‘Ik hoopte dat mijn moeder het niet goed zou doen’

De mevrouw van de indicatie zat tegenover mijn moeder met een formulier op schoot.

‘Kunt u zichzelf nog wassen?’

Mijn moeder knikte overtuigend. ‘Natuurlijk.’

Ik keek naar haar handen. Dezelfde handen die ik iedere ochtend moest helpen met de knoopjes van haar blouse. Wassen deed ze al maanden niet meer alleen. Soms wilde ik haar onder de douche  doen en dan bleef ze aangekleed staan omdat ze niet begreep wat de bedoeling was.

‘En koken?’ vroeg de mevrouw.

‘Iedere dag,’ zei mijn moeder.

Dat was niet waar. De laatste keer dat ze zelf had geprobeerd te koken, had ze een lege pan op het vuur gezet. Sindsdien had ik de knoppen van het fornuis verwijderd.

Toch zat ze daar alsof er niets aan de hand was. Rechtop, helder en opgewekt. Precies op de dag waarop iemand moest beoordelen hoeveel hulp zij nodig had, liet mijn moeder haar beste kant zien.

En ik hoopte dat het mis zou gaan.

Ik hoopte dat ze midden in een zin zou verdwalen. Dat ze niet meer wist welke dag het was. Dat ze zou opstaan en de uitgang niet kon vinden. Misschien zelfs dat ze boos zou worden, zoals ze thuis regelmatig deed.

Het was een verschrikkelijke gedachte.

Welke dochter hoopt nu dat haar moeder faalt?

Maar als mijn moeder het tijdens dit gesprek te goed deed, zou op papier komen te staan dat ze nog veel zelf kon. Dan ging de mevrouw straks naar huis en bleef ik achter met de werkelijkheid die zich alleen liet zien wanneer niemand keek.

De nachten waarin mijn moeder mij vier keer belde.

De boodschappen die ik deed.

De medicijnen die ik controleerde.

De afspraken die ik regelde.

En de pan zonder knoppen op het fornuis.

‘Uw moeder kan nog behoorlijk veel,’ zei de mevrouw.

Toen gebeurde er iets onverwachts. Mijn moeder keek haar aan en vroeg: ‘Wanneer komt mijn moeder mij ophalen?’

Haar moeder was al meer dan veertig jaar dood.

De mevrouw stopte met schrijven en keek naar mij.

Ik zag het moment waarop ze begreep dat de vrouw tegenover haar niet dezelfde vrouw was die ik iedere dag zag.

En tot mijn schaamte voelde ik opluchting.

Niet omdat mijn moeder in de war was. Niet omdat ik wilde dat ze achteruitging.

Maar omdat het eindelijk zichtbaar werd.

Heel even hoefde ik niet te bewijzen hoe slecht het thuis ging. Mijn moeder deed dat zelf.

Dat was het moment waarop ik begreep wat het systeem met mij had gedaan.

Ik hoopte niet dat mijn moeder faalde.

Ik hoopte dat ze warrig genoeg leek om de hulp te krijgen die we allang nodig hadden.

De Redactie van Mantelzorgelijk helpt mantelzorgers op elk mogelijk vlak. Wat kunnen we voor jou betekenen? Mail naar contact@mantelzorgelijk.nl

Comments (2)

  1. En een half uur eerder een bericht lezen dat we bij de huisarts onze kwaal aandikken omdat we anders geen afspraak kunnen maken. Mijn God waar gaat het heen met onze zorg 🥺

  2. Ik lees dit verhaal en het is voor mij heel herkenbaar. Ook ik zit met een moeder die zogenaamd alles nog zelf kan doen. Ik zeg altijd dat zij 2 persoonlijkheden heeft, eentje “goed” voor de zorginstantie/hulpverlener/huisarts en eentje voor de dochter waar ze dan heel anders doet.
    En daar zit je dan, zorginstantie gelooft het wel en schuift alles op de lange baan. Heb gevraagd om casemanager, maar geen reactie. Ik loop steeds tegen een muur aan van regels en nog meer. Begrijp me niet verkeerd er zijn ook goede berichten over zorginstanties en hulpverleners. Ik ben ze helaas nog niet tegengekomen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top