
Het meest misbruikte woord in het zorgbeleid: ‘zelfredzaamheid’
Zelfredzaamheid. Ooit was het een prachtig uitgangspunt. Mensen ondersteunen om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven, met eigen regie, eigen keuzes en zoveel mogelijk eigen kracht. Wie kan daar nu op tegen zijn?
Toch is er onderweg iets fundamenteels veranderd. Niet het woord zelf, maar de betekenis die het in de praktijk heeft gekregen. Zelfredzaamheid lijkt steeds minder te gaan over wat mensen zélf kunnen en steeds meer over wat de overheid en de zorg niet langer hoeven te doen.
Dat zie je op allerlei terreinen terug. Wanneer huishoudelijke hulp ontbreekt, begeleiding niet beschikbaar is, een indicatie wordt afgewezen of dagbesteding wegvalt, wordt al snel verwezen naar zelfredzaamheid. En als iemand het dan echt niet meer alleen redt, is er meestal nog een partner, dochter, zoon, buurvrouw of mantelzorger die de ontstane ruimte opvult.
Op papier heet dat zelfredzaamheid. In werkelijkheid is het vaak het verschuiven van verantwoordelijkheid.
De vraag lijkt namelijk niet langer uitsluitend te zijn hoe mensen zo zelfstandig mogelijk kunnen blijven. Steeds vaker lijkt de vraag hoeveel professionele ondersteuning er nog níét hoeft te worden ingezet. Dat is een subtiel, maar wezenlijk verschil. Zodra zelfredzaamheid vooral wordt gebruikt om zorg uit te stellen of te beperken, verandert een mooi uitgangspunt langzaam in een bezuinigingsinstrument.
De zorg is immers niet verdwenen. Zij is alleen verplaatst. Van de instelling naar de woonkamer. Van de professional naar de familie. Van betaalde naar onbetaalde zorg. De zorgvraag is dezelfde gebleven, maar degene die haar opvangt is veranderd.
Het wrange is dat dit systeem zichzelf lijkt te bevestigen. Zolang mantelzorgers blijven doorgaan, lijkt het alsof het werkt. Mensen wonen langer thuis, de druk op de professionele zorg lijkt beheersbaar en beleidsdoelen lijken te worden gehaald. Maar achter die positieve cijfers schuilt een werkelijkheid die veel minder zichtbaar is. De rekening verdwijnt niet; zij verschuift. Niet naar een andere begrotingspost, maar naar de keukentafel van miljoenen mantelzorgers.
Misschien is dat wel de grootste misvatting van deze tijd. We denken dat we de zelfredzaamheid van burgers vergroten, terwijl we in werkelijkheid vooral de rekbaarheid van mantelzorgers op de proef stellen. Hoe lang kunnen zij blijven opvangen wat elders wegvalt? En wat gebeurt er wanneer ook zij niet langer verder kunnen?
Laat één ding duidelijk zijn: zelfredzaamheid blijft een waardevol uitgangspunt. Vrijwel iedereen wil de regie over zijn eigen leven behouden en zo zelfstandig mogelijk blijven functioneren. Maar echte zelfredzaamheid betekent niet dat je alles alleen moet kunnen. Zij betekent dat ondersteuning beschikbaar is wanneer dat nodig is, zodat mensen daadwerkelijk zelfstandig kunnen blijven leven.
Misschien moeten we daarom stoppen met doen alsof zelfredzaamheid betekent dat mensen minder zorg nodig hebben. De zorgvraag is niet kleiner geworden; alleen de rekening is verschoven. En die belandt nu veel te vaak op de schouders van mantelzorgers.
Dat is geen zelfredzaamheid. Dat is het verplaatsen van verantwoordelijkheid onder een mooi klinkend woord.
Out of the Box – Voorbij vanzelfsprekendheden.
Comments (0)