, doordat dan alle “twijfelgevallen” ook doorgestuurd worden door de huisartsen.

Pas een paar uur later, als ook alle uitslagen bekend zijn, wordt hij naar een afdeling gebracht.

Het weekend blijft hij sowieso in het ziekenhuis.

Noodgedwongen liggend in bed, want zijn rolstoel is in de zorginstelling achtergebleven, en pas op maandag kan de ziekenhuisafdeling iets regelen.

Zondag verneem ik dat hij langer in het ziekenhuis moet blijven vanwege zijn misselijkheid en braken, wat een bijwerking blijkt te zijn van de antibiotica.

Maandag wordt zijn eigen rolstoel gebracht vanuit de zorginstelling, met op mijn verzoek ook wat extra kleding voor hem.

Dinsdag komt de fysiotherapeut bij hem kijken, en dan volgt waarschijnlijk snel ontslag, wordt mij verteld.

Dat valt toch even tegen, want zijn vochtbalans is nog steeds niet voldoende in balans.

Ik krijg een telefoontje van een zorgmedewerker uit de zorginstelling die bij hem langs wil gaan, want hij wordt daar toch wel gemist.

Nou, dat vind ik erg leuk, en dat zeg ik ook.

De medewerker vraagt of mijn eega nog wat spullen nodig heeft (nu hij langer moet blijven), en ik noem één en ander op; op dat moment nog onwetend van het feit dat hij de volgende dag ontslag zal krijgen.

Het is de enige dag dat ik al een andere afspraak had en zelf niet op bezoek kon gaan, dus ik ben blij dat de zorgmedewerker langsgaat, en ‘s avonds krijgt hij nog bezoek van zijn oud collega en diens vrouw.

Mijn eega belt mij op met zijn eigen telefoon, die hij van de zorgmedewerker had gekregen, en hij is helemaal ontroerd door diens bezoek.

Zo lig je in het ziekenhuis, en zo vlieg je er weer uit (als alles goed genoeg gaat), en donderdagochtend krijg ik bericht dat hij er “nu” uit mag, en ze gaan een taxi regelen.

Ik zou toch al bij hem langsgaan, en vanwege de extra bagage die hij nu heeft, lijkt het mij verstandig om er op tijd te zijn, zodat ik zeker weet dat al zijn spullen ook meegaan.

Tussen het telefoontje met de melding van zijn ontslag en de tijd dat de taxi voor zal rijden, zit anderhalf uur, en dat betekent dat ik snel iets “moet” eten en dan als een speer naar het ziekenhuis moet gaan.

Ik had gedacht dat mijn eega “reisklaar” zou zijn, en hij heeft inderdaad een jas aan, maar geen sokken, die ik nog even snel bij hem aantrek, en zijn spullen moet ik toch zelf verzamelen, dus dat is wel even “druk druk” voor vertrek.

Mijn eega is slechts bezorgd over de ballon die de zorgmedewerker voor hem had meegenomen, want die moest wel mee terug. Ik kijk de kamer even rond, zie inderdaad de ballon op een stokje ergens “weggestoken”, en ik steek hem nu achterop de rolstoel. Die gaat meeliften, terug naar de zorginstelling.

Bepakt en bezakt rijd ik de rolstoel richting de lift naar beneden.

Een betrokken medewerker die we tegenkomen op de gang, houdt deuren voor ons open en vraagt meewarig of ik geen hulp kreeg van de afdeling..

Een beetje spottend zeg ik dat ik blijkbaar zelf de hulp ben..

Gelukkig zijn we op tijd voor de taxi, en ik fiets er achteraan.

De ontvangst in de zorginstelling is allerhartelijkst; ze zijn blij dat hij er weer is.

Ik denk dat mijn eega de zorginstelling nu ook wel wat meer waardeert, na de hectische ziekenhuisperiodes.

Het is niet “thuis”, maar wel een plek waar hij zich thuis kan voelen..

Hij is nog niet terug op zijn “oude” niveau qua gezondheid, daar zal nog wel wat tijd voor nodig zijn, maar hij is hier toch weer doorheen gerold, terwijl “iedereen”, inclusief hij zelf, daar niet helemaal gerust op was.

Zijn vader was maar 67 geworden, zei mijn eega, en hij wordt in december 66…

Hij had e’m best wel geknepen….

 

Mayke de Vries is na een carrière in de zorgsector nu vooral mantelzorger voor haar partner, die helaas na een grote hersenbloeding in oktober 2019 in een zorginstelling kwam te wonen. Zij schrijft op Mantelzorgelijk over de veranderingen in hun leven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top