
Hoe denkt men in Nederland over mantelzorg?
NRC sprak afgelopen maand in drie buurten verspreid over Nederland (in Bussum, Oostdijk en Zevenaar) met dertig mensen uitgebreid over o.a mantelzorg. Zij zochten mensen uit verschillende lagen van de samenleving die op uiteenlopende manieren met de gezondheidszorg te maken hebben. In de gekozen buurten wonen bijvoorbeeld veel ouderen (Ooster Eng-Noord, Bussum), mensen met een lager inkomen (Lentemorgen I, Zevenaar) of jonge gezinnen die zorg voor naasten door hun gereformeerde achtergrond de normaalste zaak van de wereld vinden (Oostdijk).
De politiek mag dan een groot thema maken van de gezondheidszorg, slechts twee mensen die de journalisten van NRC spreken vinden het zorgstandpunt van politieke partijen zo belangrijk dat ze het zullen laten meewegen, als ze in maart gaan stemmen. De meeste geïnterviewden hebben zelfs geen idee wat de zorgstandpunten zijn, ook niet van de partij waarop ze soms al jaren stemmen.
Naarmate de interviews langer duren, blijkt dat veel mensen toch problemen ondervinden in de gezondheidszorg. Niet iedereen is die krachtige, zelfredzame burger die beleidsmakers zo graag zien. In de spontane verhalen komt mantelzorg keer op keer terug. Wij lichten ze hier uit:
Zorgen voor elkaar
In Oostdijk, een kleine Zeeuwse gemeenschap waar iedereen zijn buren kent en dicht bij familie woont, werkt het naar elkaar omzien dat het kabinet van de bevolking vraagt uitstekend. Het dorp is homogeen: mensen gaan naar dezelfde kerk en stemmen over het algemeen SGP. Vraag de inwoners of ze mantelzorg krijgen of verlenen, en ze reageren verbaasd. Ja, ze doen boodschappen voor de buren of rijden hun schoonouders naar het ziekenhuis. Maar mantelzorg? De 40-jarige Jolanda moet lachen. „Wat anderen mantelzorg noemen is voor ons heel normaal, daar hebben we geen woord voor nodig.”
„De sociale cohesie is hier erg hoog. Dus ze deden hier altijd al waaraan Nederland nu moet wennen”, zegt Cok Balkestein. Hij en zijn vrouw Els kwamen negen jaar geleden in Oostdijk wonen. Het was even wennen, want het echtpaar is niet gereformeerd. Maar ze zijn liefdevol opgenomen door de gemeenschap. Wat hielp is dat Balkestein het initiatief nam voor een winkel die ook dienst doet als werkplek voor mensen met een beperking.
Nu ze erbij horen, weten ze dat ze altijd kunnen rekenen op steun van dorpsgenoten. Dat is handig, want hun kinderen wonen niet dichtbij. „Mensen zeggen hier: als er bij jullie straks gestofzuigd moet worden, komen we dat doen.” Maar het succesverhaal van Oostdijk kan niet zomaar geëxporteerd worden, denkt Cok Balkestein. „Ik denk dat de sterke familie- en geloofsverbondenheid veel uitmaken.”
Inderdaad is het verlenen van mantelzorg elders minder vanzelfsprekend. Mensen wonen er verder bij hun familie vandaan en soms weten ze nauwelijks wie hun buren zijn. „Ik ben een gezelschapsmens, maar je krijgt hier geen contact met de mensen”, zegt een 84-jarige man uit Zevenaar in zijn gelijkvloerse tweekamerwoning. Een paar huizen verderop woont een van oorsprong Curaçaose man van 63 met hartproblemen. Hij blijft in de deuropening staan, sokken en klittenbandsandalen aan de voeten. Hij wijst om zich heen naar de uitgestorven stegen. „Kijk, je ziet hier niemand, en ze zien mij ook niet!” Hij krijgt thuiszorg en huishoudelijke hulp; van familie verwacht hij niets. Daar heeft hij niet genoeg in geïnvesteerd: „Ik ben altijd op mezelf geweest en heb er niet om gevraagd ziek te worden.”
Jannie Dekker van verderop vindt haar buurt in Zevenaar ook niet zo gezellig. Vroeger woonde ze in Arnhem. „Iedereen zat ’s avonds op de stoep bij elkaar geklit, de een had een stukje worst, de ander een biertje, we deelden alles met elkaars.” Als een van de vele geïnterviewden noemt ze het touwtje uit de brievenbus van Jan Terlouw, die in De Wereld Draait Door speechte over de tijd dat burgers elkaar nog vertrouwden. Nu is het anders, zegt Dekker ook. „We kregen laatst nieuwe buren en die zeiden: ik wil geen burengeklep!” Ze heeft zich erbij neergelegd: „Wij rooien alles hier met z’n tweeën.”
