Is er een verband tussen zorgen voor en langer leven?

Oudere mensen die anderen helpen en begeleiden doen zichzelf ook een gunst. Een internationaal onderzoeksteam heeft geconstateerd dat grootouders die voor hun kleinkinderen zorgen gemiddeld langer leven dan grootouders die dat niet doen. De onderzoekers bestudeerden overlevingsanalyses van meer dan 500 mensen die tussen de 70 en 103 jaar oud zijn, gebaseerd op gegevens van het Berlin Aging onderzoek, dat tussen 1990 en 2009 werd uitgevoerd.

In tegenstelling tot eerdere onderzoeken lieten de onderzoekers de grootouders die primaire verzorgers zijn of de voogdij over de kinderen hebben buiten beschouwing. In plaats daarvan vergeleken ze grootouders die af en toe voor kinderen zorgen met grootouders die nooit voor kinderen zorgen, maar ook met volwassenen die geen kinderen of kleinkinderen hebben maar voor anderen binnen hun sociale netwerk zorgen.

Het resultaat van hun analyses toont aan dat dit soort zorg een positief effect op de sterfelijkheid van de mantelzorgers kan hebben. De helft van de grootouders die voor hun kleinkinderen zorgden was tien jaar na het eerste interview in 1990 nog steeds in leven. Daartegenover stierf ongeveer de helft van de mensen die niet betrokken waren bij het helpen of zorgen voor anderen binnen vijf jaar.

De onderzoekers konden ook aantonen dat dit positieve effect van mantelzorg op de sterfelijkheid zich niet beperkt tot het helpen en mantelzorgen binnen de familie. De gegevensanalyse liet zien dat het effect op kinderloze oudere volwassenen die anderen bijvoorbeeld emotionele hulp gaven net zo sterk was. De helft van deze mantelzorgers leefde nog zeven jaar terwijl mensen die op geen enkele manier hielpen gemiddeld nog maar vier jaar leefden.

“Maar het helpen van anderen moet niet opgevat worden als wondermiddel voor een langer leven,” zegt Ralph Hertwig, directeur van het Centrum voor adaptieve realiteit aan het Max Planck instituut voor Menselijke Ontwikkeling. Een matig niveau van betrokkenheid bij zorg lijkt positieve effecten op de gezondheid te hebben. Eerdere onderzoeken hebben echter aangetoond dat een intensieve betrokkenheid stress veroorzaakt, hetgeen negatieve effecten op de fysieke en mentale gezondheid heeft. Aangezien het in Duitsland en Zwitserland niet gebruikelijk is dat grootouders de voogdij over hun kleinkinderen hebben, werden primaire verzorgers en degenen die daadwerkelijk de voogdij hebben niet in de analyses opgenomen.

De onderzoekers denken dat pro-sociaal gedrag oorspronkelijk geworteld was in de familie. “Het lijkt aannemelijk dat de ontwikkeling van pro-sociaal gedrag van ouders en grootouders met betrekking tot hun familieleden een stempel op het menselijk lichaam heeft achtergelaten in de vorm van een neuraal en hormonaal systeem, dat vervolgens de basis heeft gelegd voor samenwerking met, en altruïstisch gedrag tegenover niet-familieleden,” zegt auteur Sonja Hilbran, doctoraal student aan de afdeling psychologie van de universiteit van Basel.

Bron: Universiteit van Basel

is vertaalster, musicus en werkt als taalcoach voor Rosetta Stone. Ze woont en werkt in Florida, in de Verenigde Staten.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top