
Samen mantelzorgen: mooi in theorie, weerbarstig in de praktijk
“Je hoeft het niet alleen te doen.”
Het is een zin die mantelzorgers vaak horen. Van zorgprofessionals, beleidsmakers, gemeenten en welzijnsorganisaties. De oplossing voor de groeiende druk op mantelzorg zou liggen in het beter verdelen van zorgtaken. Familieleden, vrienden, buren en kennissen zouden samen verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de zorg.
Op papier klinkt dat logisch.
In de praktijk blijkt het vaak een stuk ingewikkelder.
Recent onderzoek van Movisie laat zien dat samen mantelzorgen niet alleen voordelen kent, maar ook spanningen, conflicten en extra belasting met zich mee kan brengen. Dat zal veel mantelzorgers bekend voorkomen.
De werkelijkheid achter de keukentafel
In beleidsstukken wordt vaak gesproken over “het sociale netwerk”. Alsof er rondom iedere zorgvrager een groep mensen klaarstaat om taken op te pakken.
De werkelijkheid ziet er vaak anders uit.
De ene dochter woont om de hoek, de andere aan de andere kant van het land. Een zoon werkt fulltime. Een buurvrouw helpt af en toe. Een vriend belt eens per week. Iedereen heeft zijn eigen mogelijkheden, grenzen en opvattingen over wat goede zorg is.
Juist daar ontstaan regelmatig spanningen.
Wie doet wat?
Wie beslist?
Wie bepaalt wat goed is voor vader, moeder of partner?
En misschien nog belangrijker: wie draagt uiteindelijk de verantwoordelijkheid als er iets misgaat?
“Mijn broer komt alleen op bezoek”
Veel mantelzorgers herkennen de frustratie.
De ene persoon organiseert de afspraken, regelt de administratie, houdt contact met artsen, doet de boodschappen, gaat mee naar het ziekenhuis en staat ’s nachts op als er iets gebeurt.
Een ander familielid komt één keer per week langs voor koffie en vindt vervolgens dat er best wat minder zorg nodig is.
Dat leidt niet zelden tot onbegrip.
Niet omdat familieleden slechte bedoelingen hebben, maar omdat zij een totaal ander beeld hebben van de dagelijkse werkelijkheid.
Wie niet dagelijks aanwezig is, ziet vaak niet hoe zwaar de zorg werkelijk is.
Meer mensen betekent niet automatisch minder belasting
Een opvallende conclusie uit het onderzoek is dat het delen van zorg niet automatisch leidt tot minder belasting.
Soms levert het zelfs extra werk op.
Taken moeten worden afgestemd. Informatie moet worden gedeeld. Misverstanden moeten worden opgelost. Meningen verschillen. Besluiten worden uitgesteld omdat iedereen iets anders vindt.
De mantelzorger die het meeste doet, wordt daardoor vaak ook de coördinator van alle hulp.
En dat kost tijd, energie en geduld.
Liefde en schuldgevoel
Onder veel conflicten ligt vaak iets anders verborgen.
Liefde.
Verdriet.
Schuldgevoel.
Angst.
Kinderen die het gevoel hebben tekort te schieten. Partners die moeite hebben om hulp toe te laten. Familieleden die verschillend omgaan met ziekte, achteruitgang of naderend verlies.
Wie ooit heeft meegemaakt dat een ouder dementie krijgt of een partner ernstig ziek wordt, weet dat zorg nooit alleen praktisch is.
Zorg raakt relaties.
En waar relaties onder druk staan, ontstaan soms conflicten.
Niet iedereen heeft een netwerk
Wat in veel discussies over samen mantelzorgen nog te weinig wordt benoemd, is dat lang niet iedereen kan terugvallen op familie of vrienden.
Er zijn mantelzorgers die alles alleen doen.
Mensen zonder kinderen.
Ouders van zorgintensieve kinderen die nauwelijks ondersteuning krijgen.
Partners die dag en nacht zorgen omdat er niemand anders beschikbaar is.
Voor hen voelt de boodschap “deel de zorg” soms vooral als een pijnlijke herinnering aan wat er niet is.
Een eerlijker gesprek
Dat betekent niet dat samen mantelzorgen onmogelijk is.
Integendeel.
Veel mantelzorgers ervaren juist steun wanneer familieleden, vrienden of buren daadwerkelijk meedenken en meedoen.
Maar dan moeten we wel stoppen met doen alsof het vanzelf gaat.
Samen mantelzorgen vraagt communicatie. Afstemming. Wederzijds begrip. En soms professionele ondersteuning om verwachtingen bespreekbaar te maken.
Misschien moeten we daarom een eerlijker gesprek voeren.
Niet alleen over hoe mantelzorgers meer hulp kunnen vragen.
Maar ook over hoe ingewikkeld het kan zijn om zorg werkelijk samen te dragen.
Want mantelzorg is geen rekensom waarbij vijf helpers automatisch zorgen voor vijf keer minder belasting.
Soms brengt samen zorgen verbinding.
Soms brengt het spanningen.
En soms blijkt dat degene die de meeste zorg verleent, uiteindelijk toch weer alleen achterblijft met de verantwoordelijkheid.
Dat is misschien wel de meest ongemakkelijke waarheid achter het ideaal van samen mantelzorgen.
broer doet niets en komt nauwelijks lang bij moeders, zus (in buitenland) doet ook niets. broer speelt mooi weer zodat zus denkt dat broer regelmatig langskomt bij moeders. als moeders in ziekehuis moet ,dan doet broer alshof hij erg betrokken is en wil beslissen over dagelijkse zaken die allang geregeld zijn, doet hij alles goede zoon is die veel doet, zus is hier al in gevlogen. brore en zus zijn boos als ik er iets van zeg.
recent leuke baan laten schieten omdat ik geen tijd ervoor heb, terwijl broer en zus wel werken en leuke dingen doen, niets doen en mij gewoon voor alles laten opdraaien.