Jannie Dekker (74) heeft versleten knieën en wilde daarom graag een traplift in haar Zevenaarse koopwoning. „De buren hebben er één gratis gekregen. Maar die hebben ’m al twaalf jaar, toen was alles anders.” Zij kwam niet in aanmerking voor een bijdrage via de Wet maatschappelijke ondersteuning, hoorde ze een paar jaar geleden, dus bleef zij zichzelf aan de trapleuning omhoog hijsen. Vorig jaar kreeg haar man Marinus Dekker (77) een hartinfarct, was die trap weer een struikelblok. De dokter zei dat het echtpaar gelijkvloers moest gaan wonen. Ze togen langs vijf gelijkvloerse huurwoningen, tot Dekker besefte dat een nieuw huis wel erg duur zou worden. De huur zou achthonderd euro per maand zijn, het dubbele van de hun hypotheek. De gemeente zou in de woonkosten tegemoet komen met drieduizend euro. „Kunnen we dat geld niet krijgen voor een traplift, vroeg ik uiteindelijk aan de gemeente.” Dat kon. Ze moesten er wel hun spaarrekening voor leegplunderen, de traplift kostte in totaal achtduizend euro.
In de Bussumse wijk Ooster Eng-Noord willen mensen misschien wel voor elkaar zorgen, het gáát gewoon niet altijd, zegt een 92-jarige D66-stemmer. „In dit stukje straat is bijna iedereen oud.” Er staat zowat een rollatorfile naar de buurt-Albert Heijn, grapt ze. „Een buurvrouw van verderop zet altijd de vuilnisbak buiten voor me, dat kan ik zelf niet. Maar zij gaat binnenkort verhuizen. Wie moet me nu helpen? Mijn andere buurvrouw heeft een verlamde arm.”
Wat bijna iedereen zegt, of ze nu wonen in Zevenaar, Bussum of Oostdijk: het geven van mantelzorg moet geen verplichting zijn. Mensen zijn huiverig om hun kinderen te vragen meer te doen. „Je gaat toch niet je kinderen pressen om je te helpen!”, zegt Els Balkestein (74). „Als je dochter niet uit zichzelf langskomt, heeft dat vast wel een reden”, vindt een 52-jarige vrouw uit Zevenaar. Als voorbeeld noemt ze buurvrouw. „Die liep hier in d’r nachtpon dronken op straat of lag in de struiken. Ze zit nu in een verpleeghuis, maar haar kinderen weten dat niet, ze heeft geen contact meer met ze. Als je altijd dronken bent, komen ze niet langs.” Het zijn vaak „niet de lieverdjes” die alleen overblijven, denkt ze.
Ook in Oostdijk, waar iedereen mantelzorgt dat het een aard heeft, vindt men dat mantelzorg niet moreel verplicht zou moeten zijn. „Het kabinet legt te veel druk op mantelzorgers”, vindt Nelleke van Zweden (26) uit Oostdijk. „Ik vind wel dat ik mijn grootouders moet helpen, maar we kunnen niet álles doen. We hebben een gezin en moeten werken.” Ook andere jonge werkenden winden zich erover op. Marjolein (32): „Eerst heeft de overheid erop gehamerd dat vrouwen moeten werken. Nu heeft iedereen iets opgebouwd en moet het weer anders.” Zij werkt parttime, alleen onder schooltijd.
Mantelzorg kan erg zwaar zijn, zegt de 52-jarige vrouw uit Zevenaar, vooral als je de enige mantelzorger bent. Zestien jaar lang ging ze elke week langs bij haar moeder in een tehuis. Ze werkte in de thuiszorg maar werd in een bezuinigingsronde ontslagen, en wegens rugproblemen zit ze nu in de Ziektewet. Toch zorgt ze voor verschillende buren. We ontmoeten haar in het tweekamer-appartement van buurman George Bushra (63), die zij Sjors noemt. Moe en kwaad zit hij op het randje van de bank. Hij heeft vannacht amper geslapen omdat hij op Facebook keek naar beelden van een gebombardeerde kerk in zijn geboorteland Egypte. „Sommige mensen kun je niet laten stikken, zeker niet als ze zo alleen op de wereld staan”, zegt de buurvrouw. In de thuiszorg had ze een hoop collega’s die ook in hun vrije tijd voor mensen zorgden, vertelt ze. „Dat deed ik zelf ook. Als je niet oppast kun je er niet meer mee ophouden, dan gaat het door tot degene die je helpt dood is.”
Comments (0)