Wakker liggen door gedoe bij mijn gemeente

Ik ben mantelzorger. Niet omdat ik ervoor koos, maar omdat het leven me die rol gaf toen mijn partner drie jaar geleden ziek werd. Wat begon als een paar uur per dag helpen, groeide uit tot een fulltime taak. Ik dacht dat de gemeente me zou steunen via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), maar in plaats daarvan werd het een strijd tegen bureaucratie en onbegrip.

De eerste aanvraag

Toen mijn partner niet meer zelfstandig kon douchen, vroegen we een douchestoel en wat extra hulp aan via de Wmo. Ik belde de gemeente, vulde formulieren in en wachtte. En wachtte. Na zes weken kreeg ik een telefoontje: er moest eerst een ‘keukentafelgesprek’ komen. Prima, dacht ik, laten we dat doen. Maar de afspraak werd twee keer verzet omdat de consulent ziek was. Ondertussen stond ik elke dag te hannesen met een krakkemikkige oplossing, bang dat mijn partner zou vallen.

Eindelijk kwam de consulent. Een aardige vrouw, dat wel, maar ze leek vooral gefocust op wat we zélf konden oplossen. “Heeft u geen familie die kan helpen?” vroeg ze. Alsof ik dat niet allang had geprobeerd. Na een uur praten kregen we te horen dat we “in principe” recht hadden op hulp, maar dat het nog goedgekeurd moest worden. Weer wachten.

De afwijzing

Twee weken later kwam de brief: onze aanvraag was afgewezen. Reden? “Onvoldoende aangetoond dat er geen eigen oplossing mogelijk is.” Ik was woest. Wat bedoelden ze met ‘eigen oplossing’? Dat ik mijn partner maar moest laten vallen onder de douche? Ik belde de gemeente, maar kreeg een standaard antwoord: “U kunt bezwaar indienen.” Dat deden we. Weer formulieren, weer wachten. Intussen kocht ik zelf een tweedehands douchestoel, want we konden niet anders.

Na zes weken bezwaarprocedure kregen we eindelijk goedkeuring. Maar de vreugde was van korte duur. De hulp die werd toegekend – een uur per week – was een druppel op een gloeiende plaat. Mijn partner heeft meer nodig, en ik ook. Ik trek het amper nog.

Regels boven mensen

Wat me het meest frustreert, is dat de Wmo-regelgeving zo star voelt. Elke gemeente mag het op haar eigen manier invullen, en in mijn gemeente lijkt het alsof ze vooral willen besparen. De consulenten doen hun best, maar ze zitten vast in een systeem dat regels boven mensen stelt. Ik hoor van andere mantelzorgers dat het elders beter geregeld is – waarom hier niet?

Ik wil niet zeuren. Ik doe dit uit liefde. Maar soms voelt het alsof ik niet alleen voor mijn partner zorg, maar ook tegen een muur van bureaucratie vecht. De Wmo zou ons moeten helpen, niet uitputten. Ik hoop dat iemand dit leest en denkt: dit kan anders. Want dat kan het. Dat móét het.

Groet,
Een oververmoeide mantelzorger

De Redactie van Mantelzorgelijk helpt mantelzorgers op elk mogelijk vlak. Wat kunnen we voor jou betekenen? Mail naar contact@mantelzorgelijk.nl

Comments (1)

  1. Wij hebben zelf thuiszorg (gat voor mijn man. Ook is mijn man bekend bij een ergotherapeut en een fysiotherapeut. Vaak gaat de aanvraag wel beter en sneller als het via een van die partijen aan wordt gevraagd.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top