We noemen het mantelzorg. Maar is het dat nog wel?

Woorden doen ertoe.

Ze bepalen hoe we naar een probleem kijken. En soms zorgen ze er juist voor dat we een probleem niet meer zien.

Neem het woord mantelzorg.

Het klinkt warm. Liefdevol. Vrijwillig. Alsof je af en toe even bijspringt voor iemand die je dierbaar is. Een boodschap doen. Een keer meegaan naar het ziekenhuis. Een maaltijd koken.

Maar is dat nog wel waar we het tegenwoordig over hebben?

Want laten we eerlijk zijn.

Een partner die iedere nacht meerdere keren uit bed moet om iemand te helpen, is niet “een beetje aan het zorgen”.

Een dochter die wekelijks uren kwijt is aan zorgverzekeraars, gemeenten, indicaties en bezwaarprocedures, is niet “een handje aan het helpen”.

Een zoon die medicijnen beheert, wondzorg verleent, afspraken plant, vervoer organiseert en contact onderhoudt met vijf verschillende zorgverleners, doet veel meer dan af en toe iets voor zijn ouder.

Waarom noemen we dat nog mantelzorg?

Want als iemand deze taken acht uur per dag in loondienst uitvoert, noemen we het gewoon werk.

Alleen zodra een familielid precies dezelfde taken doet, veranderen we ineens het woord.

Dan heet het liefde.

Dan heet het betrokkenheid.

Dan heet het mantelzorg.

En precies daar begint het ongemak.

Want liefde verandert niets aan de aard van het werk.

Zorg blijft zorg.

Administratie blijft administratie.

Coördinatie blijft coördinatie.

Nachtdiensten blijven nachtdiensten.

Het enige verschil is dat er geen salaris tegenover staat.

Geen cao.

Geen pensioen.

Geen vervanging bij ziekte.

Geen recht om aan het einde van de dag de deur achter je dicht te trekken.

Sterker nog: je kunt meestal niet eens ontslag nemen.

Ondertussen is onze samenleving steeds afhankelijker geworden van deze onbetaalde inzet.

Wanneer de thuiszorg minder tijd heeft, springt familie bij.

Wanneer de wachtlijst oploopt, vangt familie de tussenliggende maanden op.

Wanneer personeel uitvalt, gaat de zorg thuis gewoon door.

Niet omdat familie daarvoor gekozen heeft.

Maar omdat er simpelweg niemand anders is.

We spreken vaak vol bewondering over de maatschappelijke waarde van mantelzorg. Tientallen miljarden euro’s per jaar, zo laten verschillende berekeningen zien.

Dat bedrag wordt meestal gebruikt om waardering uit te spreken.

Misschien moeten we het juist zien als een alarmsignaal.

Want wat zegt het over onze samenleving als zij alleen nog kan functioneren dankzij tientallen miljarden euro’s aan onbetaalde arbeid?

Dat is geen compliment aan mantelzorgers.

Dat is een spiegel voor ons allemaal.

Natuurlijk willen mensen zorgen voor iemand van wie ze houden.

Dat is niet het probleem.

Het probleem ontstaat wanneer liefde een argument wordt om steeds meer professionele zorg naar de keukentafel te verplaatsen.

Wanneer ‘u bent de naaste’ langzaam verandert in ‘u bent verantwoordelijk’.

Wanneer zorgen geen keuze meer is, maar een verwachting.

Misschien is het daarom tijd om eerlijker te worden over wat mantelzorg tegenwoordig vaak is.

Niet alleen een uiting van liefde.

Maar ook structurele arbeid.

Arbeid die onze zorg overeind houdt.

Arbeid waar onze economie op leunt.

Arbeid die onzichtbaar blijft, juist omdat we haar blijven verpakken in een woord dat warm klinkt.

Misschien moeten we daarom ophouden met alleen praten over de waardering voor mantelzorg.

De echte vraag is een andere.

Hoeveel onbetaalde arbeid mag een samenleving eigenlijk van familie verwachten voordat we stoppen het mantelzorg te noemen en erkennen dat we een fundamenteel probleem hebben gecreëerd?

Avatar foto

Marjolijn Bruurs is sociaal ondernemer, voorzitter van Stichting Mantelzorgelijk en initiatiefnemer van Mantelzorgelijk.nl. Als ervaringsdeskundige en mantelzorgactivist maakt zij zichtbaar waar beleid en praktijk uit elkaar lopen en wat dat betekent voor mantelzorgers. Ze zet zich in voor structurele verandering, spreekt zich uit waar systemen tekortschieten en pleit voor beleid waarin de grenzen, bestaanszekerheid en stem van mantelzorgers daadwerkelijk leidend zijn.

Comments (1)

  1. Ik heb ruzie met elke instabtie omdat ik weiger te mantelzorgen voor mijn moeder. Ik kan het niet aan. Maar elke keer wordt er gezegd dat het mijn verantwoordelijkheid is. Ik blijf weigeren. Dan maar niet geliefd. Ik kan het niet

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top