
Vrijwilliger of Mantelzorger?
De Volkskrant gelezen over de ‘opzienbarende conclusies’ van Rudi Westendorp? De cijfers over mantelzorg zouden bewust gedramatiseerd worden omdat mensen hoge leeftijd zwart maken. Volgens Westendorp zijn mensen onwetend en daardoor negatief. (klik hier voor het artikel)
De angel zit in de definiëring van een mantelzorger. Het lijkt er op dat Westendorp zijn definities niet op orde heeft.
Er zijn in mijn directe woonomgeving allerlei zorgzame mensen; een jonge buurman die zich aanbiedt, de buurvrouw met wie ik ervaringen deel, een oudere buurman met wie we gezellig lunchen, een vriendin die mijn partner een middag per week gezelschap houdt. Veel lieve buren en vrienden, maar geen mantelzorgers.
Mijn zorgzame buurtje is essentieel en verrijkend, maar valt meer onder noaberschap dan onder mantelzorg.
Westendorp gooit vrijwilligers en mantelzorgers op één hoop, elke buur met een pan soep is een mantelzorger in zijn optimistische visie. Zo komt mijn partner ook tot 14,5 potentiële mantelzorgers in zijn omgeving. De werkelijkheid is dat het gemiddelde aantal mantelzorgers per 55+’er, 2 is. Het grote verschil is dat een vrijwilliger in de gedaante van een buurman of vriend kan zeggen, ‘ik kan morgen niet komen, ik ben een weekend naar de Ardennen’.
Westendorp bagatelliseert wanneer hij zegt: ‘Één op de tien, is dat nou veel? Hoeveel procent van de jonge ouders vindt het hebben van jonge kinderen heel zwaar?’ De vergelijking met het opvoeden van jonge kinderen is ongepast.
Opvoeden is ongetwijfeld een zware opgave. Het pijnlijke van moederschap kan zijn dat vrouwen er bewust voor kiezen en dan aanlopen tegen teleurstelling en eenzaamheid. Voor mijn rol als verzorger heb ik niet gekozen maar ik voel me wel verantwoordelijk. Het lastige van moederschap in Nederland is dat de samenleving niet ingericht is op steun, er is onvoldoende verlof, vaders doen niet mee, kinderopvang is vormgegeven als een commerciële dienst.
Kinderen voed je op naar zelfstandigheid en autonomie. Een dementerende partner of ouder begeleid je in afscheid nemen van het leven. De overweldigende ervaring van rouw en verlies maakt het zwaar. Mantelzorgers lijden niet aan wat weg is, maar aan wat er is, elke dag weer. De zorgsituatie dwingt tot het herschrijven van hun verhaal over het leven waarin zij ambities hadden over een loopbaan, of dromen over samen oud worden.
Metaforen van opsluiting helpen om tot begrip te komen van een ervaring die ingrijpend en ten diepste verwarrend is. Mantelzorgers voelen zich vaak in gevangenschap of quarantaine zitten.
Trouwens, het Volkskrant artikel had ook prima over de verhouding docent-student kunnen gaan.
Ik heb het artikel vol verwondering gelezen en vervolgens sloeg ik stijl achterover. Ik ben mantelzorger voor onze jongste zoon, 14. Normaal zou hij nu redelijk zelfstandig zijn weg ingaan, dat kan dus niet. Elke dag ben je, in je hoofd, bezig met zorg en ben je zorgelijk. Je hebt geen moment rust, die komt er ook niet. Mijn kind kan wellicht deels zelfstandig worden maar helemaal… Niet zoals de oudste, zoals ouders steeds meer een beetje hun kind los kunnen laten in een normale situatie. Meneer de professor mag wel eens een weekje meelopen. En “mantelzorg” van buren, kennissen of vrienden, dat is geen mantelzorg, dat is idd noaberschap en zeer zeldzaam in ons geval. Ik klaag niet hoor, wij als gezin doen het goed, hebben ook hele bijzondere mooie momenten maar zwaar is het zeker.