Wat als de mantelzorger al mantelzorgt?

Ik lees hier, en ook elders, op internet, in de krant, veel artikelen over de toenemende druk op ‘de omgeving’ om te gaan mantelzorgen, thuis, in het verpleeghuis, in het ziekenhuis. Overal is sprake van een personeelstekort. Iedereen kijkt een soort van automatisch naar familie, vrienden, buren en bekenden om dat gat op te vullen. Het abnormale lijkt in de publieke opinie, aangevoerd door overheid en zorginstanties, al bijna normaal te worden. “Zo lang mogelijk thuis met zorg” al bijna verworden tot een “zo lang mogelijk thuis met inzet van iedereen uit je al dan niet directe omgeving”.
Van de week las ik ‘groot’ nieuwe over het St Antoniusziekenhuis in Nieuwegein. Misschien herinneren jullie het je nog, dat is het ziekenhuis dat 2 jaar geleden een proef begon met de inzet van mantelzorgers voor hulp bij douchen, eten, oefenen, en kleine verpleegtechnische handelingen. Op 24 juni verscheen er een nieuw persbericht van dit ziekenhuis: “we doen het anders, we doen het samen”. Een mooi epistel om aan te geven hoe succesvol deze proef was. Blij schreeuwde men van de daken dat patiënten en naasten in het hele ziekenhuis een actieve rol krijgen. Na twee jaar proefdraaien is de nieuwe werkwijze nu op alle verpleegafdelingen doorgevoerd. De nieuwe werkwijze is één van de manieren waarop het St. Antonius werkt aan het opvangen van de stijgende zorgvraag en het beperken van de werkdruk van verpleegkundigen en bestaat uit drie onderdelen: patiënt- en naastenparticipatie, digitale ondersteuning en herverdeling van taken en rollen.
Verpleegkundigen nemen voortaan niet meer automatisch alle verzorgingstaken op zich. Ze stimuleren patiënt en naaste om bepaalde eenvoudige zorgtaken zelf te doen. Bijvoorbeeld in de dagelijkse lichamelijke verzorging of bij het nuttigen van maaltijden. Er staat nog net – bijna in kleine lettertjes – dat dit niet verplicht is. Nee, nu nog niet, denk ik er dan achteraan. Maar hoe zit dat over 2 jaar? En wat doen andere zorginstellingen? En wat doet de thuiszorg? Volgen die dit “goede” voorbeeld ook? Ik weet bijna zeker dat het antwoord op deze vragen “ja” zal zijn. De wereld verandert. Sneller dan ik het kan bedenken. Sneller ook dan mij lief is. En de mantelzorger….. zal nog veel vaker dan nu het geval is, is afvoerputje van de zorg zijn. Maar dan verpakt in mooie marketingwoorden. Voor mij zijn dit soort ontwikkelingen dan ook slechts het begin van een toekomst waar ik als mantelzorger niet aan wil denken. Sterker nog, ik durf er niet aan te denken.
Ik ben namelijk al mantelzorger, in de thuissituatie, van manlief die aan een groot herseninfarct niet aangeboren hersenletsel heeft overgehouden. Daarnaast ben ik fulltime HR Manager, zorg ik voor ons gezinsinkomen, en ben ik thuis manager – en manusje – van alles.
En daar hoor ik eigenlijk nooit iemand over. Over al die ‘naasten’ die net als ik al mantelzorger zijn. Die nu al te veel ballen hoog moeten houden, op hun tenen lopen, overbelast zijn. Voor de zorg ben ik echter simpelweg een ‘naaste’ waar te pas en te onpas een beroep op gedaan kan worden. Een ‘naaste’ die kan mantelzorgen en die met het grootste gemak de gaten in de zorg dicht kan lopen.
Maar hoe dan? En wanneer dan? Want mijn werk en de mantelzorg thuis gaan ook gewoon door. Of moet ik dan maar minder gaan werken? Om onbetaald in een ziekenhuis te gaan mantelzorgen? En daarmee thuis de boel in laten storten omdat een deel van ons gezinsinkomen dan wegvalt?
Daar zouden politiek en zorgbestuurders ook eens wat vaker over na mogen, nee moeten, denken. Dat de groep ‘naasten’ die kan mantelzorgen niet onuitputtelijk is. Dat een groot deel van hen al mantelzorger is. Niet voor degen die in jouw ziekenhuis wordt opgenomen. Niet voor degene die naar jouw verpleeghuis verhuist. Maar voor iemand anders, een partner, een kind, of misschien wel een (schoon)ouder.

