Een wankel huwelijk blijkt een risico voor ouderenmishandeling

Ongeveer vijf jaar geleden heb ik samen met mijn collega-zorgverleners een 67- jarige man verpleegd. Met zijn vrouw woonde hij in een grote vrijstaande woning in een van de dorpen vlak bij mijn woonplaats. In zijn werkzame leven is deze oudere man directeur geweest van een aantal basisscholen. Dit vertelde zijn vrouw tijdens de intake.

Sowieso nam zij telkens het voortouw in het geven van antwoorden op mijn vragen. Ook luisterde ik met verbazing naar haar klaagzang over wat haar man haar nu had aangedaan. Ik zag haar 8 jaar oudere man er een beetje onderuitgezakt op de bank bij zitten, als een buitenstaander. Gênant, ik voelde een verplaatst schaamtegevoel, omdat deze echtgenote haar oudere enigszins zorgafhankelijke man kleineerde met haar ongegeneerde ‘bazigheid’.

Zij verweet haar man dat het zijn eigen schuld was en dat hij erg vergeetachtig en hierdoor hulpbehoevend was geworden. En daarmee ook háár leven nog meer aan het vergallen was. De vrouw zei in mijn beleving net iets te vaak: “Had hij zijn hele leven maar niet zoveel moeten drinken. Nu zit ik hier thuis met hem opgescheept. En in het verpleeghuis wilden ze hem niet houden.”

Dat deze echtgenote hoogstwaarschijnlijk nog veel vaker verbaal agressief naar haar oudere man toe kon reageren, voelde ik toen zij mij een keer flink uitkafferde. Haar man sliep in een hoog-laag bed in de mooie woonkamer. Omdat hij geen trap meer kon lopen om boven te kunnen gaan slapen. Op een ochtend met het op werkhoogte zetten van dit bed stootte ik per ongeluk een antieke klok van de muur. Hoe dat nou zo snel kon gebeuren, begreep ik niet. Ik voelde wel iets aantikken, terwijl ik met de man in gesprek was en stopte gelijk met het omhoog zetten van het bed. Te laat!

Nog diezelfde dag had mevrouw ons hoofdkantoor gebeld en een klacht over mij ingediend. Echter, mijn manager bleek hier rustig op te hebben gereageerd en de kosten voor de reparatie zouden uiteraard door onze thuiszorgorganisatie worden vergoed. Maar deze “mevrouw” bleef in dit incident hangen, benoemde dit tijdens elk zorgmoment. Mijn collega’s en ik noemden haar op ons kantoor “Hyacinth”. Vanwege haar ‘schone schijn’ gedrag.

Tegen mijn zorg-collega’s vertelde deze vrouw dat zij mij liever niet meer in haar huis had, ik was de enige die het hoog-laag bed zo hoog zette. Natuurlijk liet ik mij niet afleiden door deze mevrouw. Ik had een warm contact opgebouwd met haar oudere man. Ik bleef drie à vier keer per week de ochtendzorg en ondersteuning aan hem geven.

Intussen had ik al een maatschappelijk werker anoniem geraadpleegd. Ik voelde dat ik midden in een relatieconflict terecht was gekomen, waarbij de oudere man het onderspit delfde door zijn zorgafhankelijkheid. We spraken af dat ik hem als maatschappelijk werker bij mevrouw zou proberen te introduceren voor aanvullende ondersteunende gesprekken met haar. Omdat zij het zo zwaar had met haar man de hele dag thuis. En het goed was dat zij haar hart kon luchten bij hem, omdat wij hier niet alsmaar de tijd voor konden vrij maken. Gelukkig zag mevrouw dit wel zitten.

Ik vertelde dit aan mijn zorgcollega’s en net als ik vonden zij dat die gesprekken misschien de ontspoorde mantelzorg aan de oudere man zou kunnen oplossen. Helaas, er bleek geen redden meer aan, dit wankele huwelijk strandde. Niet in een echtscheiding, dat zou te veel gezichtsverlies voor de vrouw hebben betekend, legde de maatschappelijk werker mij uit. In samenwerking met de huisarts, het CIZ (centrum indicatiestelling zorg) volgde een min of meer ‘geforceerde’ definitieve opname van de oudere man in een verpleeghuis. Op een afdeling met meer mensen die aan geheugenverlies lijden door jarenlang overmatig drankgebruik.

De oudere man haalde zijn schouders op, zag ik. Zijn enige zoon deed min of meer hetzelfde. Ik zag een gelatenheid. De zoon vertelde mij dat een opname van zijn vader evenzeer gezichtsverlies voor zijn moeder betekende. In dit dorp werd altijd al veel over hun gezin gekletst. Hij zei mij dat hij opgelucht was dat zijn vader werd opgenomen. Hij kon niet zoveel voor zijn vader betekenen door zijn drukke baan en een gezin met drie jonge kindjes.

Hetty Termeer (1953) is oud-wijkverpleegkundige en oud-docent gespecialiseerd in ouderenzorg; vooral vaardig in de omgang met mensen met de ziekte dementie en/of pijn door mishandeling.

Zij schreef al jaren binnen de ‘veilige muren’ van een grote thuiszorgorganisatie in de Betuwe. Vanaf 2019, richting haar pensionering, is Hetty auteur.   

In haar boek Ouderenmishandeling komt in de beste families voor vertelt zij autobiografisch in achttien heel diverse korte verhalen over haar praktijkervaringen met ouderenmishandeling,

https://www.boekengilde.nl/boekenshop/ouderenmishandeling-komt-in-de-beste-families-voor/

Haar boek is in 2020 vertaald in het Engels, Elderly Abuse Happens in the Best of Families.

Hetty geeft lezingen en verzorgt workshops in Nederland.

Naast haar intensieve mantelzorgtaken voor haar 93-jarige moeder en het verrichten van vrijwilligerswerk, schrijft zij aan haar tweede boek dat half juni dit jaar door Boekengilde wordt uitgegeven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top