Ellen werkt als HR Manager en geeft groepsles op de sportschool. Op 3 december 2016 kreeg haar echtgenoot Henk op 53-jarige leeftijd vanuit het niets een zwaar herseninfarct. Sinds die dag is zij zijn mantelzorger en zoekt zij naar de beste behandeling, naar nieuwe paden die kunnen bijdragen aan herstel en naar antwoorden op haar vele vragen. Met haar blogs over de wondere wereld van NAH wil zij meer bekendheid geven aan de impact van NAH. Op Mantelzorgelijk deelt zij verhalen uit haar leven met een partner met NAH.

Comments (2)

  1. Hoi Ellen,

    Een goed verhelderende blog heb je opnieuw geschreven.

    Achttien jaar geleden in de palliatieve fase van mijn dierbare vader met een oncologisch ziektebeeld, hielp ik mijn moeder dagelijks volop mee, omdat zij er onder door dreigde te gaan. Dit deed ik graag,
    Collega-wijkverpleegkundigen uit onze woonplaats verzorgden mijn vader driemaal daags, en ik eenmaal daags. Vaak stond ik ’s avonds rond 23.30 uur nog de was van mijn ouders en die van ons op te hangen. Ik was toen nog een stuk jonger en lichamelijke slijtage speelde nog niet.
    Omdat ik in een ander gebied vier dagen mét overuren als wijkverpleegkundige en docent werkte, en een gezin met een dochter in de pubertijd draaiende probeerde te houden, heb ik al snel acht formele uren van mijn baan ingeleverd. Dat kon ik doen, omdat mijn man een volledige goed betaalde baan als leraar had.
    Heel goed realiseer ik me dat ik heden ten dage zelfs meer formele werkuren zou moeten inleveren om aan zelfzorg toe te komen. Frappant blijft het dat anno 2025 vooral dochters of, zoals in jouw situatie, vrouwelijke partners hoogstwaarschijnlijk toch uren gaan inleveren als de zorgzwaarte van hun dierbare toeneemt.

    Op basis van werk- en privé-ervaring weet ik dat mannen ‘sneller’ met hun handen in het haar zitten in de zorg voor hun dierbare. Dit komt mede door hun werkgever of het is hun eigen keuze, of soms is de oorzaak hun eigen ‘onkunde’ in het huishouden. Een verhuizing naar een woon-zorgcentrum of verpleeghuis wordt dan sneller bewerkstelligd.
    Ik generaliseer niet. Tijdens mijn lezingen, onder meer voor (overbelaste) mantelzorgers, hoor ik helaas té vaak waar met name vrouwen tegenaan lopen …
    Als deze vrouwen eenmaal gepensioneerd zijn, zijn zij vaak op basis van hun leeftijd niet meer in staat om alle ballen in de lucht te houden, spagaten te leggen, en gaat hun lichamelijk en geestelijk herstel veel langzamer. Krijgen zij hier van zorgverzekeraars en managers in de zorg de tijd voor?!

  2. Of mensen die al voor verschillende mensen mantelzorger zijn naast werk, kinderen, huishouden en andere verplichtingen. Laat staan als de mantelzorger gezondheidsklachten krijgt, wie ga je dan nig wel mantelzorgen en wie krijgt dan dus geen zorg meer?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top